Kamasi Washington: ‘Al mijn frustraties zitten in de muziek’

Kamasi Washington (35) werd door zijn album The Epic een beroemdheid, met de status van een rockster. Hij speelde met Snoop Dogg, Wayne Shorter en op het succesalbum van rapper Kendrick Lamar. Dit weekend speelt hij op North Sea Jazz, in augustus op Lowlands. ‘Dat gillen en juichen blijft me verbazen.’

Kamasi Washington komt gehaast zijn kleedkamer binnen in de Parijse muziekzaal Cité de La Musique. Met een vinger tikt hij op zijn saxofoonkoffer. „Sorry. Mijn saxofoon was gevallen. De f-klep was stuk. Ik moest dat laten repareren.” Vanavond draagt de saxofonist een driedelig grijsblauw Afrikaans gewaad met gouden borduursels. De kimonojas reikt tot zijn gymschoenen. Met deze kleding, zijn voluptueuze afrocoupe en bebaarde gezicht lijkt Kamasi Washington ouder dan de dertiger die hij is. De bewerkte houten Afrikaanse wandelstok – eens nodig toen hij zijn enkel kneusde – is een onmisbaar accessoire.

Washington heeft nu een geel-oranje-bruin dashiki hemd aan. „Ik heb lang gezocht naar mijn eigen kledingstijl: van maatpak tot baggy sportkleding”, vertelt hij. „In deze Afrikaanse kleding, die ik speciaal laat maken – ik heb vaste adresjes – voel ik me goed. Ik kan er mezelf als Afro-Amerikaanse man krachtig mee uitdrukken.” Lachend: „Ik ben ook een ware stofjesjager geworden.”

Ineens was Washington er, met zijn buitengewone grensoverschrijdende jazzalbum. De Amerikaanse tenorsaxofonist en bandleider kwam vorig jaar met liefst drie uur muziek aan (zeventien composities) op het album The Epic, een ambitieuze, weelderige en overdadige ode aan de spirituele jazz van in de eerste plaats John Coltranes klassieker A Love Supreme. Het was ook de epische vertaling van een ‘droom’, uitgevoerd door zijn band, koor en 32-koppig orkest.

Het brede onthaal van Washington – een ‘overnight sensation’ in zowel jazz- als popkringen – was opvallend. Al was er ook kritiek: massajazz, mopperden jazzpuristen. Poppubliek kende Washington al van zijn samenwerking met danceproducer Flying Lotus en rapper Kendrick Lamar. Washington speelt op hoog aangeschreven jazzfestivals, maar ook het Amerikaanse megapopfestival Coachella. Hoe dat klonk liet hij al eens in Rotterdam en deze avond ook in Parijs horen: twee drummers leveren een moddervette, constant draaiende funkmotor, waarover levendige jazz wordt gemaakt door de blazers. Toegankelijk feestelijke souljazz wordt afgewisseld met vlagen van freejazz, en er zijn momenten dat de funk heerst. En Washingtons solo’s? Die blinken uit in spirituele zeggingskracht en vuur. Meeslepend vertelt hij zijn verhalen, met ondanks tussenliggende anekdotes een lineaire opbouw met extatische finales. Nu zijn North Sea Jazz én popfestival Lowlands in aantocht. Dit soort boekingen had geen groter contrast kunnen vormen met de schamele muziekbars in Los Angeles waar hij de afgelopen tien jaar optrad, lacht hij.

Jazzcelebrity

Dat hij in korte tijd de meest besproken jazzartiest in lange tijd werd, een ware jazzcelebrity, dringt nauwelijks tot Washington door. „Succes als jazzmuzikant? Dat is bijna een paradox. Wat telt, is dat de deuren die eerst gesloten bleven ineens opengaan. Ik speel nu heel veel. Het is cool om gewaardeerd te worden als je jezelf blootgeeft. Dat motiveert me.”

Zijn leven is behoorlijk veranderd, stelt hij vast. Hij speelde in bands van artiesten als Chaka Khan, Stanley Clarke en Harvey Mason. „Mijn eigen muziek was voor de lol. Ik verloor er geld op als ik ergens in de stad optrad. En ik had twee shows per maand ofzo. Ineens speel ik overal.”

En wordt hij door publiek onthaald als een rockster. „Dat gillen en juichen”, schudt hij zijn hoofd, „blijft me verbazen. Wij zijn maar jongens uit Inglewood aan de zuidkant van Los Angeles. Een ruige wijk, man. Diep ‘in the hood’ moesten we als kind navigeren tussen gevechten van gangs en allerlei misdaden. Je moest weten welke kleding je droeg, wie tegen wie vocht en wat er speelde op straat. Ergens hadden we altijd gedacht dat onze muziek kon aanslaan. Maar dit blijft onwerkelijk.”

Zijn album spreekt ongelofelijk veel mensen aan, in het bijzonder popliefhebbers. Hoe denkt hij dat dat komt? „Herkenning. De prominentenlijst met wie we hebben samengespeeld is lang: Rihanna, Chaka Khan, Snoop Dogg, Lauryn Hill, Stevie Wonder. Doordat de plaat is uitgekomen op het populaire label Brainfeeder stonden er veel mensen voor open.”

‘Onze muziek heeft jaren gemarineerd’

Dan is er het element dat de band met elkaar is opgegroeid. „Als kinderen speelden we basketbal en maakten we muziek. Dat hoor je terug: een vriendschappelijke energie, vergelijkbaar met van die kelderrockbands. Puur, speels. In veel jazz is die onderlinge band professioneler.”

Dat is een voordeel, aldus de saxofonist. „Onze muziek heeft jaren gemarineerd. Dat de muziek tot onze frustratie nooit verder kwam dan onze stad, maakt de sound rauw en ongepolijst. Er zijn geen financiële motieven, geen marketingredenen of mensen betrokken die het beter voor ons weten. Het album The Epic is er gekomen omdat wíj het wilden maken. Niemand kreeg betaald. En we namen er een maand voor vrij. Dat was een risicovolle onderneming.”

In die maand in de Echo Park Studio zijn maar liefst 190 nummers opgenomen. „Eigenlijk heeft iedereen in de band een eigen album opgenomen: trombonist Ryan Porter, toetsenist Brandon Coleman. Ze staan allemaal klaar om uitgebracht te worden.” Over de opnames herinnert hij zich dat het dagelijks magisch was. „Bassist Miles had een fantastisch schema gemaakt met opnamesessies op basis van ons energiepeil. Ja, echt. Na een paar uur als leider zak je in en dan nam iemand anders het over. Regelmatig riep iemand: ‘Damn, ik wou dat het zo had geklonken op míjn album’.”

Dat The Epic zo’n ambitieus project werd, had hij niet van tevoren bedacht. „Het was de luxe van het hebben van tijd.” Zie het als een bundeling van alles wat hij ooit beluisterde: van Eric Dolphy, John Coltrane, Marvin Gaye, Dr. Dre tot de ritmiek in de muziek van Fela Kuti, Mulatu Astatke & the Heliocentrics. „Ik heb na de opnames een jaar zitten selecteren, luisteren, en bedenken wat voor album het moest worden.”

Het succes van misschien wel het beste hiphopalbum van nu, Kendrick Lamars To Pimp a Butterfly, met zijn jazzy bijdragen maakte de weg vrij. „Dat fantastische album met zijn taboedoorbrekende, sociaal-politieke boodschap opende de wereld. En ja, ik profiteerde van de timing. In 2014 was ik al klaar met mijn album. Ik was er chagrijnig over. Waarom duurt het zo lang voordat mijn album uit kan komen? Toen Kendrick uitkwam, volgde de mijne. En liftte ik mee.”

Op gehoor spelen

Zijn vader, muzikant Ricky Washington, gooide hem al jong in het diepe met zijn saxofoon. Washington vertelt hoe hij begon op drums, „toen ik drie jaar oud was”. Toen volgde piano. Maar hij wilde saxofoon. Dat mocht pas als hij goed klarinet kon spelen. „Op een dag stal ik mijn vaders saxofoon en leerde mezelf op gehoor een nummer spelen. Toen hij dat hoorde moest ik meteen de volgende zondag meespelen.”

Dat was spannend. Noten las hij door de lessen van zijn vader. Maar in de kerk moet alles op gehoor. „Gospel is ‘in het moment’: zangers zetten zomaar in, niemand geeft de toonsoort aan, en je maakt een connectie met de muziek. Dan weet je wel wat je moet doen. Dat was overigens in mijn tijd bij rapper Snoop Dogg in de band ook. Niemand vertelde je daar wat je moest doen. Dat was een kwestie van aanvoelen. Als saxofonist sta je er aanvankelijk bij te kijken. Dat kan niemand je leren. Ineens ga je.”

Zijn liefde voor de jazz van John Coltrane is onmiskenbaar. Het album Transition is bestudeerd tot op het bot. „De tweede solo in het titelnummer is mijn alltime favoriet. Alles heb ik nagespeeld, uitgeplozen en urenlang geoefend. Soms maanden aaneen. Die mooie intensiteit. Het rauwe, de kracht. Het is de spirituele laag die ik ook voelde in de kerk, het loslaten, het contact. Het gaat zo diep.”

Hij wijst op zijn hart. „Four miles down there.”

Liefde, geschiedenis en religie

In zijn muziek komt alles terug: liefde, geschiedenis en religie. Malcom X. Racisme. „Als lange Afro-Amerikaanse man in de Verenigde Staten is dat een dagelijks issue. Je voelt steeds de haat en de vooroordelen, de negatieve energie waar je doorheen moet. Politieagenten zetten je aan de kant. Je wordt in de boeien geslagen zonder reden. Of je wordt gevolgd in winkels als je wat wilt kopen. Doodvermoeiend.”

Al zijn frustratie zit in de muziek, aldus Washington. „Muziek reinigt, heelt en reflecteert.”

Er klinken flarden koorzang van de naastgelegen klassieke concertzaal Philharmonie de Paris door het raam. We vallen stil. Een zacht ‘wow’ ontsnapt hem. „Je zou hier maar wonen. Perfect.” Op North Sea Jazz voert Washington een groot deel van The Epic uit met het Metropole Orkest en een groot koor. Deze XL-uitvoering met de extra textuur van strijkers en diepte van menselijke stemmen zal voor de derde keer zijn.

Spelen met het Metropole Orkest noemt hij spannend. Geen twijfel over de vaardigheden van het orkest hoor, haast hij zich te zeggen, maar hij hoopt een connectie te kunnen maken. „Dit is geen muziek om van papier af te lezen. Dit vraagt om flexibiliteit en een open geest.” Washington is er nerveus over „als voor een eerste date”. „Ik hoop dat we elkaar inspireren.”

    • Amanda Kuyper