Afzeiken

We leven in een tijd waarin de mensen zich graag met elkaar bemoeien. Dat kan tot allerlei nuttig altruïsme leiden, maar ook tot hinderlijke bevoogding. Misschien kan ik het demonstreren aan de hand van een simpel boomtuintje.

Met boomtuintje bedoel ik de tuintjes die door bewoners vóór hun huis rondom een boom worden aangelegd. Vorig jaar beschreef ik hoe ik betrokken raakte bij het onderhoud van zo’n tuintje rond een iep voor ons appartementengebouw. Het werd geen groot succes. Ik streed een uitzichtloze strijd tegen de hondendrol. „Je kon hem opruimen”, schreef ik, „maar hij kwam altijd terug, zij het nooit precies in dezelfde gedaante.”

Ook probeerden wildplassers het tuintje te besproeien, wat alleen op dagen van grote droogte een begrijpelijk idee was. Verder bleek de bodem van het tuintje weinig vruchtbaar. Ik trok me gedemoraliseerd uit het project terug, maar er waren twee jongere buurmannen die wel het idealistische elan van de ware tuinliefhebber hadden.

Zij herschiepen het zieltogende tuintje in een fleurige verzameling potten met vaste planten, afgezet met een laag hekje van halfronde houten paaltjes ter wering van de hondendrol. Wij complimenteerden de buurmannen en rekenden al op een onbekommerde zomer.

Te vroeg gejuicht.

Op een dag vonden alle bewoners een print in hun brievenbus met een recensie en een foto van hun boomtuintje. Het was het soort recensie waarvan schrijvers en andere kunstenaars nog lang nachtmerries hebben als het hun overkomt. De kop erboven luidde: „Mooi of lelijk?”

„Tja, wat zal ik ervan zeggen”, schreef de recensent. „Ik vind het niet mooi.” De bloemkleuren waren niet op elkaar afgestemd, de oleander en de agapanthus kregen te weinig zon, „en dan dat hekje… zullen we afspreken dat we dat niet meer doen?” De conclusie: „Het initiatief moeten we natuurlijk toejuichen, maar als je geld gaat uitgeven, win dan eerst advies in.”

De tekst was alleen met de naam van een blog ondertekend. Op die blog was dezelfde tekst te vinden, nu wel ondertekend met een naam. Wie had die tekst bij de bewoners bezorgd? De blogger of iemand anders? Dat was onduidelijk.

De reacties van de bewoners hielden het midden tussen een cynisch schouderophalen en roodgloeiende verontwaardiging. Waar bemoeide die persoon zich mee? En waarom zo stiekem – met anonieme prints in de brievenbus? Ik vond het een opmerkelijke uitbreiding van het domein van de sociale media. Je volstaat niet met aanvallen via internet, maar je besluit ook de verantwoordelijke bewoners te pesten door ze ongevraagd een negatieve beoordeling op te dringen. Beetje flauw.

Wat me ook trof was die kennelijk onweerstaanbare behoefte om andermans werk in het openbaar te kritiseren. De burger als amateurrecensent. Niets ontsnapt aan zijn aandacht: restaurants, hotels, artsen, docenten, media – alles en iedereen moet beoordeeld worden, liefst op een neerbuigend toontje. Afzeiken, als het even kan.

Toen de bewoners er bij een borrel over zaten te praten, bleek een van hen de blogger persoonlijk te kennen. „Het is een heel leuke vrouw uit deze buurt”, verzekerde ze. Ik nam het voetstoots aan, maar dacht meteen: toch jammer dat je zelfs van heel leuke vrouwen minder leuke dingen kunt verwachten. Wist u dat al? Oh.

    • Frits Abrahams