Tropisch gif dringt door tot de Oosterschelde

Schelpdieren met het gif tetrodotoxine zijn gevaarlijk voor mensen. Ineens zit het gif in de Oosterschelde en bedreigt het er de mosselen.

Een gevaarlijk natuurlijk gif dat vooral van tropische vissen bekend is, zit plotseling in oesters en mosselen in de Oosterschelde, zo werd afgelopen weekend bekend. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft in twee delen van de Oosterschelde de schelpdieroogst ingeperkt.

1 Wat is er aan de hand?

In de Oosterschelde zijn vorige week op twee plaatsen in de kwekerijen mosselen en oesters gevonden waarin te veel van het natuurlijke, maar voor mensen dodelijke gif tetrodotoxine zit. Pas sinds vorig jaar test de NVWA Nederlandse schelpdieren hierop.

In de twee regio’s van de Oosterschelde die besmet zijn, mogen tijdelijk geen mosselen of oesters worden geoogst.

Het is geen oesterseizoen, en mosselen worden daar weinig gekweekt. Wel liggen er bij Yerseke grote ‘verwateringspercelen’, waar mosselen een paar dagen blijven om het zand eruit te laten spoelen. Daar mogen de mosselen nu pas uit gehaald worden als uit steekproeven blijkt dat er geen tetrodotoxine in zit. Dat komt op een slecht moment voor de mosselsector, want woensdag wordt het nieuwe mosselseizoen geopend.

2 Wat is tetrodotoxine voor gif?

Tetrodotoxine is geen schelpdiergif, het is vooral een vissengif. De kogelvis, die stekelige vis die zichzelf kan opblazen, is berucht vanwege tetrodotoxine. Het is een gemeen gif, eigenlijk een groep verwante gifstoffen. Tetrodotoxines leggen zenuwcellen plat. Slachtoffers krijgen verlammingsverschijnselen en allerlei andere klachten. De verlamming van de ademhalingsspieren is het gevaarlijkst. Er bestaat geen tegengif: patiënten die er ernstig aan toe zijn, worden beademd tot ze hopelijk herstellen. Er zijn ook enkele andere dieren, zoals bepaalde wormen, slakken en octopussen, die het gif produceren. Maar dat gif produceren ze niet zelf. Dat doen bacteriën in hun lichaam voor ze, want tetrodotoxine is een bacteriegif.

3Hoe komt dat gif ineens in de Oosterschelde?

Dat is nieuw. Tetrodotoxines waren nooit een probleem in Europese wateren. Die giftige vissen leven vooral in tropische zeeën – al werd in 2007 al iemand flink ziek van tetrodotoxine nadat hij een verkeerde Spaanse zeeslak had gegeten.

Maar in januari 2015 meldden Britse wetenschappers dat ze tetrodotoxines hadden gevonden in mosselen en oesters die in 2013 en 2014 in Zuid-Engeland waren geoogst. Vervolgens zijn er in Nederland tests gedaan op mosselen en oesters (die waren in de zomer van 2015 voor ander onderzoek verzameld). Daarbij bleek dat ze ook in de Oosterschelde voorkomen. Sindsdien test de NVWA elke week steekproefsgewijs op tetrodotoxine, met deze vondst als resultaat.

De Britse onderzoekers vonden ook Vibrio-bacteriën in de besmette schelpdieren. Die bacteriën zijn vermoedelijk een bron van het gif. Bekend is dat Vibrio-bacteriën door klimaatverandering meer voorkomen in de Noordzee. Maar het is ook mogelijk dat andere bacteriën, wormen of algen de bron zijn van het gif.

4 Hoe gevaarlijk is het nu om mosselen en oesters uit de Oosterschelde te eten?

Volgens de NVWA zit er geen tetrodotoxine in mosselen en oesters die in de winkel worden verkocht, aangezien ze eerder al getest zijn en veilig zijn bevonden. Zou iemand toch een hele zak besmette mosselen eten (van een kilo, inclusief de schelpen), dan zou die nog niet genoeg gif binnenkrijgen om ziek te worden. Er zit een flinke veiligheidsmarge in de test ingebouwd.

Sowieso worden alle Europese schelpdierkwekerijen standaard getest op gevaarlijke gifstoffen die in schelpen kunnen voorkomen. Die stoffen veroorzaken diarree, bloedingen of hersenbeschadiging – al naar gelang de aard van het gif. Die gifstoffen komen uit algen, en ze worden niet verdelgd door verhitting van de schelpdieren.

De NVWA test met steekproeven Nederlandse mosselen en oesters op deze gifstoffen. De instantie test ook het zeewater op algen, en op de bacterie E. coli (die duidt op een besmetting met rioolwater). Zo’n tien keer per jaar wordt er iets verkeerds gevonden. Dan wordt een deel van de Nederlandse mossel- en oesterteelt tijdelijk gesloten.

Dat systeem werkt. Het Voedingscentrum noemt het risico op zo’n vergiftiging met algengif ‘zeer klein’. Wel raadt de NVWA af om nu zelf schelpdieren te rapen in dit deel van de Oosterschelde. En aan restaurants is gevraagd om niet „aan de achterdeur” schelpdieren te kopen van particulieren.

5 Wat wordt er nu gedaan?

De mosselsector gaat elke dag monsters nemen uit de verwateringspercelen bij Yerseke, en laat ze testen op tetrodotoxine. Zo’n test duurt een dag, aldus het Nederlands Mosselbureau. Zo kunnen delen van de verwateringspercelen toch gifvrij verklaard worden, en kan de handel doorgaan. De schade voor de sector is nog onduidelijk. Dat hangt af van de resultaten van de metingen en of de consument de Zeeuwse mossel nog aandurft.

    • Hester van Santen