Recensie

Obscure Deen Poul Ruders is met zijn ‘Solar Trilogy’ hoogtepunt van de Holland Festival Proms

De Holland Festival Proms, muzikale afsluiting van het festival, begonnen met een wereldrecord. Merlijn Twaalfhoven componeerde een Grand Subphonia voor ‘immens veel fagotten’, en voorwaar, immens veel waren het er: 274 maar liefst. Daarmee belandde het concert in het Guinness Book of Records.

Hoe dat klinkt, 274 fagottisten, merendeels amateurs, in het Concertgebouw? Soms inderdaad als een verkouden stoomboot, maar soms ook als een verlokkelijk sirenenkoor, vanwege de fascinerende boventonenspectra. Twaalfhoven had bovendien kunstig Mozarts Fagotconcert door zijn borrelende golfslagbad geweven, met een glansrol voor solist Bram van Sambeek.

Het was een prachtige aftrap van de HF Proms, het minifestival dat vorig jaar geïntroduceerd werd door aantredend directeur Ruth Mackenzie (die zelf ook een fagotje meeblies). De opzet was ongewijzigd: vijf diverse optredens in de van stoeltjes beroofde Grote Zaal (‘promenade’ staat voor in-, uit- en rondlopen), een randprogramma van jonge jazzbandjes en curry to go, en een marathonconcert in de Kleine Zaal.

Daar speelde het Gnawa Oulad Sidi Ensemble negen uur lang geweldige rituele Marokkaanse trance-muziek, waarin funky op een basluit getokkeld werd en uitzinnig getapdanst op platte gele puntsloffen, maar vooral bezeten gerammeld en gerateld met trommels en handbekkens. „Dance Valley, maar dan zonder pilletje”, aldus moderator Thomas van Luyn.

Het Kronos Quartet stak bleekjes af bij die spelvreugde. De belabberd uitversterkte Amerikanen klonken plat en schril en hun tamme best-of-programma leefde alleen op toen de Inuit keelklankzangeres Tanya Tagaq ten tonele verscheen. Bij haar exorcistische en orgastische gebrul en gegil, hoger en vooral lager dan u zich kunt voorstellen (Tagaqs filmpjes staan op YouTube), was het eigenlijk jammer dat de strijkers erdoorheen krasten.

Gelukkig zorgde een obscure middelbare Deen vervolgens voor een onvergetelijk hoogtepunt. De Solar Trilogy (1992-1995) van Poul Ruders (1949) bleek een akoestische ‘Space Odyssey’ van verzadigde orkesttexturen en bonte timbrale effecten, zonder te verzanden in de clichés van pompeuze sf-muziek. Vervoerend, episch en bij vlagen simpelweg mooi. Je vraagt je af of het leuk is om te doen, je oordoppen stevig aandrukken en minutenlang uit alle macht op je piccolo blazen bijvoorbeeld; maar de uitvoering door het Radio Filharmonisch Orkest onder Markus Stenz bood een overweldigende ervaring.

’s Avonds trok popzanger Ben Folds een zaal vol fans die op hun wenken bediend werden met sympathieke liedjesarrangementen, aanstekelijk gespeeld door het hippe en veelzijdige New Yorkse ensemble yMusic. Daarna bleek Terry Rileys minimalistische klassieker In C de perfecte finale in de opzwepende herinterpretatie van Africa Express. Met elektrische gitaren en West-Afrikaanse instrumenten als balafoon en talking drum kreeg men menig bezoeker aan het dansen.

    • Joep Stapel