Wat vooraf ging: Oorlogsfotograaf Natan Haandrikman stond midden juli 2014 op het punt om naar de Gazastrook te vertrekken. Zijn geliefde Branda probeerde hem te weerhouden.

Feuilleton in 60 afleveringen

4/60

President Tsaar op Obama Beach

A.F.Th. van der Heijden

Wat voorafging: Oorlogsfotograaf Natan Haandrikman stond midden juli 2014 op het punt om naar de Gazastrook te vertrekken. Zijn geliefde Branda probeerde hem te weerhouden.

De oude dichters wisten er wel raad mee, maar kon een gezonde jongeman als ik, in deze tijd, heimwee hebben naar iets dat hij nooit gekend had?

Branda’s voorgangsters waren zonder uitzondering geschoren of gewaxt, helemaal of bijna helemaal. Zelf had ze, ter weerszijden van haar tere sleuf, een zuinig strookje intact gelaten. Het leek net of de gemillimeterde krulletjes, betrapt, bezig waren erin weg te kruipen, met nog wat achterblijvers aan de boorden, waar het dringen was. Het zou wel een afwijking zijn, maar ik leed al sinds mijn adolescentie aan een ziekmakende nostalgie naar de tijden van volgroeid schaamhaar. Natuurlijk was ik vertrouwd met het beeld, opgediept uit de verkleurde pornoverzameling van mijn vader, maar in het echt… nooit. Pubisbeharing leek een door planmatige uitroeiing bedreigde plantensoort, een parasitair gewas, en nog onhygiënisch ook. Hier was sprake van een misschien onbedoeld maar wereldomspannend wetenschappelijk experiment betreffende massale navolging – niet openlijk, maar zich voltrekkend in de verborgenheid van badkamer, waxsalon en lingerie. De propaganda stamde hier niet uit hees geschreeuw van een dictator, en leek eerder te verlopen via een fluistercampagne die aan een half woord genoeg had. Een stille revolutie, net zo geruisloos als het vallen van lokken op het linoleum van een kapperszaak. Een kwestie van luttele jaren, en toen was het grootste deel van de vrouwelijke wereld glad als het naakt op een renaissanceschilderij.

‘Stel je nou eens voor, Natan,’ zei mijn vader, ‘dat mijn tastzin in 1969 op een zorgvuldig getrimd plantsoentje was gestuit met, godbetert, een heel fietsenrek aan piercings dan had ik me compleet verraden gevoeld. Het meisje had zich opgetuigd… niet voor mij, nee, voor de mannen in haar leven. Je wist maar nooit wie er onverwacht voorbijkwam. Het mysterie iets publieks geworden, openbare ruimte, een plaats van samenkomst. Alleen al de constatering dat ze haar vrouwelijkheid met mannelijke attributen… scheerschuim, Gillette, aluin… nuchter en technisch te lijf was gegaan, zou me misselijk van ontgoocheling hebben gemaakt. Er valt jouw generatie heel wat te benijden, Natan, maar niet dat wijdbeense gepruts van jullie dates voor een ronde lachspiegel… met nog snijwondjes op de koop toe…’

In de literaire coterie rond mijn vader bevonden zich nogal wat oudere, gescheiden mannen met een gevarieerder liefdesleven dan dat van Patrick Haandrikman. Ze toonden zich allemaal ontevreden met de sinds hun getrouwde leven zo ingrijpend veranderde pubismode. Een huisvriend hekelde ‘het gelazer van die meiden’, waarbij hij ‘gelazer’ eerst op z’n Nederlands en daarna verengelst uitsprak. ‘Met wortelkanaalbehandeling, dat bedoel ik. Het groeit gegarandeerd nooit meer aan.’

‘Ach, modes zijn net zo veranderlijk als het klimaat in tijden van CO2,’ zei Patrick. ‘Op een dag keert het schaamhaar in volle glorie terug. Behalve bij die belazerde gelaserde gevallen. Dat worden dan de paria’s van de nieuwe tijd. Net zo bespot en buitengesloten als de kaalkop uit de tijd toen mannen hun schedel nog niet schoren om op een boeddhist of sportschoolgoeroe te lijken.’

‘Natan, dat kan echt niet meer in deze tijd, die overvloedige aanplant,’ zei Branda. ‘Je staat als vrouw voor gek.’

‘Niet als je me trouw blijft,’ zei ik. ‘Dan hoeft niemand anders dan ik het te zien. En ik ben een liefhebber, dat weet je. Jij wilt niet voor gek staan bij andere mannen. Je houdt alle mogelijkheden open. Opportunistisch tot in je haarfollikels.’

‘Laten we het over jouw trouw hebben, mispunt.’

Daar gingen we weer, maar ditmaal bleef de verzoenende ontlading uit. Ik was te ver gegaan – door aan haar trouw te twijfelen, of juist door te veel trouw van haar te eisen.

Op een ochtend trof ik haar naakt in de badkamer, waar ze zich op haar tenen in de spiegel bekeek. Hoe rap ze zich ook met beide handen bedekte, de schaduw van donkere stoppels over het os pubis ontging me niet. Ik schaamde me achteraf voor de eerste gedachte die bij me opkwam: Branda heeft een tweede minnaar, die verlangt dat ze ophoudt zich te waxen.

‘Ik had je willen verrassen,’ zei ze. ‘Een paar weken nog, en dan… voor jou. Alleen voor jou.’
Terwijl ik haar aan bleef kijken, bewonderde ik het nog laagpolige matje met de rug van mijn hand. ‘Als ik uit Gaza terugkom, is het volgroeid.’

Ze sloeg mijn hand weg. ‘Het cadeau geldt alleen voor als je thuisblijft.’

Handtekening A.F.Th. van der Heijden