Weerbaarder terug uit de woestijn

De 32-jarige volleyballer blijft loyaal aan het Nederlands team, hopend op hetzelfde succes als de vrouwen.

Kay van Dijk had bij zijn rentree vorig jaar een aangename tijd in het Nederlands team. Daarom is hij gebleven. Foto Marcel van den Bergh/Hollandse Hoogte

Kay van Dijk is geen wegloper. Zelfs niet als de Nederlandse volleybalselectie weer eens door elkaar is gehusseld en de diagonaalaanvaller plotseling de oudste van dienst is. En zelfs niet als de sportieve vooruitzichten ongewis zijn. Van Dijk is voor zijn gevoel nog niet klaar bij het nationaal team. dat zich deze maand probeert te plaatsen voor de finale van de B-groep in de World League. „Ik wil nog een WK spelen.”

Zijn positie als ancien brengt wel een nieuwe verantwoordelijkheid met zich mee. Geen probleem, weerkaatst Van Dijk. „Ik heb ten aanzien van het Nederlands team altijd een sterk plichtsgevoel gehad, ook nadat ik twee jaar niet was opgeroepen. In die zin is er niets veranderd.”

Er zat dus logica in de keus van bondscoach Gido Vermeulen voor Kay van Dijk als aanvoerder. Weliswaar in een duobaan met midspeler Jasper Diefenbach, maar dat heeft een praktische achtergrond, vertelt Van Dijk. „Op het moment dat de shirts naar de drukker gingen, moest er een aanvoerder worden doorgegeven. Ik zat nog in de Verenigde Arabische Emiraten. Toen is Jappie aangewezen. Bij terugkeer heeft Gido mij daaraan toegevoegd, vooral vanwege mijn ervaring. Wij zijn beiden het aanspreekpunt en nemen gezamenlijk het team op sleeptouw.”

Bij terugkeer op het nationale sportcentrum Papendal, na een seizoen volleyballen in de woestijn, keek Van Dijk in de ogen van een aantal nieuwe, jonge mannen. Weg good old Rob Bontje en weg ook spelverdeler Yannick van Harskamp. En tot Van Dijks droefenis was ook Nimir Abdelaziz weg. Niet als persoon, maar als spelverdeler. De man die hem zowel in Pools clubverband als bij de nationale ploeg van set-ups voorzag, heeft gekozen om diagonaalaanvaller en Van Dijks directe concurrent te worden. Een liaison is verbroken.

Geen doemdenken

De uitwerking van zoveel veranderingen kan onmogelijk positief zijn, zeker niet op de korte termijn. Maar doemdenken is aan Van Dijk niet besteed, al beseft hij dat Nederland in een nieuwe samenstelling tijd nodig heeft. Zijn vertrouwen in de aanpak van bondscoach Vermeulen en assistent Ron Zwerver is echter groot. De nieuwe entourage rond het nationale team was voor Van Dijk dé reden om te blijven. „Ik heb het vorig jaar in de nationale ploeg ontzettend naar mijn zin gehad, daarom ben ik teruggekomen”, is Van Dijk duidelijk.

Zijn rentree, na twee jaar te zijn genegeerd door Vermeulens voorganger Edwin Benne, was allerminst vanzelfsprekend. Een afscheid van de oudjes voelde destijds als definitief. Van Dijk was aangenaam verrast toen Vermeulen hem vorige jaar weer inviteerde. Hij gaf de coach, die bij het Nederlandse vrouwenteam moest wijken voor de Italiaan Giovanni Guidetti, het vertrouwen. En daarin is Van Dijk niet beschaamd. „Er is weer sprake van een structuur bij het Nederlands team”, klinkt het tevreden. „Er is een volleybalgedachte waaraan iedereen zich conformeert en een goed programma. Er worden geen rare beslissingen meer genomen. Alles verloopt vrij logisch."

World League succesvol

Het adagium van bondscoach Vermeulen de nieuwe teamsamenstelling te combineren met een fighting spirit is na twee speelronden in de World League (B-groep) succesvol gebleken. Wedstrijdseries in achtereenvolgens het Turkse Izmir en het Slowaakse Bratislava – met als afsluiter komend weekeinde een toernooi in de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul – leidden tot een derde plaats in de tussenstand. Een mooi vooruitzicht op de finale, waarvoor de topdrie zich plaatst. Maar zonder Van Dijk, die wegens een kuitblessure de rest van de World League aan zich voorbij moet laten gaan. Voor hem resteert de serie kwalificatiewedstrijden voor het EK, later deze zomer.

Hij is teleurgesteld, maar niet ontmoedigd. In de loop der volleybaljaren, die Van Dijk naar clubs in uithoeken van de wereld heeft gebracht, is de reus van 2,15 meter weerbaar geworden. De eenzaamheid in Zuid-Korea, de extreme kou in Rusland, een zwaar auto-ongeluk in Italië en vooral de vroege dood van zijn zieke 58-jarige moeder hebben er ingehakt, maar Van Dijk niet uit balans gebracht. Dus ‘overleefde’ hij afgelopen seizoen ook het onalledaags volleybalavontuur bij Al-Ain in de Verenigde Arabische Emiraten.

Nee, grinnikt Van Dijk, niet bepaald een volleyballand. „Maar mijn manager vond geen club voor me. Ik heb op de valreep zelf nog ‘de Emiraten’ geregeld. Ik heb mezelf één doel gesteld: kampioen worden. Daarin zijn we geslaagd, maar het was af en toe zwaar. Ik stond vaak alleen in de trainingshal. Serveerde ik vijftig ballen en ging ik naar huis. Daarnaast bezocht ik vaak de gym. Ik moest fit blijven om er 60 à 70 ballen per wedstrijd in te kunnen pompen. Want alles ging naar Kay. Het was een gigantische opgave om te blijven presteren in een matig team. Maar het is me gelukt, we zijn kampioen geworden, weliswaar met één punt voorsprong op de concurrent, maar toch.”

Terug bij het Nederlands team was hij snel op nationaal niveau, dat onvergelijkbaar is met de gouden jaren waarin de Nederlandse volleyballers olympisch kampioen werden. Maar dat is al weer twintig jaar geleden. Voor Van Dijk is de last uit het verleden verjaard. Dat was een andere tijd met een ander soort volleybal. Hij voelt zich sterker geïnspireerd door het succes van de Nederlandse vrouwenploeg. Van Dijk: „Als zij het kunnen, waarom wij dan ook niet?”

    • Henk Stouwdam