Opinie

    • Jutta Chorus

Ze zijn down van de Brexit, het gaat mis

Jacques Delors, ach jee, ja, die moet ze nog bellen. „Wat zal hij bedroefd zijn. Al dat werk.” Catherine Andriessen kijkt uit over de Japanse tuin bij hun huis in Brussel. Ze was gewoon down van de Brexit. Fysiek ellendig. „Het gaat mis”, zegt ze. Haar kleinkinderen leveren hun Britse paspoort in. „Ze willen vrij kunnen reizen, niet urenlang in de rij staan.”

Catherine Andriessen is de echtgenote van Frans Andriessen, oud-KVP-politicus en minister van Financiën. Hij werd in 1981 Europees commissaris en legde begin jaren negentig als vicepresident met de Fransman Jacques Delors de grondslag voor de Europese Unie. Zij stond naast hem en samen bespraken ze „zo vaak als dat kon” de onderhandelingen. Nog steeds volgt ze de Europese politiek in de krant en op haar iPad. We wachten op Frans.

„Ik heb in de goede jaren gezien hoe hard er geknokt werd”, zegt ze. „Hoe Frans dag en nacht werkte aan een eenheid die misschien niet ideaal, maar wel haalbaar was. Wat een wervende kracht ging er toen van Europa uit.” De droom en de daadkracht – nooit meer stammenoorlogen, maar intense samenwerking. „Aan dromen heb je niet veel, maar ze voeden je enthousiasme.”

In alle opzichten ging het Europa voor de wind, die jaren. De Sovjet-Unie verbrokkelde, de Muur viel om, er sloeg een kleine vredesgolf over het Midden-Oosten. Overal ter wereld kregen vijanden menselijke trekken. In de lidstaten bestond vertrouwen in het algemeen belang.

Maar het viel haar toen al op hoe anders er in Groot-Brittannië werd gedacht. Tijdens een bijeenkomst van de G7 ontfermde Catherine Andriessen zich over de nieuwe Britse premier John Major en diens vrouw. „Ze liepen een beetje verloren.” Zo raakten ze bevriend. Maar in de gesprekken die ze voerden, hoorde zij Major steeds over ‘Eurocrats’ spreken. „Ik zei tegen hem: ‘Ben je je wel bewust van de negatieve bijklank daarvan?’ ‘Daarom zeg ik het juist’, antwoordde hij.”

Het viel haar ook op hoe weinig belangstelling er in Nederland bestond voor het Europese succes. Frans Andriessen hield lezingen in Harvard en Berkeley. Hij werd geïnterviewd in The New York Times en alle Europese dagbladen – niet in de Nederlandse kranten.

De desinteresse van toen is omgeslagen in weerzin. Tegenover de daadkracht en het geloof van de oprichters van toen, staat de verbeten achteloosheid van de anti-stemmers van nu. „Nu zitten we in zo’n crisis dat je een gewapend conflict zou kunnen krijgen”, zegt Catherine Andriessen.

Dan komt Frans binnen. De kuif heeft hij nog. In zijn kielzog de bruine hond. „Het was een mooie tijd”, zegt hij somber. Hij kust zijn vrouw.

    • Jutta Chorus