Brussel bereidt zich voor op een Brexodus

In Brussel wonen ruim 30.000 Britse EU-ambtenaren, politici, lobbyisten en hun gezinsleden. Moeten ze hun koffers pakken nu de Brexit op handen is?

tijnsadee
„Leve de Benelux!” In de Hairy Canary-pub in het hart van de Brusselse EU-wijk klinken vier bierdrinkende Britten op de toekomst van de Europese samenwerking. De enige vrouw in het gezelschap sorteert het ene lachsalvo na het andere. „Laat die EU maar verschrompelen tot de drie kernlandjes Nederland en België en…euh, hoe heet die derde ook al weer?” De mannen gieren het uit.

Met haar naam wil de Britse niet in de krant, „zolang ik daar nog een contract heb”, zegt ze, wijzend naar het Berlaymont-gebouw verderop, het hoofdkwartier van de Europese Commissie.

Ze is één van de 1.226 Britse ambtenaren die werken bij de Commissie. In totaal werken en wonen in Brussel ruim 30.000 Britse EU-ambtenaren, politici, lobbyisten en hun gezinsleden.

Moeten ze hun koffers pakken nu de Brexit op handen is?

„We weten niet waar we aan toe zijn”, zegt de Britse. Een paar uur nadat de uitslag van het Brexit-referendum afgelopen vrijdag bekend werd, kreeg zij dezelfde email die Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker naar alle Britse medewerkers van de EU zond. „Dat we ons nérgens zorgen om hoeven te maken, schreef hij, en nog wat meer blabla.” Ze neemt nog een slok en wordt plots ernstig. „Juncker rept in die email met geen woord over wat ons en onze kinderen, die hier naar Europese scholen gaan, te wachten staat. Zijn Commissie heeft zich totaal niet voorbereid op de Brexit.”

Over een Brexodus uit Brussel wil niemand nog speculeren, maar 25 van de 30.000 hebben het zekere voor het onzekere genomen: de Britse Eurocommissaris Jonathan Hill nam inmiddels ontslag en de 24 europarlementariërs van anti-EU-populist Nigel Farage ruimden hun kamers in het Europees parlement leeg. Farages partij – de United Kingdom Independence Party, die fel pro-Brexit-campagne voerde – kondigde nog vóór het Britse referendum zelfverzekerd aan „Brussel te verlaten, om er nooit meer terug te komen”.

Het bleek geen „ordinaire bluf”, zoals veel van Farages vijanden in het Europees halfrond dachten.

Op de zevende etage in het parlement, waar UKIP in vleugel F kantoor hield, klinkt niet langer het geschater en gerochel van de goedlachse kettingrokende Farage. Het is er nu muisstil. De deuren naar de UKIP-kamers zitten op slot.

„Ze vieren feest in Londen, we hebben ze hier niet meer gezien”, zegt een jonge assistent van een Roemeense europarlementariër een paar fractiekamers verderop.
In de Brusselse gemeente Elsene, waar de meeste Britse EU-ambtenaren wonen, vroegen vrijdag al tien Britten de Belgische nationaliteit aan. Op het gemeentehuis verwachten ze de komende dagen een toeloop.

Dan maar snel Belg worden – dan ben je van alle onzekerheid af. Want zelfs de grootste vakbond namens EU-werknemers, de Union Syndicale, weet niet hoe het verder moet. Zonder EU-nationaliteit kun je niet langer EU-werknemer zijn. Maar de vakbond hoopt dat versoepeling van die regel onderdeel zal zijn van de exit-onderhandelingen tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk.

„Niemand weet hoe dit gaat aflopen”, zegt de Britse journalist Paul McNally tegen de Brusselse nieuwssite BRUZZ. Zijn vrouw werkt voor de Europese Commissie. „Onze toekomst is totaal onzeker, dat is het beangstigende.”

In de Hairy Canary-pub zien de drinkende Britten één lichtpuntje. „Goed dat Farage heeft beloofd nooit meer naar Brussel terug te keren”, zegt de ambtenaar van de Europese Commissie. Maar meteen zet ze de pot bier weer met een klap op tafel. „Bijna vergeten! Farage is een politicus, en politici houden nooit woord.”
Eén van haar drinkende vrienden herinnert zich inmiddels weer de naam van het derde „Benelux-landje”.

„Luxembourg! Yeah. Daar komt jouw blabla-baas Juncker vandaan”, lacht de man. Hij bestelt een laatste rondje en stelt zijn vrienden gerust. „Over tien jaar hebben we weer een Brits referendum over of we terug in de EU willen. Tegen die tijd weten de Britten het zeker: „Shit, we were fucked!’.”

    • Tijn Sadée