Wie gaat er nu beleggen in banken?

Voor de tweede dag op rij gingen de koersen van Europese banken maandag fors onderuit. Beleggers lijken een recessie te vrezen.

Illustratie Stella Smienk

Wie durft er nog te beleggen in banken?

Maandag dumpten beleggers opnieuw hun aandelen in vrijwel alle Europese banken, alsof ze besmettelijk waren. Koersen kelderden overal. In het Verenigd Koninkrijk werd de handel in aandelen van de Royal Bank of Scotland en Barclays zelfs tijdelijk stilgelegd, omdat de koersen zo hard onderuit gingen.

Ook in Nederland was er voor banken geen ontsnappen aan. De beurswaarde van ABN Amro daalde in een dag tijd met meer dan een miljard euro. Die van ING met meer dan 2,5 miljard. In Italië daalden de koersen het hardst. Daar waren maandagochtend – onbevestigde – berichten dat de overheid overweegt om 40 miljard euro kapitaal te pompen in banken. De koersen van sommige Italiaanse banken zijn sinds de Britten vorige week donderdag kozen voor een toekomst buiten de EU met bijna 30 procent gedaald. Die banken kampen al tijden met bergen leningen die niet of nauwelijks worden afbetaald. En ze hebben gevaarlijk lage buffers.

Vrijdag, de dag na het ontwrichtende Brexit-referendum, was er ook al paniek. Het leek wel alsof beleggers vooruitliepen op een nieuwe bankencrisis. Het verschil met acht jaar geleden: ditmaal waren er geen tekenen van liquiditeitskrapte. Na de val van Lehman Brothers in 2008 durfde geen bank meer geld uit te lenen aan andere banken. Ook andere vormen van financiering droogden zo op voor de banken. Dat veroorzaakte uiteindelijk een desastreuze kettingreactie. Daar leek dit keer geen sprake van. Leek, want het is niet iets wat bankiers aan de grote klok hangen.

De Britse autoriteiten reageerden met verklaringen die vertrouwen moesten wekken. Minister van Financiën George Osborne stelde dat de Britse economie „sterk genoeg” is om problemen als gevolg van een Brexit het hoofd te bieden. Gouverneur Mark Carney van de Centrale Bank zei dat hij geen enkel middel zal schuwen om de financiële en economische stabiliteit in zijn land te waarborgen.

Maar inmiddels valt niet meer te ontkennen dat er een nieuwe vertrouwenscrisis is uitgebroken onder beleggers over de banken in Europa. Dat vertrouwen is de afgelopen acht jaar altijd broos geweest, maar het herstelde de laatste tijd voorzichtig. Met dank aan tal van maatregelen die bedoeld zijn om banken beter bestand te maken tegen volgende financiële schokken. In een post-Brexit wereld lijken beleggers echter minder zeker van hun zaak.

Wat maakt beleggers zo angstig?

De Britse banken krijgen er van langs omdat veel economen verwachten dat een vertrek uit de EU dusdanig slecht is voor de Britse economie dat het land in een recessie belandt. Banken zijn de financiers van economische groei. Valt die groei weg, dan valt er ook minder te verdienen. En bij een recessie nemen de stroppen toe omdat ondernemers failliet gaan.

Economische malaise in het VK kan overslaan op andere Europese landen. En dat raakt weer de banken. Het vooruitzicht in Europa wordt dan doormodderen, vrezen sommigen. Zoals een hoge bankier in Londen zegt: „Onzekerheid is slecht voor zaken.”

Een ander groot probleem in zo’n scenario is de lage rente. Die is al extreem laag (hij wordt door de Europese Centrale Bank kunstmatig laag gehouden juist in een poging de nu ook al niet florissante Europese economie te stimuleren). Maar door de toegenomen onzekerheid zal die waarschijnlijk nóg langer laag blijven. Dat drukt de inkomsten van banken op het uitlenen van geld. Tegelijk wordt het steeds moeilijker voor banken de spaarrentes te verlagen en zo de marges op peil te houden. Die spaarrentes zijn namelijk al extreem laag en banken zoals ABN Amro zeggen terughoudend te zijn om die nog verder te verlagen omdat mensen dan misschien hun geld thuis gaan bewaren.

De Nederlandse toezichthouder DNB waarschuwde eerder al dat de lage rente een existentiële bedreiging aan het worden is voor banken. Toen hadden de Britten nog niet gestemd.

Het overtreffende risico werd maandag samengevat door de gezaghebbende columnist Wolfgang Münchau van de Financial Times. Hij wijst erop dat er in Italië in oktober óók een referendum aankomt. Die gaat niet over de EU maar over grondwetswijzigingen die premier Renzi wil doorvoeren. Maar Renzi heeft beloofd af te treden als hij verliest en in Italië leven soortgelijke sentimenten als in het VK. Er is daarom een gerede kans dat zijn opvolger wel een referendum wil houden over de EU.

Münchau voorspelt dat bij een vertrek van Italië uit de eurozone er vrijwel zeker een economische aardverschuiving volgt die vergelijkbaar is met - of zelfs erger is dan – de kredietcrisis. De hele eurozone kan dan rap uit elkaar vallen, denkt hij. Het is zijn stokpaardje, maar zo’n vooruitzicht moedigt beleggers vast ook niet aan in banken te blijven beleggen.

Grote vraag is of banken dan wel het hoofd boven water kunnen houden. Zij hebben hun buffers fors verhoogd ten opzichte van voor de crisis. Maar of het genoeg is, daar is niet iedereen gerust op. Een andere hoge zakenbankier zegt: „Ik weet niet of het systeem nu sterk genoeg is. Misschien zullen een aantal Europese banken nieuwe aandelen moeten verkopen om te kunnen overleven.”

Maar dan moeten er wel beleggers zijn die die aandelen willen hebben.

    • Chris Hensen