De inwoners van Istanbul voelen zich omringd door vijanden

Aanslagen Voor de derde keer in korte tijd is Istanbul geconfronteerd met een aanslag. „Turkije is net zo onveilig als Syrië.”

Slachtoffers liggen buiten op straat bij de luchthaven Atatürk. Veel inwoners van Istanbul bleven vanmorgen thuis. Foto Reuters

Metro’s zijn leeg en er staan vrijwel geen files. Inwoners van Istanbul blijven in hun huizen als ze niet echt naar buiten hoeven.

Op de veerboot van de Aziatische naar de Europese kant van Istanbul zit kunstschilder Begüm Mutevellioglu (32). De driedubbele zelfmoordaanslag op de grootste luchthaven van het land kwam niet helemaal onverwacht. Het is de zoveelste keer in een jaar tijd dat terroristen erin slagen prominente doelwitten in het westen van Turkije te raken. „We zijn bang geworden om in ons eigen land te wonen”, mijmert Mutevellioglu op een bankje aan het raam.

„Na de laatste bom, die op een politiebus op 7 juni, waren er geruchten dat we omringd zijn door zelfmoordterroristen. Toch ben ik geschokt dat het op de luchthaven gebeurde en dan ook nog in de internationale terminal. Die is zo goed beveiligd. Als we naar binnen willen moeten we onze schoenen uit. En vervolgens lukt het mensen met kalasjnikovs en bommen.”

Het ergste is, zegt ze, dat het ‘normaal dreigt te worden’ dat onschuldige burgers omkomen. Mutevellioglu windt zich erover op dat de regering de omgekomen mensen in verklaringen ‘martelaren’ noemt. „Alsof je je opoffert voor je land.”

Op dezelfde veerboot spuwt accountant Gökhan Sarikaya (29) zijn gal. Zoals veel Turken voelt hij zich omringd door vijanden. „We verwachten bommen. Zelfmoordenaars. Russische boten varen door de Bosporus met mogelijk kwaad in de zin. Dit soort dingen zouden niet moeten gebeuren in ons land.”

Hij wil van zijn regering een plan zien. „Terreur vervloeken kan ik zelf ook wel. Van een overheid verwacht ik meer. Luchthaven Atatürk staat bekend als de veiligste plaats en toch gebeurt het daar. Er moet een noodplan komen. Een oplossing.” Hij verwoordt de angst van veel Turken dat de oorlog vanuit Syrië opkruipt: „Ik heb een vriend uit Syrië. Volgens hem zijn Turkije en Syrië nu net zo onveilig.”

Achter de balie in de lobby van het AS hotel aan het Taksimplein staat Ahmet Kaldan (20). Hij studeert radiologie aan de universiteit van Istanbul en heeft een bijbaan als receptionist. Familieleden in zijn geboortestad Sanliurfa in het zuiden van het land zijn doodsbenauwd dat hem in Istanbul iets overkomt, vertelt hij. Hij mijdt al tijden het openbaar vervoer. „Iedere avond als ik ze bel zeg ik: godzijdank ben ik vandaag niet omgekomen.”

Het toerisme heeft dit jaar al enorm geleden. „Voor ons is de daling 60 procent”, zegt Kaldan. En dat met lagere prijzen dan vorig jaar. „Nu zijn maar zes van onze 34 kamers bezet. Vorig jaar tijdens ramadan hadden we 29 of 30 kamers vol.” In een straat niet ver van het hotel is in maart ook al een bom afgegaan. En in januari kwamen toeristen om, midden tussen de druk bezochte historische monumenten.

Deze gefrustreerde burgers klinken net zo machteloos als de ministers in Ankara. „De inlichtingendiensten moeten hun werk beter doen”, bromt Mehmet Göyyüz (32), op weg naar zijn werk bij een verzekeraar. „We worden voortdurend gewaarschuwd. Toch gebeuren de aanslagen. Natuurlijk kun je niet weten waar een terreuraanslag vandaan komt. Maar het is ook duidelijk dat er zwakke plekken in de beveiliging zitten.” Concrete suggesties heeft hij niet. Maar zoals iedereen op straat zou hij willen dat het anders was.

    • Marloes de Koning