‘Post-Koude-Oorlog is nu ten einde’

Ulrich Speck, Europa-specialist De vraag die voorligt, is of we een open of gesloten samenleving willen.

Europa-expert Ulrich Speck is nog geen week terug in Europa, en het continent trilt op zijn grondvesten door het Britse referendum. ‘Dit is het einde van het post-Koude-Oorlog-tijdperk.” Speck was afgelopen jaar senior fellow bij denktank Transatlantic Academy in Washington. Hij skypet van tussen de dozen in Berlijn: „Na de val van de Berlijnse Muur in 1989 hebben we in Europa gedacht dat we naar een mondiale cultuur toe werkten met samenwerking tussen landen, geen polarisatie. Een wereld vol tolerantie, open grenzen, uitwisseling. We gingen die cultuur verspreiden, zodat anderen er ook van zouden profiteren. Aan confrontaties met Rusland, Turkije en islamisten zagen we al dat dit weerstand oproept. Het Britse referendum toont dat het tij ook binnen Europa keert.”

Gaat dit over cultuur?

„Ja. Dit is een gevecht over cultuur. Er zijn steeds meer twéé culturen. Enerzijds de jongeren en mensen in de steden, die profiteren van het kosmopolitisme van de globalisering. Ze zijn gewend aan buren of collega’s met andere huidskleuren, religies of seksuele geaardheid. Anderzijds heb je het platteland en ouderen, die daar steeds minder mee ophebben. Deze tweedeling zie je bij alle verkiezingen in Europa pregnanter worden.”

Gaat dit alleen over Europa?

„Nee, het is een groter fenomeen. Neem de VS: aan de kusten is een meerderheid vóór de global culture. In het binnenland en op het platteland groeit de weerzin. Ook daar staan twee culturen tegenover elkaar.

„De oude tegenstelling links-rechts is verdampt. Het is nu: open versus gesloten maatschappij. Dit gaat over grenzen: in Europa staan interne én externe grenzen ter discussie.

„Toen Europa nog homogeen was, hebben we de interne grenzen deels afgebroken. Nu, door immigratie uit Oost-Europa, de Arabische wereld en Afrika, willen velen die weer optrekken. Ook de buitengrenzen, die we nooit goed hebben bewaakt, moeten ineens potdicht. Dit alles omdat wij graag in ons postmoderne paradijs willen blijven wonen.”

Wordt de hele globalisering bedreigd?

„Europa op zich wordt niet bedreigd, maar Europa als instrument van de globalisering wel. De EU is een vorm van globalisering. Het is iets voorbij de natiestaat. Natiestaten houden niet op met bestaan, maar in een wereld met problemen die te groot zijn om alleen tegen te vechten, hebben natiestaten zich verplicht samen te werken. Het is een uitruil: je hebt minder manoeuvreerruimte, maar je krijgt er van alles voor terug. Het rare is nu dat velen klagen over die manoeuvreerruimte, en dat maar weinigen benadrukken welke voordelen we eruit halen.”

U bedoelt: niemand verdedigt de globalisering?

„Weinigen leggen überhaupt uit dat het een uitruil is. Velen zwijgen, of zijn in de verdediging gedrongen. Waar is iedereen? Toen de Muur viel, dacht de elite, toen een stuk jonger, dat het westerse model gewonnen had: we waren op weg naar een vredige wereldgemeenschap van staten die geen oorlog voerden maar handel dreven. Daar hoorde een heel wereldbeeld bij.”

Het ‘einde van de geschiedenis’?

„Precies. In dat complete pakket zat alles wat ons vrede en welvaart had bezorgd: democratie, mild kapitalisme, mensenrechten. De VS en Europa gingen dat verspreiden. Dat werkt nu niet meer. Rusland accepteert onze missie niet en beschouwt die als een ‘offensief’. De Turken willen het evenmin. Jihadi’s zijn een oorlog tegen dit wereldbeeld begonnen.

„En nu begint het ook vanbinnen af te brokkelen. We praten over identiteit. Over grenzen. Over buitenlanders of homo’s die we niet willen. Dit is waar de Brexit-discussie over gaat, en waar het bij de Oostenrijkse presidentsverkiezingen over ging. Daarom willen politici als Le Pen en Wilders óók referenda.”

Zijn Europeanen naïef geweest?

„We hebben te lang geteerd op wat achter ons lag, op de Frans-Duitse verzoening na WO II. We dachten dat iedereen het wel zou blijven begrijpen. Nu zitten we met een hele generatie die nog nooit iemand een lans heeft horen breken voor de EU. De vraag is voor veel Europeanen dus: wat doen wij eigenlijk nog bij elkaar? We moeten die vraag beantwoorden, en een beetje vlug ook. We hebben te lang zitten slapen.”

Gaat dat lukken?

„Ik hoop het. Nationalisten, territorialisten, staan recht tegenover globalisten. Ze gebruiken een gevestigd jargon: ‘soevereiniteit’, ‘grens’, ‘natiestaat’. Zij zijn conservatief, willen behouden wat we hebben. De globalisten zijn in de verdediging gedrongen. Zij moeten uit de kast komen, anders verliezen we alles. Tot nu toe gebeurt dat nauwelijks. Hoe kan het, dat we vooral tegenstanders van vrijhandelsverdrag TTIP met de VS horen? Alle regeringen hebben er opdracht toe gegeven! Hoe kan het dat we het materieel nog nooit zo goed hebben gehad, en dat zo weinigen bereid zijn die verworvenheid te verdedigen? Het gaat dus niet om Europa, maar om iets groters: identiteit.”

Waar vestigt u uw hoop op?

„Op de intellectuelen, die helaas tot nu toe ook hun mond houden. Een ander tijdperk breekt aan. We hebben mensen nodig die goed nadenken, vooruitkijken. Die ons perspectief geven.

„We moeten onszelf weer doelen stellen. Nu is er een polarisatie: federalisten versus de eurosceptici. Ze beschimpen elkaar maar er is geen debat, geen middle ground. Het centrum houdt zich stil. Die zwijgende gematigden zouden eindelijk moeten opstaan, zodat er debat mogelijk wordt. Zodat we hoop krijgen dat we eruit komen. De toekomst van Europa hangt daarvan af.”

    • Caroline de Gruyter