UCI gaat fietsen in Tour ook testen met warmtecamera’s

In de Tour de France wordt vanaf zaterdag ook met warmtecamera’s getest op motortjes. Eerder bleek die methode niet waterdicht.

Als het aan de internationale wielerbond UCI ligt wordt het in de Tour de France, die komende zaterdag in Mont-Saint-Michel begint, onmogelijk om met mechanische doping weg te komen. De UCI kondigde maandag een detectiesysteem met warmtecamera’s aan, dat naast het reeds gebruikte magnetische systeem de pakkans nog groter moet maken. In de Giro d’Italia werden 2.000 fietsen gecontroleerd op mechanische doping. In de Tour moeten dat er nu 5.000 worden.

Het nieuwe systeem werd ontwikkeld door het Franse atoom-agentschap CEA, in opdracht van het Franse ministerie van Sport. Een eerste test vorige week tijdens het nationaal kampioenschap in Frankrijk stemde David Lappartient, voorzitter van de Franse wielerbond, tevreden. „Zelfs een stilstaande motor kan worden gedetecteerd,” zei Lappartient maandag op een persconferentie.

Het nieuwe systeem maakt de tablets, waar de UCI mee test sinds op het WK veldrijden in januari in een fiets van de Vlaamse Femke Van den Driessche een motortje werd ontdekt, niet overbodig. Beide methoden zullen naast elkaar worden ingezet tijdens de Tour.

Christian Prudhomme zei blij te zijn met de komst van de warmtecamera’s. De Tourbaas zou volgens de website Cyclingnews al sinds april, toen de Franse zender Stade 2 met een warmtecamera ‘verdachte’ beelden maakte van enkele frames tijdens twee wedstrijden, aansturen op het gebruik van een warmtesysteem. Die beelden hebben niet geleid tot een schorsing. „De methode was niet effectief”, schreef de UCI in een persbericht eind april. „Het is makkelijk om een warmteschild te installeren, waardoor een camera niets verdachts ziet.”

Achter de schermen werd doorgewerkt aan een beter systeem. CEA zou dat nu gevonden hebben.