Communicatie Bureau voor de Statistiek

Het Centraal Bureau voor de Statistiek is van leverancier van droge statistieken omgevormd naar een flitsende media-organisatie. Past dat wel?

De communicatie-afdeling van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) moet statistiek toegankelijk maken. Het nieuwe kantoor van de overheidsdienst in Den Haag kostte 2,18 miljoen euro. Foto David Galjaard

‘Je rolde met je ogen.” Een technicus stopt de camera en telt opnieuw af. „3...2...1…” Start. De man voor de camera is Jan Latten, hoofddemograaf bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Hij probeert uitleg te geven over de levensverwachting van Nederlanders. „Van de mannen die nu 65 zijn... eh... zal drie procent honderd jaar... pff.” Opnieuw.

Latten staat in een glazen studio, achter hem is de communicatie-afdeling van het CBS in Den Haag zichtbaar. CBS-medewerkers kijken mee vanachter een raam. Enkele dagen later zal deze video op de website, het YouTube-kanaal, het Twitter-account en de Facebook-pagina te zien zijn. En bij de Nederlandse media.

Dit is CBS-video, onderdeel van de nieuwe communicatiestrategie onder directeur-generaal Tjark Tjin-A-Tsoi, die in april 2014 de overstap maakte van het Nederlands Forensisch Instituut. Hij wil dat het statistiekbureau toegankelijker wordt. Geen stoffige database, maar een relevante ‘nieuwsorganisatie’, die inspeelt op maatschappelijke debatten van het moment.

De CBS-hoofdredacteur

In september werd zelfs een ‘hoofdredacteur’ aangesteld: Mike Ackermans, die door zijn ruime ervaring in de journalistiek – hij was hoofdredacteur van vier regionale titels van de Telegraaf Media Groep – het contact met media moet versoepelen. In oktober ging de Facebook-pagina live. En sinds december experimenteert het CBS met vlogs.

De strategie werkt. Het aantal keer dat de media het CBS als bron noemen verdubbelde in 2015 naar 38.000 (waarvan ruim 400 keer in NRC Handelsblad), terwijl het CBS niet méér onderzoek deed.

Het CBS wil het journalisten „makkelijk maken om berichten over te nemen”, zoals woordvoerder en hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen het verwoordt. Want aan statistieken die niet gebruikt worden heb je weinig, vindt ook Tjin-A-Tsoi. Het produceren van statistieken is geen doel op zich, zegt hij: „Het CBS beschikt over zo verschrikkelijk veel data. Zonde als dat onbekend blijft.”

Naast toegankelijker, moet het CBS ook relevanter worden. In de toekomst wil Tjin-A-Tsoi nóg beter cijfers verzamelen die raken aan maatschappelijke vragen, bijvoorbeeld over ongelijkheid of over hoe het vluchtelingen de afgelopen 25 jaar is vergaan. „We moeten niet alleen denken in statistieken.”

Het CBS publiceert ook vaker statistieken met een ‘haakje’, een concrete aanleiding. Tijdens de Giro in Gelderland wijdde het een video aan de handelsrelatie tussen Nederland en Italië. Op de Dag van het Kasteel maakte het een ‘kastelenkaart’. Bij hoog oplopende debatten probeert het CBS met relevante statistieken te komen. Belangrijk, zegt Ackermans. „Onze cijfers kunnen mythes ontkrachten.”

Persberichten bestaan niet alleen uit tabellen, maar bieden ook veel achtergrondinformatie. De grens met ‘duiden’ blijkt echter niet altijd even helder en daarmee begeeft het CBS zich op glad ijs. Hoort een statistiekbureau niet gewoon alleen kale cijfers te leveren? In juni 2015 wees het CBS op het hoge opleidingsniveau van Chinese adoptiekinderen. Het nieuwsbericht suggereerde dat onder meer de eenkindpolitiek in China daarvoor verantwoordelijk was. Dat werd na kritiek verwijderd omdat het „misverstanden zou kunnen veroorzaken”.

Eind januari kopte het CBS: ‘Ruim 1 miljoen Nederlanders had depressie’. Respondenten hadden alleen aangegeven zich het afgelopen jaar depressief te voelen, niet of ze ook daadwerkelijk een depressie hadden. Het bericht verduidelijkte dat, maar de kop werd overgenomen.

Het is een grijs gebied

Ja, soms is er discussie over CBS-cijfers, maar, zegt Tjin-A-Tsoi, „dat zijn individuele gevallen”. Ackermans: „Bedenk dat we zeshonderd onderzoeken en 1.400 nieuwsberichten per jaar uitbrengen. Dan doen we het nog goed.”

Júist nu het CBS vaker in de media is, let het nog beter op ongefundeerde conclusies, vindt Ackermans. ‘Duidende’ woordjes als ‘slechts’ of ‘al’ probeert het CBS zo veel mogelijk te vermijden. En gebruikt het CBS bijvoorbeeld ‘door’ of ‘doordat’, dan moet dat vastgesteld zijn.

In tv-interviews heeft het CBS meer speelruimte als het om context gaat, zegt Ackermans. „Daar ontkom je niet aan.” In een interview op RTL Z bijvoorbeeld legt hoofdeconoom Van Mulligen uit hoe het consumentenvertrouwen van 65-plussers kan dalen, terwijl dat bij andere groepen steeg: „Dat heeft mogelijk te maken met de lage rentes en pensioenfondsen die moeten afstempelen.” Nee, die samenhang heeft het CBS niet onderzocht, zegt Van Mulligen. „Maar onder economen zijn dit soort zaken basiskennis.”

Een beetje duiding van het CBS is niet erg, vindt universitair hoofddocent statistiek Casper Albers van de Rijksuniversiteit Groningen. „Zeker als het om complexe getallen gaat.” Ook hoogleraar econometrie Arthur van Soest vindt dat het CBS moet laten zien wat cijfers betekenen: „Iedereen zegt weleens iets wat niet helemaal hard te maken valt, maar het CBS is daarin voorzichtiger dan anderen.”

Juist door zijn ‘contact met de burger’ werd het CBS in 2015 door de Vereniging voor OverheidsManagement uitgeroepen tot de beste overheidsorganisatie van het jaar.

Het CBS moet bezuinigen

Het CBS zit middenin een flinke bezuinigingsronde: 40 miljoen euro tussen 2012 en 2018, een kwart van het totale budget. Daardoor worden onder meer statistieken over onverzekerden, adopties, echtscheidingen en woonlasten niet meer bijgehouden. De nieuwe werkvloer, waar ook ‘Nieuws en Communicatie’ zit, kostte weliswaar 2,18 miljoen euro, maar zo kon wel ruimte elders bespaard worden. Daardoor denkt het CBS binnen tien jaar de investering terug te verdienen.

Daarnaast wordt op dit moment een belangrijke toezichthouder en adviseur van het CBS, de Centrale Commissie voor de Statistiek (CCS), als zelfstandig bestuursorgaan (zbo) opgeheven. De overheid probeert het aantal zbo’s terug te brengen en de onafhankelijkheid van het CBS zou ook zonder de CCS gewaarborgd zijn, zoals in Europese afspraken; 80 procent van de statistieken bepaalt Brussel. Minister Kamp wilde de CCS geheel opdoeken, maar daar stak de Tweede Kamer een stokje voor. Vorige week ging de Eerste Kamer akkoord: de CCS blijft een adviesorgaan, maar geen onafhankelijke toezichthouder meer.

Jan Latten probeert het in de glazen studio opnieuw. „Van de duizend mannen die 65 zijn, halen er dertig de honderd. Van duizend vrouwen zijn dat er zestig.” Hij concludeert: „Vrouwen blijven het sterkere geslacht.” Ackermans barst bij de geluidstafel in lachen uit. „Dat is natuurlijk een grapje. Dat kan in vlogs, met die intonatie en zo.” In de uiteindelijke versie is het grapje eruit gehaald.

    • Menno Sedee