‘AFM schoot ernstig tekort in zaak mkb-derivaten’

De financieel toezichthouder onderschatte het dossier volledig, zo concludeert een extern onderzoeksbureau.

Het hoofdkantoor van de Autoriteit Financiele Markten (AFM) in Amsterdam. Foto: ANP / Evert Elzinga

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) is ernstig tekort geschoten als toezichthouder in het probleemdossier mkb-derivaten. Dat blijkt uit een onafhankelijk onderzoek naar het functioneren van de AFM in het dossier door adviesbureau Alvarez & Marsal. Het onderzoek is woensdag gepubliceerd.

Volgens het onderzoek heeft de AFM haar rol “niet effectief genoeg uitgeoefend”. De toezichthouder is “niet streng” genoeg geweest en “inconsistent. De AFM heeft bovendien het wettelijk kader “onvoldoende toegepast”. De AFM erkent in een persbericht dat het ernstige fouten heeft gemaakt en zegt te betreuren dat zij haar taak niet goed heeft uitgevoerd.

Onvoldoende gewaarschuwd voor risico’s

Het dossier draait om het volgende. Grote Nederlandse banken zoals ABN Amro, ING en de Rabobank, hebben de afgelopen jaren op grote schaal producten aan mkb-bedrijven verkocht waarmee die hun renterisico konden indekken. Veel ondernemers hebben naderhand echter financiële problemen ondervonden van deze de producten. Advocaten van deze ondernemers stellen dat de klanten onvoldoende zijn gewaarschuwd voor de risico’s. Zij stellen dat de banken hun bewust producten hebben verkocht die kleine ondernemers nooit hadden moeten krijgen omdat ze te risicovol waren. Het gaat om zo’n 17.000 contracten met een totale waarde van 26 miljard euro.

Vanaf eind 2013 boog de AFM zich over deze klachten. Dat leidde uiteindelijk tot een verplichte herbeoordeling van alle contracten met klanten door de banken. Dat proces had eind 2015 afgerond moeten zijn, maar vlak daarvoor constateerde de AFM dat de banken de herbeoordelingen slecht hadden uitgevoerd. Er waren “fouten” en “onvolledigheden” en de banken zouden niet vanuit het belang van de klant hebben gedacht. De AFM zelf had ook fouten gemaakt, erkende de toezichthouder. Zij toetste tussentijds of de banken die herbeoordelingen wel goed deden - en concludeerde in eerst instantie van wel. Maar eind vorig jaar constateerde de AFM dat dit tóch niet het geval was en dat zij dus zelf ook steken had laten vallen. Minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) toonde zich destijds zeer kritisch over het optreden van de AFM.

Wat ging er mis?

Het onderzoek van Alvarez en Marsal werd gedaan in opdracht van de raad van toezicht van de AFM. Paul Rosenmöller, voorzitter van raad van toezicht van AFM, zegt in een toelichting op rapport te hopen dat er lering wordt getrokken uit de conclusies.

“Het is een duidelijk rapport dat ons inzichten biedt in de oorzaken van de tekortkomingen. Deze tekortkomingen zijn het ieder voor zich waard om in de toekomst te voorkomen.”

De problemen ontstonden door een “samenloop van een aantal oorzaken”, aldus het onderzoek. Vooral “de toenemende complexiteit van het dossier werd niet tijdig onderkend”. Het ging om ingewikkelde producten, en de AFM begaf zich op een nieuw terrein: de zakelijke markt. Gedurende het project kwam de focus meer te liggen op compensatie afdwingen voor gedupeerden dan op het voorkomen van nieuwe verkopen van deze producten aan ondernemers. Daarbij speelde het probleem dat de AFM geen wettelijke grond had om compensatie af te dwingen.

‘Totale onderschatting’ van derivatendossier

Maar er ging veel meer mis. Uit het onderzoeksrapport blijkt een totale onderschatting van het dossier door de toezichthouder. Er zaten veel te weinig mensen op het dossier (in het begin 1,25 FTE, in wisselende samenstelling) en sleutelmedewerkers wisselden tussentijds van positie waardoor kennis verloren ging en verantwoordelijkheden niet duidelijk belegd waren. Er zaten veel junior medewerkers op het dossier in plaats van meer seniore toezichthouders. Mensen werden vooral geselecteerd op basis van “beschikbaarheid dan geschiktheid”. Medewerkers durfden ook niet altijd zaken te melden aan hun superieuren omdat er een cultuur van “terughoudendheid” was. De interne standaarden voor kwaliteitsbewaking bij zulke projecten werden onvoldoende nageleefd.

De AFM zegt lessen te trekken uit het onderzoek en belooft beterschap. Er worden verbeteringen doorgevoerd en daar waar de AFM al met maatregelen bezig is – de AFM is twee jaar geleden begonnen met een hervorming van de organisatie om beter toezicht te kunnen houden – worden die geïntensiveerd. Het bestuur gaat onder andere op kwartaalbasis dergelijke gevoelige high profile dossiers bespreken.

Niet dezelfde fouten bij andere dossiers

De onderzoekers van Alvarez en Marsal schrijven verder dat volgens hen “niet is gebleken” dat de samenloop van oorzaken die aan de basis stond van dit debacle ook bij andere dossiers van de AFM speelt. Wel zijn individuele oorzaken ook in deze dossiers aangetroffen, zoals ondercapaciteit of een gebrek aan specialistische kennis.

Merel van Vroonhoven, bestuursvoorzitter van de AFM sinds 2014, zei zich in een toelichting op het onderzoek te committeren aan de aanbevelingen voor verbetering. “Wij omarmen de uitkomsten van het onderzoek”. “Bovendien zullen we als bestuur nog nadrukkelijker een cultuur van inhoudelijk debat, samenwerking en leren van elkaar uitdragen en stimuleren”.

Lees het hele onderzoek hieronder

Rapport Alvarez & Marsal AFM

    • Chris Hensen