Wie gaat er mee naar Småland?

Älmhult In het Zweedse dorp Älmhult, waar Ikea geboren is, opent de meubelketen nu een museum. Met alternatieve ballenbak.

Een woonwarenhuis ter grootte van een voetbalveld? En dat in het landelijke Älmhult, op meer dan twee uur rijden van de dichtstbijzijnde grote stad? De jonge Zweedse ondernemer Ingvar Kamprad werd in 1958 voor gek verklaard toen hij zijn eerste Ikea-vestiging opende, de grootste woonwinkel van Scandinavië.

Zes decennia later wordt naar verluidt 10 procent van de mensen verwekt in een Ikea-bed. Grappen over Zweedse ‘schreufjes’ hebben inmiddels een baard; wereldwijd hangen mensen op Klippan-sofa’s en zijn Billy-boekenkasten gemeengoed.

Met dank aan de vooruitziende blik van de inmiddels negentigjarige Kamprad, tot drie jaar geleden nog gewoon lid van de raad van bestuur. Zijn formule van flatpacked meubels tegen lage prijzen, aan de man gebracht in zelfbedieningszaken aan de rand van grote steden, heeft design gedemocratiseerd.

Vijf Ikea-toppers:

Ikea’s eerste warenhuis – geen blauwgele doos, maar een modernistisch, wit gebouw – staat bijna zestig jaar later nog fier overeind. Al is het nog altijd kleine Älmhult inmiddels wel helemaal door Ikea geannexeerd. In het stadje staat een groot kantoor, een ontwerpcentrum waar jaarlijks tweeduizend nieuwe producten worden ontwikkeld, een testlab, een perscentrum, een distributiegebouw, een outlet store en ja, zelfs een Ikea-hotel.

Dat met Ikea-meubels ingerichte hotel – zonder bijbel, maar wel met de nieuwste Ikea-catalogus op het nachtkastje – krijgt een nieuwe vleugel. Älmhult rekent op de komst van vele toeristen. In de eerste Ikea-vestiging opent donderdag namelijk het geheel vernieuwde en sterk uitgebreide Ikea Museum.

De legendarische zuinigheid van Kamprad is aan zijn kantoor af te lezen

Zo’n prominent visitekaartje past in de nieuwe strategie van het bedrijf. Na het vertrek van Kamprad is Ikea begonnen om zich meer open te stellen voor de buitenwereld. Plannen worden eerder gedeeld en journalisten zijn af en toe welkom om rond te neuzen.

In het Ikea Museum is Kamprad alom aanwezig. Een paar van zijn axioma’s – ‘Het meeste werk moet nog gebeuren. Ons wacht een glorieuze toekomst’ – staan in chocoladeletters op de wanden. Een van de eerste dingen waar de bezoeker op stuit, is het kantoorinterieur van Kamprads huis in Zwitserland, waar hij als belastingvluchteling 35 jaar heeft gewoond.

Zijn legendarische zuinigheid – een twintig jaar oude Volvo, met de bejaardenpas in het openbaar vervoer, hergebruikte theezakjes – is aan dit interieur af te lezen: eerder een studentenkamer met kringloopspullen dan het vertrek van een van de rijkste mensen op aarde.

Kamprads spaarzaamheid zit in het DNA van zijn bedrijf en dus ook in het museum. De gebruikte materialen zijn sober, het design is functioneel. Als bezoeker moet je af en toe zelf iets doen. Bijvoorbeeld de knop van de camera bedienen, waarmee je jezelf kunt portretteren in de keuken die gebruikt werd voor het omslag van de laatste catalogus.

Tapijt van geknoopte reepjes textiel

De zuinigheid krijgt historisch reliëf op de afdeling over de geschiedenis van Småland, de provincie waar Ingvar Kamprad opgroeide, op de boerderij Elmtar in het gehucht Agunnaryd (vandaar de naam Ikea, een acroniem).

Småland was tot de jaren dertig van de vorige eeuw arm en de bewoners moesten zich redden met zelfgemaakte meubels en, vooral, spaarzaamheid. Aandoenlijk zijn de van reepjes oud textiel geknoopte tapijten – een product dat Ikea nog altijd in het assortiment heeft.

Als kind toonde Kamprad zich al ondernemend, blijkt op de afdeling over zijn jeugd. Als een marskramer ging hij de boerderijen langs om lucifers en kerstkaarten te verkopen, later bood hij revolutionaire vindingen als balpennen en scheerapparaten aan. Zijn verdiensten verzamelde de jonge Dagobert Duck in een Hofnar-sigarendoos waar hij ‘KASSA’ op had geschreven.

Twee etages in het museum zijn gereserveerd voor de geschiedenis van het bedrijf. Die wordt met humor en inventiviteit verteld.

Het gehaktballetje uit de bedrijfsrestaurants en het al even onvermijdelijke inbussleuteltje krijgen een aparte vitrine. De ballenbak voor de kinderen zweeft als een slang door het atrium. De succesnummers Billy en Klippan hebben een eigen afdeling met fraaie audiovisuele vondsten. Geestig zijn de anekdotes die Kamprad, tegenwoordig getooid met een indrukwekkende geitensik, over zijn boekenkasten vertelt in een videoboodschap.

Geen aandacht is er voor de ‘jeugdzonde’ van de grote ondernemer – zijn sympathie voor het nazisme. Onbelicht blijft ook de wijze waarop Ikea, onder meer met Nederlandse dochterondernemingen, recent ruim een miljard euro aan belasting ontweek. Maar voor het overige wordt een compleet en onderhoudend beeld geschetst van een succesbedrijf en zijn onorthodoxe grondlegger. Tegelijk biedt het Ikea Museum een leerzame blik op zestig jaar designgeschiedenis.

Het Ikea Museum, open vanaf 30 juni, Ikeagatan 5 in Älmhult. Dagelijks van 10-19 uur. Toegang: 60 SEK (6,37 euro). Zie: ikeamuseum.com

    • Arjen Ribbens