Zeggen ze echt allemaal ja tegen MDMA?

Het drugsgebruik zit op het record van 1997. Het verschil: veel drugs horen niet meer bij een subcultuur maar zijn mainstream geworden. Zeven drugs, zeven gebruikers. Wat is normaal?

Door Martin Kuiper en Thomas Rueb

Stapje voor stapje komt het dichterbij. Eerst hoor je dat het bestaat. „Een half jaar geleden was dat”, zegt Timothy (30). „Een beetje eng klonk het, zo’n medisch-technische naam: 4-FMP.” Dan hoor je via via over mensen die het weleens geprobeerd hebben. De pioniers, veelgebruikers en experimentele types. „Je hoort steeds meer verhalen, ook van mensen die je zelf kent.” Zo komt het geleidelijk in je inner circle. „Een paar maanden terug had een goede vriend het opeens geprobeerd. Toen dacht ik: waarom ook niet?”

Zo wordt een drug ‘normaal’.

4-FMP laat zien hoe het vaak gaat met de inburgering van drugs. Tot anderhalf jaar geleden had nauwelijks iemand ervan gehoord. En nu is het niet meer weg te denken uit het uitgaanscircuit. Timothy: „Het zou me niets verbazen als 4-FMP over een jaar net zo normaal is als xtc of MDMA.”

Want dat is xtc tegenwoordig: normaal. Bijna één op de vijf Nederlanders in de leeftijdsgroep 20 tot 30 jaar heeft weleens xtc gebruikt, blijkt uit de Leefstijlmonitor 2015 van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). En één op de tien gebruikte in het afgelopen jaar nog xtc.

Vandaag verschijnt de jaarlijkse Antenne van Jellinek, expert op het gebied van verslaving, in samenwerking met het Bonger Instituut van de Universiteit van Amsterdam. Ook Jellinek ziet een normalisering.

„Het drugsgebruik in Nederland is weer aan het pieken”, zegt Jaap Jamin van kenniscentrum Jellinek. „We zitten op het record van 1997.” Maar er is een verschil: waar drugsgebruik in de jaren negentig werd geassocieerd met specifieke subculturen (house en gabber), worden harddrugs nu door een veel breder publiek gebruikt. Ontzuiling, noemt Jellinek dat.

„Let wel”, zegt Jaap Jamin, „met normaal bedoelen we niet dat iedereen het oké vindt om te gebruiken. Maar wel dat het bespreekbaar wordt. Bijna niemand kijkt ervan op als je vertelt dat je weleens een pilletje gebruikt. Het taboe verdwijnt. Dat was een paar jaar geleden wel anders.”

In de Antenne van Jellinek komt een panel van negentien ‘uitgaanders’ in Amsterdam aan het woord over drugsgebruik. Deze mensen zijn bovengemiddeld actief in het uitgaanscircuit en gebruiken ook meer drugs dan gemiddeld. Het zijn trendsetters, maar volgens Jellinek juist daarom een graadmeter van de bredere ontwikkelingen.

Die graadmeter zegt dus ook iets over drugsgebruik buiten Amsterdam. De Amsterdamse drugstrends lopen parallel aan het Rotterdamse, Haagse, Utrechtse en Groningse gebruik, zegt drugsonderzoeker Ton Nabben van de Universiteit van Amsterdam (UvA). „In die steden is de populatie ongeveer gelijk: jong en hoogopgeleid. Ze luisteren naar dezelfde muziek en gebruiken dezelfde drugs.” Doordat vooral de laagopgeleide jongeren in de plattelandsgebieden blijven en daar andere muziek in trek is, zegt Nabben, „is het drugsgebruik anders dan in de stad.” Meer ghb bijvoorbeeld en minder 4-FMP.

NRC zet een aantal van de meest gebruikte en wat drugs in opkomst op een rij. Daarnaast vroegen we gebruikers (geen panelleden uit het Jellinek-onderzoek) naar hun ervaringen. Wat is normaal?

    • Martin Kuiper
    • Thomas Rueb