O jee, we komen in het geschiedenisboek

Foto van de Week Arjen van Veelen schrijft wekelijks over een nieuwsfoto. Vandaag: de Britse politicus Nigel Farage presenteert zijn omstreden billboard voor het Brexit-referendum.

Foto Stefan Wermuth/ REUTERS

Als Europa ten onder gaat, komt deze foto in elk geschiedenisboek. En de geschiedenisles die er bij komt te staan, gaat ongeveer als volgt. Het is juni 2016, de Britse politicus Nigel Farage presenteert aan de verzamelde pers zijn op nazi-propaganda geïnspireerde verkiezingsposter. Korte achtergrond: Europa begon als vredesproject. Maar gaandeweg veranderde de belofte: het zou een Euroshoppersparadijs worden.

In 2008 raakte Europa echter in een economische crisis, veroorzaakt door het bankensysteem en decennia van ongebreideld kapitalisme. Regeringen bezuinigden op gezondheidszorg, studiefianciering, enzovoorts. Burgers gingen morren.

In diezelfde tijd zochten veel vluchtelingen hun heil in Europa: de nasleep van Europa’s eigen oorlogen. Deze vluchtelingen waren niet welkom, behalve dan als zondebok voor reeds bestaande problemen.

Die leugen werd bijvoorbeeld verkondigd door de neofascistische politicus Nigel Farage. Maar overal in Europa had je zulke politici. En ook ‘beschaafde’ politici deden mee, bang dat de ‘gewone man’ anders wegliep.

Gevaar van buiten

Zo had je de Nederlandse premier Mark Rutte: hij waarschuwde al in 2015 dat Europa, net als het Romeinse Rijk, dreigde te bezwijken onder het ‘gevaar van buiten’. Vluchtelingen. Zwijgen we over ene Halbe Zijlstra, die zei dat vrouwen uit oorlogsgebieden hierheen komen voor siliconentieten.

Wederom uit angst voor de ‘gewone man’ riep de Britse premier Cameron een referendum uit over Europa. Zo hoopte hij die Nigel Farage de wind uit de zeilen te nemen.

Europeanen zeiden, zo leerde de ervaring, meestal NEE tegen Europa, als je het zo direct vroeg — net zoals ganzen &aposnee&apos zouden zeggen als we ze vroegen of ze nog een hapje dwangvoer wilden. Helemaal na een economische crisis.

Migranten zijn Eurofielen. Niet voor de handelszone, maar voor het open, humane Europa.

Maar nieuws was dit keer dat die Nigel Farage het referendum succesvol wist te verdraaien naar de vraag: „Willen jullie meer of minder buitenlanders?” De Britse bevolking zei in meerderheid: „MINDER!” Ze hadden namelijk op tv gezien dat die buitenlanders het probleem waren.

Weldenkend Europa was verbijsterd en ziek. Het enige lichtpunt: voor het eerst in de geschiedenis was de onverschilligheid over Europa weg. En zelden leek er zoveel enthousiasme onder jongeren. Liefst 75 procent van de 18- tot 24-jarige Britse jongeren stemde voor ‘Blijven’! Het leek warempel of de jeugd weer Grote Systemen omarmde (net zoals in de VS Bernie Sanders de jeugd enthousiasmeerde met een socialistisch betoog).

Een tweede groep was minstens zo eurofiel: immigranten. Tweederde van de Aziatische Britten stemde voor Europa. Net als ruim zeventig procent van de zwarte kiezers. Logisch, kon je zeggen, voor hen stond het meest op het spel. Voor immigranten raakte de vraag ‘meer of minder buitenlanders’ hun levens direct. Migranten hadden sowieso nooit de luxe gehad laconiek te zijn over Europa. Dit ging voor hen niet over goedkoop naar Rome kunnen met Easyjet.

Maar hun liefde was niet onvoorwaardelijk. Ze waren niet enthousiast over het Europa als ommuurde handelszone met zeeën van bloed als buitengrens, ze waren niet begeesterd door het cynische Europa van de technocraten die faalden om de ware oorzaken van de crisis aan te pakken. Hun enthousiasme kwam voort uit angst voor het nog ergere. Ze waren onder voorwaarden begeesterd: ze wilden een open Europa, humaan en kosmopolitisch, zonder muren. Zeg maar, zoals het ooit bedoeld was.

IQ-discriminatie

Onder migranten klopte het Europese bloed, hier vond Europa haar scherpste critici en verdedigers. „Dit zijn angstige tijden voor mensen van kleur”, schreef de Britse Lola Okolosie bijvoorbeeld na afloop van het referendum. Maar ze benadrukte meteen dat we de Brexit-stemmers niet moesten demoniseren als stupide, kortzichtige haters. Zoals zovelen nu doen; een vorm van xenofobie richting de arme, dommere klassen, een vorm van IQ-discriminatie. Beide groepen zaten immers in hetzelfde schuitje zolang de oorzaken van de economische crisis niet verdwenen.

Of zoals de Senegalese schrijver Fatou Diome zei in een even eurofiel als -kritisch betoog dat viraal ging: „We zullen allemaal samen rijk zijn, of samen ten onder gaan.”

Dit waren Brussels beste bondgenoten; toch werd hen na de uitslag niets gevraagd. Kranten gingen voornamelijk te rade bij de gebruikelijke wijze oude mannen en bij de van oudsher straatwijze marktkooplui. De immigranten — over wie het referendum nota bene ging — bleven abstracties als ‘instroom’ en ‘crisis’ en ‘probleem’ — een anonieme mensenstroom op een poster.

Ja, Brussel zag de Brexit als een ‘elf september’, een ‘wake up call’. Vanaf nu, zeiden ze tegen elkaar, gaan we echt luisteren naar de ‘oprechte zorgen’ van de ‘gewone man’! Zo geschiedde. En wat zei die gewone man, drie keer raden. „Het ligt aan de immigranten, meneer, ik heb het zelf gezien op tv”. Zo werd de poster van Nigel Farage het nieuwe credo van Europa, dat ten onder ging.

    • Arjen van Veelen