Spanje doet wereld niet langer versteld staan

Italië-Spanje Spanje is Spanje niet meer. Niet langer het voetballand dat de internationale velden domineerde. Italië zorgde voor de nekslag.

Ook de inspanningen van verdediger Gerard Piqué in de spits leiden niet tot resultaat. Foto Lee Smith/Reuters

Het Spanje van Vicente del Bosque (65), wat een ploeg was dat. Het beste nationale elftal dat ooit op deze aardbol elkaar de bal toespeelde. Die moedeloos makende controle, het langzaam wurgen van tegenstanders door de oneindigheid van balbezit, toen balbezit nog iets was om te ambiëren. Als er ooit een landenploeg de voetballende afstemming van een clubteam benaderde, dan was het dat Spanje van het voorbije decennium, ondanks de altijd dreigende verdeeldheid langs de scheidslijn Real Madrid/Barcelona.

Aan alles komt een eind. Er was ook al een eind gekomen aan de wereldheerschappij van La Roja, de door Oranje ingeleide afgang op het WK 2014, uitgeschakeld in de groepsfase. De hemel brak los die vrijdag 13 juni 2014 in Salvador Bahia, vlak na Robin van Persies duikvlucht en kopgoal, en schrik sloeg die Spanjaarden in de benen. Het werd 5-1.

Zo’n zelfde hoosbui teisterde publiek en spelers rond de aftrap in Stade de France, in de achtste finale tegen Italië. Dat kon, zeker achteraf gezien, als omineus weersverschijnsel geduid worden. Dat Spanje hier stond tegen de Squadra Azzurra, en niet tegen het zwakkere Portugal twee dagen eerder in Lens in die beduidend minder sterk bezette helft van het toernooischema , was al een stom lotgeval, na de nederlaag tegen Kroatië.

Verstikkende veelheid spelers

Het ging dus weer mis tegen Italië (2-0). Met een volgepropt middenveld als hindermacht en een defensie die de Italiaanse traditie meer dan recht doet, bouwde bondscoach Andrea Conte de ruimtes dicht in een verstikkende veelheid van spelers. En de goal kwam ook nog, zeker niet onverdiend. Een kopbal van de machtige spits Graziano Pellè, ooit AZ’er en tot wasdom gekomen bij Feyenoord, werd nog gepareerd door de doelman David de Gea. Maar bij een lage, harde vrije trap over het natte gras kon hij kennelijk niet anders dan de bal weer terug in de doelmond brengen. Vol overgave stormden direct twee Italianen op de bal af, van wie Giorgio Chiellini scoorde.

Tja, overgave. Er was aan Spaanse zijde tegen Italië te weinig van, te bleekjes. Verdediger Gerard Piqué ineens als reus op lemen voeten, te traag in de rugdekking. Pijnlijk blootgelegd bij de grootste kans voor Italië een kwartier voor tijd, toen het via Pellè ineens met één kaats de diepte inging. Lorenzo Insigne, met ver achter zich Piqué, faalde in de afwerking. Het balletje ging bij Spanje nog wel van voet naar voet, met Andrés Iniesta als moderator.

De vonk die de ploeg deed ontbranden, ontbrak in het natte Saint-Denis

Maar hoe vaak je bij zo’n wedstrijd van Spanje niet denkt: schiet toch zelf eens! En dan volgt dat passje naar die man die er misschien, in theorie, iets beter voor staat. Zo kan dat spelletje van ze toch niet bedoeld zijn? Cesc Fabregas die zijn rol op het middenveld, wat die ook was, nooit vond. David Silva miste de visie, de ingevingen die tegen Kroatië nog tot de pass van het toernooi inspireerde. Maar tegelijkertijd: ruimtes die tot zulke passes inspireren, waren er niet tegen Italië. Twintig minuten voor tijd kwam nog één keer alles samen: hakje Silva, passje Iniesta, overstapje, schot van invaller Aritz Aduriz. Naast.

In de slotminuut werd Piqués miserabele avond vervolmaakt toen voor de goal van de Italianen ineens de bal voor zijn voeten kwam en hij, met meer vrijheid in het strafschopgebied dan welke Spanjaard ook de hele wedstrijd mocht ervaren, halfhartig in de handen van Gianluca Buffon schoot. Toen Pellè zijn sterke pot beloonde met de 2-0, capituleerde het stuk gecounterde Spanje. Maar het gevoel, het geloof, was al eerder weg. De ontreddering viel mee trouwens, de superprofs van Spanje leken ergens afstand te hebben genomen van hun diepere emotie.

Del Bosque, monument van het Spaans voetbal met een WK-titel en EK-titel achter zijn naam, was de rust zelve. „We moeten deze nederlaag accepteren, de blik naar de toekomst gericht. Het mocht niet zo zijn.” Zijn werkzame leven zit erop, vermoedelijk, al zei hij dat hij dat nog zou bespreken met de Spaanse bond. Hij kreeg het vertrouwen de verjongingskuur in gang te zetten na het debacle in Brazilië in 2014. Hij deed het, daar niet van, maar de vonk die de ploeg deed ontbranden, ontbrak in het natte Saint-Denis gisteren.

Iniesta: ongeëvenaard

La Roja, Spanje, de titelverdediger, is klaar. Acht jaar lang de beste in Europa geweest, tot nu. Wat begon met het succes van wijlen bondscoach Luis Aragones, die de Spaanse belofte in 2008 inloste na 44 jaar toernooifrustratie, evolueerde in de jaren daarna tot een soort symbiose met de dominantie van FC Barcelona in het clubvoetbal. Er zitten spelers tussen, Andrés Iniesta is er zo één, die vijf jaar lang de belangrijkste prijs wonnen van het seizoen: EK (2008), Champions League (2009), WK (2010), Champions League (2011) en EK (2012). Ongeëvenaard.

Deze nederlaag, de afbrokkeling van een gouden generatie, zal weinig afdoen aan hun status, maar de voetbalploeg rond Iniesta zal in deze samenstelling de wereld niet meer versteld doen staan.

    • Bart Hinke