Films die terugkijken op de eigen jeugd

Filmacademie Lichting 2016 De afstuderende filmmakers van de Amsterdamse filmacademie maken egodocumentaires en films over groepsvorming en uitsluiting.

Scène uit In Kropsdam is iedereen gelukkig, de examenfilm van Joren Molter. Foto Joren Molter

Wat een geschenk is dat toch, een moeilijke jeugd. Niet alleen voor schrijvers, tegenwoordig ook voor filmmakers. Zie de lichting 2016 van de hoofdstedelijke Filmacademie, de toekomstige filmelite die maandag zijn proeve van bekwaamheid aflegde in het Eye Filmmuseum.

2016 blijkt een goed jaar voor documentaires, waarbij het opvalt dat het in drie van de zes gevallen egodocumentaires betreft waarin dames via een voice-over terugkijken op de eigen, vrij recente jeugd. Dat valt moeilijk los te zien van het succes van Mea Dols de Jong in 2014. Haar afstudeerfilm If Mama ain’t Happy, Nobody’s Happy ging de wereld rond en bracht De Jong dit jaar in de Cultuur Top 100 van NRC.

Bij egodocumentaires dreigt al snel navelstaren: je moet wel een heel sterk thema of bonte familie hebben. Dat laatste heeft Tessa Louis Pope in The Origins of Trouble, die dit jaar de prijs van de vakjury wint. Je houdt aanvankelijk je hart vast: zo’n geknepen meisjesstemmetje dat zich afvraagt waarom ze zo’n slechte band met haar vader heeft. Wordt dit grachtengordelleed van babyboomernageslacht?

Wel een beetje, maar het verhaal van vader John en moeder Margreet blijkt vol komische knopen te zitten, die Pope lospeutert op een wijze die aan Sarah Polley prachtige Stories We Tell herinnert. En net als het dreigt uit te lopen op zelfvoldane gezinstherapie, volgt een mokerslag die Pope heel verstandig op zich laat staan. Niet alles lukt, maar The Origins of Trouble houdt door sterke montage de neiging tot emotioneel exhibitionisme knap in bedwang. Al ben je wel nieuwsgierig, net als bij Dols de Jong overigens, hoe zij zich filmisch weert buiten de veilige familiekring.

Wat dat betreft getuigt Paul de Ruijters Het nachtelijk halfrond van nog iets meer bravoure en artistieke ambitie. Terwijl andere documentairemakers kozen voor vakbekwame portretten – van ruw bolster, blanke pit-zeebonken in Cargo of onthaaste automatenmakers in The Mechanics - reist hij tot boven de Noorse Poolcirkel, waar de zon zich twee maanden lang achter de horizon terugtrekt, om het leven te vatten in associatieve impressies.

De Ruijter combineert mysterieuze, bijna abstracte natuurbeelden en een indringend soundscape met extreme close-ups van Noren die op de massagetafel of onder de zonnebank even uit hun schimmenrijk ontsnappen en asielzoekers die zich verbazen over de permanente nacht die het lot ze bracht. Al die flarden menselijkheid schetsen een stil, onthecht portret van een plek, een beetje in de stijl van Gianfranco Rosi, die onlangs met Sacro GRA en Fuoccoammare de filmfestivals van Venetië en Berlijn won. Heel misschien kun je De Ruijter verwijten dat hij met sacrale koorzang een emotionele apotheose forceert: met al zijn visuele branie legt Het nachtelijk halfrond zichzelf wel uit.

Documentaires Keep an Eye Filmacademie Festival

Bij de afdeling fictie, zes films van een half uur, ligt de klemtoon bij lichting 2016 op groepsvorming en uitsluiting. Dat is de onderstroom van het iets te uitleggerige Op Zuid, waar een Rotterdammer ’s nachts zijn Marokkaanse jeugdvriend ontmoet, en van Clan, waar een landbouwcommune geen nieuw bloed gedoogt. Een film die een beetje als acteerworkshop oogt, net als Eigen, waar een tweeling uit elkaar wordt gespeeld in een New Age-retraite.

Een visueel sterke proeve van sf-noir biedt Dark Machine, terwijl het mooi geacteerde Grijs is ook een kleur zich wat in eigen doodssymboliek verslikt. Maar de sterkste fictiefilm is een komedie: In Kropsdam is iedereen gelukkig. Daar wordt de Groningse dorpeling Lammert aan escalerende pesterij onderworpen als hij een stuk cake accepteert op een informatieavond van een gehaat windmolenbedrijf. Met de trukendoos van de Zweedse grootmeester Roy Andersson – afstandelijke, statische tableaux vivants – schept regisseur Joren Molter met knap gevoel voor timing een vergelijkbare sfeer van droefkomische lulligheid. Nog zonder een heel eigen stem, maar wie vindt die al in zijn afstudeerfilm? Tenzij dat een egodocument is natuurlijk.

    • Coen van Zwol