Britten drukken op pauzeknop

De Britten zijn hun koelbloedigheid kwijt. De partijen ruziën intern, er is geen leiderschap meer en niemand heeft een plan.

Londen heeft een plan. Althans, er wordt een speciale Brexit-eenheid opgericht, die vanuit het kantoor van de Britse premier nu een plan zal bedenken over hoe de Britse relatie met de Europese Unie eruit moet komen te zien.

„Die zal al onze opties onderzoeken”, zei premier David Cameron maandag in het Lagerhuis, bij zijn eerste optreden na zijn aangekondigde aftreden vrijdag en het voor hem dramatisch verlopen referendum. En hij zei: „Belangrijke veranderingen moeten wachten tot er een nieuwe premier is.”

Daarmee hebben de Britten op de pauzeknop gedrukt. Voor het referendum dreigde Cameron dat hij de artikel-50-procedure, waarmee de scheiding van de EU wordt ingezet, onmiddellijk zou beginnen. Nu geeft hij zijn opvolger tijd.

Dat is ook nodig. Want het opvallendste aan de nasleep van het referendum is: er ís geen plan, er zijn zelfs geen contouren van een plan. Tot ieders verbazing. Toen de politiek verslaggever van Sky News, Faisal Islam, aan een pro-Brexit-Lagerhuislid vroeg hoe nu verder, antwoordde deze: „Er is geen plan. De Leave-campagne heeft geen post-Brexit-plan.” Volgens Islam wees het Lagerhuislid vervolgens op de ambtswoning van de premier: „Nummer 10 [Downing Street] zou een plan moeten hebben opgesteld.” Medepresentator Anna Botting viel stil: „Ik weet niet zo goed wat ik daarop moet vragen. Kunnen we naar de Ster gaan?”

Omdat het officiële standpunt van de regering was lid te blijven, maakte deze ook geen plan. Of zoals David Cameron volgens tabloid The Sun vlak na zijn aftreden tegen medewerkers zei: „Waarom zou ik al het moeilijke gelazer moeten opknappen, dat iemand anders dan op een presenteerblaadje krijgt aangereikt?”

De visie van Boris

Wellicht dat de wekelijkse column van Brexit-voorman Boris Johnson – en een van de mogelijke opvolgers van Cameron – maandag in The Daily Telegraph gelezen kan worden als hoe de Brexiteers de toekomst zien. Over de relatie met de EU schreef Johnson: „Britten zullen nog altijd kunnen werken in de EU: wonen, studeren, huizen kopen en leven. (...) Er zal vrijhandel blijven bestaan, en toegang tot de interne markt.” De enige veranderingen die hij voorziet, is dat „het VK zichzelf zal losmaken van de buitengewoon ondoorzichtige wetgeving van de EU”.

Dat klinkt als de relatie van vorige week, van voor het referendum, maar dan zonder de lasten.

Andere Brexit-kopstukken – inclusief eurosceptische media – praten nu langzaam toe naar de tijdens de campagne nog ten stelligste afgewezen Noorwegen-optie. Lidmaatschap van de Europese Economische Ruimte betekent immers toegang tot de interne markt. Alleen is het meest heikele punt dan niet opgelost: vrij verkeer van personen. Boris Johnson mag in zijn column wel beweren dat het referendum niet ging over immigratie, dat denkt een overgrote meerderheid van de kiezers wel. En een week geleden zei hij nog tegen de BBC: „We groeien ieder jaar met de omvang van een stad als Newcastle, onze bevolking zal wel zeventig of tachtig miljoen worden.”

Benzine op het vuurtje

„Als zij geen fundamentele veranderingen krijgen op het gebied van immigratie, dan kun je nu net zo goed benzine op het UKIP-vuurtje gooien”, meent hoogleraar Matthew Goodwin, die de eurosceptische partij lang volgde. „De kiezer ging het niet om democratische hervorming of soevereiniteit, maar om minder immigranten. Dat was de belofte .”

Het gebrek aan een plan is verklaarbaar. Vote Leave, het officiële campagneteam, was – net als overigens het Blijven-kamp – een samenraapsel van campagnevoerders. De handvol Labour-Lagerhuisleden, een paar UK Independence Party-aanhangers en de Conservatieven hadden de wens de EU te verlaten gemeen. Maar wat er zou volgen verschilde. „U moet begrijpen dat Vote Leave natuurlijk een campagneteam was, niet een officiële oppositiepartij”, zei Matthew Elliot, campagnedirecteur tegen de zender CNBC.

Het debat ging nauwelijks over de toekomst van het VK, over wie de Britten zijn en hoe zij in de wereld willen staan. Heel anders dat het onafhankelijkheidsreferendum twee jaar geleden in Schotland. Toen discussieerden de Schotten juist wel uitgebreid over existentiële vragen.

Het Brexit-team op Downing Street 10 moet nu een plan voorbereiden, met hulp van ambtenaren van verschillende ministeries en uit Wales, Schotland en Noord-Ierland. Het zal geleid worden door de Conservatief Oliver Letwin.

Maar de nadruk ligt op het voorbereiden. De uiteindelijke beslissing is aan een nieuwe premier. Het machtige 1922-comité in de Conservatieve partij besloot maandag dat hij of zij begin september moet zijn gekozen. Dat maakt de strijd om het leiderschap kort: deze week moeten kandidaten zich al melden. Dan wordt iedere dinsdag en donderdag onder Lagerhuisleden een stemming gehouden, tot er twee kandidaten overblijven. De verwachting is dat één van hen Boris Johnson zal zijn. De 150.000 partijleden kiezen dan de partijleider, en daarmee de premier.

    • Titia Ketelaar