Aanvalslustige Bosz begint bij Ajax met de verdediging

Peter Bosz trainde Ajax woensdag voor het eerst. Hij heet een aanvallende coach te zijn, maar op de eerste training ging het vooral over verdedigen.

Ajax trainde vandaag voor het onder leiding van de nieuwe trainer Peter Bosz. Foto Olaf Kraak / ANP

Het is zonder meer geforceerd om bij zo’n eerste veldtraining van Ajax meteen te zoeken naar de hand van de nieuwe coach Peter Bosz. Bijvoorbeeld als de partijvorm acht tegen acht begint en Bosz bij de aftrap meteen “vóóruit” roept. Niet breed, niet achteruit. Vóóruit met Ajax.

Het past prachtig in de simplificatie van Bosz’ speelstijl: aanvallend, attractief, tikkeltje naïef achterin. Maar hij is de eerste die nuances aanbrengt bij de reputatie die hem vooruitgesneld is als aanvalslustige alles-of-niets coach. “Tachtig procent, zeker in het begin, gaat over verdedigen”, zei hij woensdag op zijn presentatie als nieuwe hoofdcoach van Ajax.

Het ligt allemaal niet zo eenvoudig. Daarom ook dook hij, zongebruind en bijzonder scheutig met zijn glimlach, gistermiddag op zijn perspresentatie in de Amsterdam Arena desgevraagd de tactische diepte in. Waar wellicht op een obligate voorstelronde werd gerekend, volgde een voetbalcollege over restverdediging, de vijfsecondenregel en een gestaffelde elftalopbouw.

Bosz is geen Ajacied. Sterker nog: hij is Feyenoorder, als hij iets is. Een trainer daarnaast die zijn sporen verdiende in relatieve provinciale gemoedelijkheid: AGOVV, Heracles, Vitesse en een half jaar Maccabi Tel Aviv. Waar druk minder een factor is – “al kan ik je zeggen dat bij Vitesse de sfeer ook niet jofel is als je twee keer verliest”. Binnen een maand na zijn eerste veldtraining van woensdag begint, eind juli, voor Ajax de tocht richting groepsfase van de Champions League, met de eerste van twee voorrondes. Dan moet hij er staan, zijn elftal vooral.

Systeemzwaktes uit het tijdperk-De Boer benoemde Bosz niet, past ook niet om die te benoemen. “Het las de laatste tijd of het allemaal slecht en lelijk was. Zó onterecht. Frank de Boer heeft hier waanzinnig werk geleverd.” In vijfenhalf jaar werd de 112-voudig international in zijn eerste job als hoofdcoach vier keer kampioen.

Binnen vijf seconden de bal heroveren

Gulzig absorbeert hij de lessen van Pep Guardiola, rolmodel van de moderne trainer die van balbezit uitgaat. “Hoe hij zijn restverdediging organiseert, het doordekken van verdedigers, middenvelders, heel veel aandacht besteden aan waar de bal uitvalt, daar zitten ook patronen in. En hoe zet je de tegenstander dan weer vast.”

“Heeft allemaal met verdedigen te maken. Dat begint voorin, als zij niet goed druk zetten komt iedereen in de problemen. Dat weet iedereen die achterin heeft gestaan.”

Met zijn uitgebreide uitleg over de door hem gepropageerde vijfsecondenregel nam Peter Bosz gisteren het risico dat al te belangwekkend te maken. Maar hij deed het toch.

Het komt er op neer dat bij balverlies spelers in een collectieve krachtsinspanning binnen vijf seconden de bal terug te veroveren, en dan pas, als dat niet lukt, de verdedigende posities weer in te nemen. Binnen die vijf seconden, is de theorie, heeft de tegenstander nog niet zijn aanvallende formatie ingenomen. Duitsland, zei Bosz verwijzend naar de achtste finale afgelopen zondag op het EK, deed dat bijvoorbeeld steeds in drie seconden tegen Slowakije, “omdat ze zo goed staan”.

De eerste training van het seizoen:

Dit is allemaal niet nieuw. Zijn voorganger Frank de Boer begon er ook mee, in de tijd dat Siem de Jong en Christian Eriksen nog dankbare uitvoerders waren van dit modieuze afjagen, maar gaandeweg werd Ajax een minder dynamisch geheel. Het tekent dat er continu op de vijfsecondenregel gehamerd moet worden. Bosz: “En dat de karakters van de spelers zich er voor lenen: ze moeten niet blijven hangen in teleurstelling, maar meteen omschakelen en druk zetten.”

Bosz moet dus het antwoord geven op de internationale voetbalvraagstukken waar Ajax voor staat. Hoe trouw te blijven aan het gedachtengoed waarin het spel zelf gemaakt dient te worden en tegelijkertijd in Europees verband geen schertsfiguur te slaan? Dat is de grote uitdaging voor Ajax, voor het Nederlands clubverband, daar waar naïviteit en jeugdigheid hand in hand gaan.

Maar Bosz zoekt geen compromis, ook niet met de voorrondes van de Champions League waarbij in potentie 15 miljoen euro op het spel staat. Misschien heel even voetbal met een wat lager risicoprofiel, met de uitschakeling van Ajax tegen Rapid Wien van vorig seizoen nog vers in het geheugen? “Ik geloof niet in een tussenvorm”, zei Bosz.

De laatste trainer die met Cruijff sprak

Het is ook geen raketwetenschap. “De manier van spelen staat dichtbij wat ze hier al in de jeugd leren. Die aanpassing voor die jongens zal niet heel groot zijn. Het gaat om kleine details. Bij mijn spel is het voorwaarde dat je het veld compact houdt. Tien meter naar voren of naar achteren maakt heel veel verschil voor de verdediging, die veel ruimte in de rug krijgt.” Dat is altijd het grote risico geweest in elftallen van Bosz’: de hoge laatste linie.

Bosz wordt tijdens de training als altijd bijgestaan door zijn assistent Hendrie Krüzen. De man met de eeuwige jeugd, lid van de gouden EK-selectie 1988 en nog tot diep in zijn veertigste bij het Almelose La Première. De man van een handje op de rug bij Daley Sinkgraven, als die de bal in zijn kruis krijgt. Bij Heracles een icoon, volksjongen die alle spelers eronder hield met tafeltennis, darts, latje trappen. Maar hier, in Amsterdam? Meest in het oog springend is dat Dennis Bergkamp niet langer in de dug-out plaatsneemt. Hij blijft wel onderdeel van de technische staf, en zal op training nog steeds de spitsen doen. Ook Hennie Spijkerman, vertrouwsman van De Boer toch, blijft in de trainersstaf.

Bosz is, vermoedelijk, de laatste Nederlandse trainer die nog met Johan Cruijff heeft gesproken, enkele dagen voor dat de nummer veertien overleed eind maart. Een week lang was Cruijff in Tel Aviv op bezoek, waar zoon Jordi Cruijff technisch directeur is. “Ik heb het geluk gehad om hem een week lang mee te maken. Eigenlijk kwam Ajax altijd wel ter sprake bij hem, al wist ik toen natuurlijk niet dat ik nu hier zou zitten”, zegt hij.

“Ik heb vooral proberen te luisteren. Hendrie en ik, we raakten er niet over uitgepraat. De kleinste details, tactiek maar ook zijn vele wijsheden. Dat je de beste man van de tegenstander soms beter niet kan dekken, omdat ie juist gewend is op zijn huid te worden gezeten.”

    • Bart Hinke