Spaanse kiezer wijst experiment af

De tweede verkiezingen in een half jaar hebben de politieke verdeeldheid niet opgelost. Er was een duidelijk Brexit-effect.

Uit angst voor de onzekere gevolgen van een soort Brexit heeft de Spaanse kiezer experimenten afgewezen. Bij de parlementsverkiezingen zondag boekte de regerende conservatieve Partido Popular, die in de peilingen op verlies stond, lichte winst. Het radicaal-linkse Unidos Podemos, dat had gepleit voor een referendum in Catalonië, bleef steken op een derde plaats. Het gematigde Ciudadanos werd de grootste verliezer. Aan de politieke patstelling veranderen deze verkiezingen echter nauwelijks iets.

De conservatieve PP is wederom de grootste partij van Spanje, maar de kans dat Mariano Rajoy aan een tweede termijn als premier kan beginnen, is vooralsnog klein. De PP lijkt alleen op gedoogsteun van andere partijen als Ciudadanos en/of de socialistische PSOE te kunnen rekenen als Rajoy wordt geofferd. Een linkse regering van PSOE en Unidos Podemos lijkt niet haalbaar.

De Spanjaarden stemden op 20 december vorig jaar nog met het hart. Een keuze tussen het oude of het nieuwe Spanje, zo heette het toen. Vooral de jonge generatie stemde een half jaar geleden in groten getale op nieuwkomers als Podemos (bij de jongste verkiezingen samengevoegd met IU tot Unidos Podemos) en Ciudadanos. Uit het niets haalden die twee partijen samen destijds bijna eenderde van de stemmen. Maar deze partijen slaagden er niet in de traditionele PP en PSOE weg te vagen. Zo ontstond een patstelling tussen vier grote partijen die geen van allen wilden inschikken.

Nieuwe verkiezingen waren onvermijdelijk. Het draaide nu om de vraag welke partijen samen een regering zouden kunnen en willen vormen. Twee mogelijke coalities lagen daarbij voor de hand: doorgaan op de ingeslagen weg met een regering van de PP met gedoogsteun van Ciudadanos en PSOE, of een linkse coalitie van PSOE en Unidos Podemos. De Spanjaarden moesten nu een tactische keuze maken, met het hoofd.

In de ingetogen campagne – uit kostenoverwegingen waren vrijwel nergens partijposters opgehangen – ging het aanvankelijk vooral om de suprematie op links, tussen de PSOE van leider Pedro Sánchez en Unidos Podemos van Pablo Iglesias.

Iglesias had erop gezinspeeld dat hij samen met Sánchez een einde aan de macht van de PP zou maken. Het imago van de PP en zijn leider Rajoy had vorige week een nieuwe dreun gekregen toen bleek dat minister Fernández Díaz van Binnenlandse Zaken in 2014 op slinkse had aangedrongen op vervolging van Catalaanse politici. Eens te meer bleek dat de corruptie onder het bewind van Rajoy in alle lagen van de politiek aanwezig was. De peilingen voorspelden een afstraffing.

Vrijdag kreeg de campagne plotseling een andere dimensie. De Britse keus voor een Brexit zorgde voor een schok in Spanje, waar driekwart van de bevolking Europa goed is gezind en niemand vertrek uit de EU voorspelt.

Geen partij had dit in Spanje voorzien. Met de Brexit sloeg ineens de economische onzekerheid weer toe. Rajoy speelde als demissionair premier direct in op oude sentimenten. Hij wees op het arme Spanje van vóór de EU en op het gevaar van het houden van een referendum.

Rajoy bestempelde het populistische Unidos Podemos, dat als enige grote partij voorstander is van een referendum over de toekomst van Catalonië, als het grote gevaar voor het Spanje, dat net weer uit een diepe crisis aan het krabbelen was.

Iglesias haastte zich door de Brexit onmiddellijk af te keuren en pleitte voor een nieuw, ander Europa. Veel Spanjaarden beschouwden de verkiezingen toch weer als een klassieke keuze tussen rechts of links.

De PP en Rajoy mogen zich de grote winnaar noemen. Of de leider zelf kan kan oogsten, is zeer de vraag. Het is nu waarschijnlijk aan Rajoy om met een stap terug een nieuwe PP-regering een kans te geven. Een linkse regering is nauwelijks een alternatief.

    • Koen Greven