Luisteren: Dit zijn de albums die NRC deze week bespreekt

De Nigeriaanse drummer Tony Allen verenigt
de beste Haïtiaanse muzikanten in zijn Afro-Haitian Experimental Orchestra. En innovatieve trompettist Theo Croker speelt vrolijke latinjazz.

  • ●●●●●

    Dj Shadow: The Mountain Will Fall

    shadow

    pop: Josh Davis, alias Dj Shadow, maakte twintig jaar geleden de klassieker Endtroducing.. en heeft sindsdien te maken met een remmende voorsprong. Destijds kreeg hij waardering voor het ingenieuze geluidsmozaïek dat hij opbouwde uit samples van vinylplaten. Tegenwoordig is samplen digitaal heel simpel, en is het gemeengoed geworden. Toch maakt Davis nog steeds nummers die klinken alsof hij vinyl-fragmenten aan elkaar puzzelt- inclusief het ‘gekraak’ van een versleten plaat. Voor zijn nieuwe , zesde album, The Mountain Will Fall, maakte Dj Shadow weer instrumentale tracks, waarvan een aantal naar hiphop neigen maar een paar abstracter klinken, of ze zijn geïnspireerd door eigentijdse dancestijlen. Zo zwenkt hij van het Brian Eno-achtige ‘Ashes To Oceans’, naar de ratelende ritmes van ‘Ghost Town’. Hoe wijdverbreid de techniek inmiddels ook is, Dj Shadow is nog altijd een meester. Zo weet hij niet alleen de losse fragmenten, maar ook de afzonderlijke nummers samen te smeden tot een mooi afwisselend en evocatief geheel. Hester Carvalho

  • ●●●●

    Afro-Haitian Experimental Orchestra: AHEO

    aheo

    Wereld: De Haïtiaanse muziek maakt een renaissance door. Het land is de allesverwoestende aardbeving van 2010 nog lang niet te boven, maar muzikanten lijken zich meer dan ooit bewust van hun bijzondere muziekcultuur. Iets soortgelijks gebeurde in New Orleans in de nasleep van na Katrina. Probleempje bij de Haïtiaanse muziek: het is taaie kost voor westerse oren. De Nigeriaanse meesterdrummer Tony Allen verenigt nu de frontlinie van de Haïtiaanse muziek (RAM, Erol Josué, Lakou Mizik) in zijn Afro-Haitian Experimental Orchestra. Als uitvinder van de afrobeat is de trans-Atlantische aard van dit project voor hem een tweede natuur. Maar met klassieke afrobeat heeft deze plaat niets te maken, het is een collage van oud en nieuw, traditioneel en experimenteel, Afro-Caribisch en westers. Alsof de Haïtiaanse muziek van zichzelf nog niet hypnotiserend genoeg is, zitten de tracks vol elektronica met hetzelfde effect. Allens subtiele drums en de rauwe stemmen doen de rest. Leendert van der Valk

  • ●●●●

    Mike Fentross (luiten) en
    Maarten Ornstein (basklarinet):
    Oblivion soave

    soave

    Klassiek: In 2013 verrees in een voormalig Amsterdams badhuis een nieuwe ontmoetingsplek voor musici: Splendor. Een van de vruchten van dit podium annex muzikaal laboratorium, is de samenwerking tussen luitist Mike Fentross en basklarinettist Maarten Ornstein. Wat je met die bijzondere instrumentencombinatie zoal kunt doen, is te horen op Oblivion soave. Het album gaat van Constantijn Huygens (het fraaie ‘Que ferons nous’, een van de fraaiste composities) tot Arabische muziek, van John Dowlands hit ‘Flow my tears’ tot de opzwepende neo-volksmuziek van de Zweed Mikael Marin. Merkwaardig is de bewerking van Arvo Pärts melancholieke ‘Spiegel im Spiegel’, dat door het getokkel iets koddigs krijgt. Ornstein klinkt soms wel heel ingetogen, waardoor je op cd niet de indruk krijgt dat er voor jou wordt gemusiceerd, maar Fentross en hij mengen uitstekend – een bijzonder plaatje. Merlijn Kerkhof

  • ●●●●

    Mariss Jansons: Sibelius

    sibelius

    Klassiek: Waarom is het Orchester des Bayerischen Rundfunks zo’n algemeen geliefd ensemble onder de grootste dirigenten? Een wandelgangenverklaring luidt dat het orkest uit München in aanlokkelijke donkere diepgang de wereldberoemde Wiener en Berliner benadert, maar zonder de arrogantie van die beroemdere collega’s. Meer bescheiden soloblazers gaan op in het ronkende geheel, de strijkers hebben een grote stijlflexibiliteit. Chef-dirigent Mariss Jansons laat de melancholische kant goed horen op deze live opgenomen Sibelius-cd, waar het propagandawerk Finlandia nóg broeieriger klinkt dan je gewend bent. Jansons’ aanpak van de Tweede symfonie is ronduit episch: kolkende onderstromen, larmoyante vertragingen en een trage finale waarin de spanning soms bijna wegebt. De symfonie kan het nèt hebben, het orkest - dat het lastige raderwerk adequaat bedwingt - zeker ook. Amanda Kuyper

  • ●●●●

    Theo Croker: Escape Velocity

    velocity

    Jazz: Theo Croker springt eruit als een van de meest innovatieve trompettisten van zijn generatie die met verbazend gemak zijn ideeën in moderne jazz vat. Er valt veel te ontdekken op zijn nieuwe album Escape Velocity met zijn band DVRK FUNK. De jazz van de kleinzoon van trompettist Doc Cheatham is tijdloos, maar tegelijk ook heel erg in het moment. Naast zijn postbop scheert hij ritmisch alert langs souljazz en funk vol grooves en er is vrolijkheid in latinjazz, aangespoord door de zangeres die al een tijdje zijn mentor is, Dee Dee Bridgewater. Croker – 30 jaar, geboren in Florida – legt in zijn composities een stevige sound neer, verhalen vertellend op zijn trompet. Er is jazz van verzet in ‘We Can’t Breathe’, als antwoord op de dood van de zwarte man die omkwam door gewelddadig politieoptreden. In ‘It’s Gonna Be Allright’ is de trompet een vredesboodschapper, terwijl ‘Because of You’ snel opzweept naar een lyrische powerballade. Amanda Kuyper

  • ●●●●

    Neko Case, k.d. lang & Laura Veirs: case/lang/veirs

    neco

    Pop: Grootmoeders zijn het nog niet, maar opgeteld vertegenwoordigen singer/songwriters Neko Case, k.d lang en Laura Veirs meer dan 65 jaar ervaring in het artiestenvak. Alle drie ontwrongen ze zich aan traditionele folk en country voor een intens persoonlijke stijl, die fantastische liedjes opleverde als ‘Constant Craving’ (lang), ‘Hold On, Hold On’ (Case) en ‘Sun Song’ (Veirs). Hun samenwerking in laatstgenoemd duet bracht Neko Case en Laura Veirs op de gedachte van een trioproject met hun beider heldin k.d. lang, de Canadese zangeres die in 1997 een eervolle co-credit van de Rolling Stones kreeg toen hun ‘Anybody Seen My Baby?’ verdacht veel op ‘Constant Craving’ bleek te lijken. Mick Jagger waste zijn handen in onschuld: zijn dochter had het thuis gedraaid en de invloed moet onbewust zijn geweest.

    Het gezamenlijke album case/lang/veirs is aan alle kanten verzorgd, doordacht en uitgewerkt in fraaie orkestarrangementen of subtiele bandbegeleiding. De nummers werden geschreven in wisselende combinaties maar behouden telkens de identiteit van de leadzangeres, in Veirs’ poëtische ‘Greens of June’ en de manier waarop Neko Case haar stem in ‘Delirium’ breed laat galmen. k.d. lang schittert in het weemoedige ‘Blue Fires’, magistraal mooi gezongen met Case en Veirs als nadrukkelijk aanwezig achtergrondkoor. De meerwaarde van de samenwerking schuilt in het feit dat deze drie dames er alles voor over hebben om elkaars muziek naar een hoger plan te tillen, zoals overduidelijk bij het in canon gezongen ‘Atomic Number’ en het prachtig ingetogen, driestemmige ‘I Want To Be Here’. Jan Vollaard

  • ●●●●

    Let’s Eat Grandma: I, Gemini

    gemini

    Pop: Het Engelse tienerduo Let’s Eat Grandma bevindt zich aan exact de tegenovergestelde kant van het singer-songwriterspectrum. Rosa Walton (16) en Jenny Hollingworth (17) maken zich niet druk om een gepolijste sound voor hun ‘psychedelic sludge pop’ met liedjes over het bakken van een chocoladecake en een tweedelig epos over de boomhut in hun achtertuin. Rosa en Jenny laten op hun debuut I, Gemini horen dat ze een kamer vol muziekinstrumenten beheersen, waarvan de prominente blokfluiten in ‘Chocolate Sludge Cake’ en het speelgoedorgel in ‘Eat Shiitake Mushrooms’ eruit springen. Let’s Eat Grandma brengt charmante huiskamerpop met het zelfvertrouwen van twee brutale meiden die de hele wereld aan kunnen, zonder er in ‘Uke 6 Textbook’ een geheim van te maken dat ze nog maar net beginnen aan hun avontuurlijke reis door een zelf te ontdekken poplandschap. Jan Vollaard

    • Lisa Vos