Wel spannend, geen topeditie

Een van dé innovaties van Ruth Mackenzie is de Proms in het Concertgebouw. Maar een topeditie was 2016 niet.

Op de cover van The New York Times prijkte vorige week het Holland Festival. „Holland Festival Tackles the Enigma That Is Europe” schreef de krant, en citeerde de sindsdien alleen nog maar urgenter geworden opmerking van de Britse festivalintendant Ruth Mackenzie: wat is er over van de droom van een Europese eenheid?

Met The Edges of Europe als thema zette het Holland Festival dit jaar stevig in op het hier en nu. Maar artistiek gezien waren de meest geëngageerde voorstellingen niet de sterkste. De tekstloze openingsproductie, Die Stunde da wir nichts voneinander wussten van het Thalia Theater Hamburg was teleurstellend. Fraai, knap gecomponeerd en geestig toneel was het, over de verhouding tussen samenleving en individu. Maar het Estse regieduo Tiit Ojasoo & Ene-Liis Semper bleef steken in een conclusie die niemand echt zal hebben verrast: het oude Europa is passé, de beurt is aan Azië en Afrika.

In de programmering van het festival kreeg die conclusie een vervolg. Het Holland Festival is in de kern behoorlijk Eurocentrisch, maar zette met optredens van het Syrian National Orchestra, Afrika Express, inuït-zang, Marokkaanse vioolmuziek en Oekraïense ‘etnochaos’ de deuren wel nadrukkelijk open.

Die brede blik deelt het festival met zijn interessantste gasten, zoals de Zwitserse theatermaker Milo Rau, die in zijn werk consciëntieus internationale politieke trauma’s ontleedt (Rwanda, Sarajevo, Dutroux). Jammer alleen dat met het taaie, geposeerde The Dark Ages net een van Raus mindere voorstellingen werd geselecteerd. Nu is de ambitie om politiek relevant toneel van het hoogste artistieke niveau te brengen ook een lastige: vaak gaan de twee maar moeizaam samen. Maar waar het wél lukte, kreeg het festival meteen vleugels. Zoals bij Ça Ira (1) Fin de Louis: theatraal gezien de grootste sensatie van het festival. Wie had vooraf kunnen vermoeden dat bijna vijf uur puur retorisch teksttoneel over de Franse Revolutie zó opwindend en eigentijds kon zijn? Pommerat pakte je volledig in en liet je uren later gelouterd weer los; een even ontregelende als weldadige ervaring.

Andere festivalhoogtepunten scoorden minder op politiek engagement, maar toonden zich toch maatschappelijk relevant, zoals The Encounter. Rasverteller Simon McBurney speelde een verbluffend spel met de verbeelding in een hypnotiserende voorstelling die zich van jongensboekavontuur allengs ontpopte tot een roerend pleidooi voor menselijk contact. En regisseur Simon Stone verpakte in het ogenschijnlijk wat losgezongen Husbands & Wives een universeel thema (relatiecrises) in zo’n frisse, vitale vorm dat het weer eens de eigentijdse zeggingskracht van toneel als kunstvorm bewees.

Muzikaal gesproken was deze tweede festivaleditie van Mackenzie minder omvangrijk dan tijdens het intendantschap van haar voorganger, Pierre Audi. De keuze voor een focus op de Oostenrijkse componiste Olga Neuwirth was innemend – eindelijk een levende, vrouwelijke componist in de spotlights! – maar initiële opgetogenheid werd gedimd door de slagschaduw van voorgaande, sterkere festivalportretten rondom Pierre Boulez en Luigi Nono. Neuwirths Le Encantadas o le avventure nel mare delle meraviglie bracht prachtmomenten en imponeerde door technisch vernuft, maar een onvergetelijke belevenis was het net niet. Het gevoel onderdeel te zijn van een knallend internationaal seizoenshoogtepunt ontbrak. Met geplande componistenportretten gewijd aan Helmut Lachenmann (2017), George Benjamin (drie opera’s in 2018) en Stockhausens monumentale Licht-cyclus (2019) lijkt dat streven in de toekomst overigens wel veiliggesteld.

In een ideaal scenario biedt het Holland Festival het soort voorstellingen dat je de rest van het jaar niet ziet. Podiumkunst die de blik verbreedt, tot nadenken stemt en de rest van het reguliere seizoen voorziet van context. Niet overal werd dat waargemaakt. Het dansaanbod was wisselend en getuigde van weinig originaliteit. Natuurlijk, het was fantastisch om Nelken van Pina Bausch (nog eens) te zien. Maar Sketches/Notebook van Meg Stuart leek uit de oude doos opgevist.

De muzikale hoogtepunten dit jaar – Bergs Wozzeck in de ZaterdagMatinee, Pique Dame met het Concertgebouworkest bij De Nationale Opera en de wereldpremière van Louis Andriessens Theatre of the World – waren co-producties, en dus alle zonder het festival ook wel ontstaan. En de ‘pure’ festivalproducties waren veel minder succesvol. Je miste de echte verrassingen om over na te praten, zoals het concert-in-het-donker van Ensemble Kaleidoskop (2015) of de onderdompeling in de zinsbegoochelende klankwereld van Harry Partch (2014). Anderzijds: experimenten horen bij het festival, en experimenten mogen mislukken. Dat is niet erg, dat is een wezenlijk onderdeel van de Europese droom.

    • Mischa Spel en Herien Wensink