De grijze dame

Schrijfster Pia de Jong woont met haar gezin in Princeton, in de VS. Ze schrijft wekelijks over wat haar daar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

Is in Nederland de krant een meneer, hier is hij een dame. Een grijze nog wel. Elke ochtend – ze komt ook op zon- en feestdagen – lees ik The New York Times. Voor dag en dauw wordt ze oneerbiedwaardig de oprit op geslingerd in een blauwe plastic zak verpakt, bij stortregen in twee.

Als de landelijke kwaliteitskrant brengt The Times zo accuraat, evenwichtig en beschaafd mogelijk het nationale en wereldnieuws. Vandaar de bijnaam „grijze dame”. Daarnaast smul ik van het lokale nieuws. Want de krant is ook het sufferdje van 20 miljoen New Yorkers.

Zo zijn er mensen die zich druk maken dat de naam van de Verrazano-Narrows Bridge, de hangbrug die Brooklyn en Staten Island verbindt, verkeerd is gespeld. Ontdekkingsreiziger Giovanni da Verrazzano schreef zijn naam immers met twee z’s. Een actiecomité houdt zich daar al sinds de bouw van de brug mee bezig.

Via de krant volg ik de softijsoorlog op de voet: de traditionele Mister Softee wordt verdreven uit het centrum door concurrent New York Ice Cream. Als een Mister Softee-ijsverkoper toch in het territorium van de concurrent komt, wordt hij begroet met „intimidatie die soms fysiek wordt”.

Over Mister Softee gesproken, de ijscokar komt met een riedeltje de straat inrijden dat bij sommigen het water in de mond doet lopen, maar bij anderen stoom uit de oren doet komen. Toen voormalig burgemeester Bloomberg in 2004 een poging deed het liedje uit de stad te bannen, werd dit gezien als heiligschennis. Er kwam een compromis: De riedel mag alleen spelen als de kar rijdt.

Een andere favoriet is de rubriek met huwelijksadvertenties die evenzeer de tijdgeest vangt. Nog altijd leest het merendeel als een bouquetromannetje, inclusief romantische soft-focusfoto: interieurarchitect Abigail, dochter van een fabrieksdirecteur en een advocate, trouwt met chirurg Patrick, zoon van een zakenbankier en een boetiekhoudster. Ja, er bestaan nog picture perfect families, althans op krantenpapier. Maar ook vind je verhalen van mensen die halsoverkop verliefd worden, hun gezin achterlaten en samen in het diepe springen, dit tot grote verontwaardiging van sommige lezers. Verder staan er de laatste tijd opvallend veel homohuwelijken in.

Terwijl ik dit stukje tik, krijg ik het bericht binnen dat Bill Cunningham is overleden. Wat een verlies. Deze frêle 87-jarige kon je op elk moment van de dag zomaar tegenkomen. Vijftig jaar lang fietste hij door de stad met zijn camera om zijn nek. Cunningham stond voor alles wat New York is. Streetsmart, vrolijk, onafhankelijk en getalenteerd. In de zondagskrant stonden zijn foto’s van gala’s en liefdadigheidsbals. De potpourri van superrijken in exclusieve creaties waren net zo goed een registratie van dit nieuwe tijdperk van extravagantie als de financiële berichten.

Nooit sloeg ik zijn rubriek On the Street over, waarin hij een fotoverslag deed van de straatmode. Hoe excentrieker de kleding, hoe meer plezier hij erin had. Signaleerde hij fluorescerende fietsbroekjes of hoedjes met linten, dan wist je dat het een trend was. Zelf liep de Harvard drop-out die ooit hoedenmaker was altijd in hetzelfde blauwe jackje. Net als iedereen hoopte ik op een dag door deze New Yorkse legende gefotografeerd te worden.

Wat zal de grijze dame haar grijze heer missen. Net als ik.