Opinie

Als onze oogst mislukt, hoort u te schrikken

De CO2-uitstotende burger merkt er misschien weinig van, maar klimaatverandering raakt landbouwers al decennia. Beschouw ons daarom als de kanarie in de kolenmijn, betoogt boer Piet Hermus.

Foto Flip Franssen

Verzopen gewassen in Nederland. Ineens dringt het door dat klimaatverandering meer is dan een ondergelopen kelder. De schade van de afgelopen weken is enorm. Toch doen diverse media alsof dit iets nieuws is. „Welkom in het nieuwe klimaat”, zei weerman Gerrit Hiemstra.

Voor mij en andere boeren is dit helemaal niet nieuw. De dag dat voor ons het klimaat veranderde is 12 september 1998. Op die zaterdag stond bij mij alles blank, en ook bij veel collega’s in West-Brabant en Zuid-Holland. We waren daar helemaal niet op voorbereid. Paniek alom. Ook in 2002, 2005, 2006, 2011, 2013 en 2015 werden we getroffen door extreme buien die gewasschade veroorzaakten. Vóór 1998 nooit.

Ik teel aardappelen, peen, uien, knolselderij, suikerbieten en wintertarwe. Een aantal van deze gewassen verrotten als ze 24 uur onder water gestaan hebben. Dat is een dramatische, zeer ingrijpende gebeurtenis voor een boerenbedrijf. De maatschappij merkt er misschien nog niet zoveel van, maar besef: de schade bij enkele boeren wordt veroorzaakt door de gehele samenleving. Door al dat geconsumeer, de uitstoot van broeikasgassen die daarmee gepaard gaat. Dit veroorzaakt al bijna twee decennia schade aan het gewas van boeren. Onze sector is zogezegd de kanarie in de kolenmijn: onze ‘dood’ is het alarm voor een ongezond klimaat. Maar waar mijnwerkers in dit gezegde vluchten, daar blijft de maatschappij het gevaar ontkennen.

Voor boeren is er gelukkig sinds een jaar of tien een Brede Weersverzekering, overigens wel met een fors eigen risico. Dat hoort erbij. Bij leven hoort risico. Maar als ik het allemaal op me in laat werken, zo op mijn vijftigste, dan beheerst klimaatverandering een behoorlijk groot deel van mijn werkzame leven. Is klimaatverandering eigenlijk wel ondernemersrisico, zoals andere aspecten in mijn bedrijfsvoering? Nee, daarvoor is het te omvangrijk. Klimaatverandering is een algeheel maatschappelijk mondiaal probleem. In de zaak-Urgenda, juni vorig jaar, vonniste de rechter dat de staat meer moet doen tegen de uitstoot van broeikasgassen. De rechter wees op de zorgplicht van de staat. De staat dient de consumerende, vervuilende burgers tegen zichzelf in bescherming te nemen.

Hier zie ik ook een belangrijke rol voor de plantaardige landbouw weggelegd. Boeren zetten met hun gewassen namelijk CO2 in O2 (zuurstof) en voedingsmiddelenenergie om, via zonlicht. De landbouw is de enige maatschappelijke sector, naast bosbouw, die dat kan. Andere sectoren nemen O2 en produceren alleen maar CO2. Raar dus dat de boer kritiek krijgt van mensen die enkel CO2 produceren. Immoreel zelfs.

En wat jammer dat er in de mainstreammedia zo weinig aandacht is voor het oplossend vermogen van de landbouw. De sector wordt daar weggezet als probleem. Men praat over landbouw, niet met landbouwers.

CO2 kun je met slimme landbouwmethoden binden aan de bodem. Bijvoorbeeld door toevoeging van organische stof. Planten groeien daar beter van, de biodiversiteit zal floreren. En er kan meer water gebufferd worden. Onderdosering van organische stof is een van de grootste sluipmoordenaars in de klimaattransitie.

Gelukkig sta ik niet alleen in de visie dat landbouw oplossingen biedt voor het klimaatprobleem. Marjan Minnesma, directeur van Urgenda, de stichting voor duurzame innovatie, draagt het reeds met verve uit. Eind vorig jaar nodigde ze boeren uit voor de klimaatmars in de aanloop naar de klimaattop in Parijs. Onder wie Hans Huijbers, voorzitter Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO).

In een Frans tarweveld wist Huijbers sceptische toehoorders te overtuigen van de rol die landbouw kan spelen in de bestrijding van klimaatverandering. Een emotionerend moment.

Landbouw kan dus wel degelijk de toon zetten in het klimaatdebat. Die maatschappelijke rol past bij ons rentmeesterschap, het denken over generaties heen. Hoor ons aan, we denken en werken graag mee.