Recht & Onrecht

Op ICT bezuinigen én online opsporing verwachten - dat gaat niet samen

Een sleutelfiguur vertrekt bij de Nationale Politie – uit protest tegen een bezuiniging van 40 miljoen euro op ICT, in combinatie met de opdracht de politie nieuwe online taken te geven. En dat is uniek – en onrustbarend.

Ik heb mij de afgelopen, zeg vijftien jaar steeds verbaasd over nieuw benoemde bevelhebbers der strijdkrachten. Ze waren steeds beschikbaar om hun afzwaaiende voorganger op te volgen met een eed op de vlag en ander ceremonieel. Dat terwijl de krijgsmacht bezig was uiteen te vallen. Als een krijgsmacht niet meer in staat is om de integriteit van het grondgebied te waarborgen, onvoldoende reserveonderdelen heeft en  onvoldoende munitie om nog te oefenen, wie wil er dan nog de verantwoordelijkheid voor zo’n organisatie nemen?

Bezuiniging op bezuiniging raakte de krijgsmacht de afgelopen vijftien jaar steeds weer gevoelig en steeds weer kwam er een nieuwe generaal die riep dat hij er iets moois van zou maken. Wie wil toch de verantwoordelijkheid dragen voor zo’n organisatie en voor de inzet van mensen? Wie heeft zo’n blinddoek voor?

Een verwante verbazing bekroop mij toen de korpschef van de nationale politie akkoord ging met weer een bezuiniging op zijn budget  waardoor politiebureaus gesloten moesten worden, bureaus die ontmoetingsplaatsen zijn van politie en burgers, noodzakelijke ontmoetingsplaatsen voor een organisatie die roept dicht bij de burger te willen staan.

Waarom verzette hij zich niet tegen die aantasting van de basisfilosofie van de nationale politie, waarom nam hij geen ontslag? Inge Philips heeft dan nu gedaan. Ze gaat weg. Zij waarschuwde dat als de Tweede Kamer vasthoudt aan de bezuiniging op ICT bij de politie, die niet aan online opsporing kan gaan doen. Inge Philips, plaatsvervangend hoofd van de Landelijke Recherche, was  belast met de invoering van de nieuwe wet Computercriminaliteit III  bij de politie.  Zij  achtte het ‘volstrekt onverenigbaar’ om de politie nieuwe online taken te geven, terwijl daar tegelijkertijd 40 miljoen euro moet worden bezuinigd op ICT. Philips: ‘De politiek vraagt heel veel van de politie. Ze moeten zich goed afvragen waar de prioriteit ligt.’ Lees hier het Volkskrant bericht.

Niet bij de ICT dus concludeerde Inge Philipse  en ze besloot te vertrekken, een rising star binnen de nieuwe politie die de pijp aan maarten geeft. Dat gebeurt zelden. Er is wel een uittocht van bekwame politiechefs geweest rondom de vorming van de nieuwe politie, maar het hoofdmotief daarbij was  dat de betrokkenen gepasseerd werden voor een van de kwartiermakersplaatsen in de reorganisatie, en niet het gat tussen politieke opdracht en schaarse middelen.

Het patroon is natuurlijk bekend: er wordt nieuw beleid geformuleerd en in de Kamer geaccordeerd, maar de middelen die ervoor nodig zijn worden niet of mondjesmaat   meegeleverd. Zoek het maar uit.  De beleidsproducerende  ambitie van regering en parlement is veel groter dan de beschikbare financiële en personele middelen om die te realiseren. Is het niet al heel lang geleden dat een minister-president zei dat het in het beleid ging om smalle marges?

De dramademocratie leeft van het moment en van het gebaar, niet van de stille, stug volgehouden en steeds met teleurstellingen gepaard gaande  strijd om de realisatie van plannen. En de vaststelling dat het niet lukt dat die plannen te ambitieus waren is vervolgens weer deel van de volgende acte van het drama; een breed gepubliceerde parlementaire enquete of een brede onderzoek commissie. Medialogica die de kalme vastberadenheid van  het zoeken naar goed beleid en goede uitvoering verlamt. En dat geldt niet alleen binnen de politie.

Inge Philips is een uitzondering. De meeste politiechefs blijven gewoon zitten, net als de meeste bevelhebbers trouwens. Ambtenaren, ook hoge, zijn gewoon werknemers die als ze nee zeggen geen inkomen meer hebben. Het zijn, als het er op aankomt, gewoon  betaalde uitvoerders van politiek vastgesteld beleid, of dat nu realistisch beleid is of niet, dat is hun zaak niet. Dat is het centrale kenmerk van de ambtenaar. Die afhankelijkheid wordt binnen de politie nog versterkt door het er daar ingeramde adagium van de ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag. Het is een centraal deel van de cultuur. Protest veroorzaakt schuldgevoel, vertrek ook. Blijven is dus regel, vertrek hoge uitzondering. Af en toe is er zo’n uitzondering. Een uitzondering die haar opdracht zo serieus neemt dat ze zegt; ik wil hier geen verantwoording voor dragen. Het betekent overigens voor de politie  verder niets, want de rest  gaat gewoon verder met  werken en ademhalen. Misschien is er hier een daar een politieman of vrouw die denkt: als je nu roept dat je een “professional” bent in een “professionele organisatie” hoort daar dan niet ook bij dat  je  actief mee zoekt naar de middelen om je beleid te realiseren en dat je nee zegt als je na veel waarschuwen je verantwoordelijkheid niet meer kunt dragen?

 

Piet van Reenen was politieman, onderzoeker, directeur van de Politieacademie en hoogleraar Politie en Mensenrechten. De Politiecolumn verschijnt wekelijks en wordt afwisselend geschreven door politiedeskundigen.