Koenders: een land mag ‘nee’ zeggen

Een onopgemerkt advies kan opeens een belangrijke rol gaan spelen in de Nederlandse positiebepaling na de Brexit.

Het is taaie kost, de brief over samenwerking in Europa die minister Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) eind december naar de Tweede Kamer stuurde. Een brief ook die toen geen enkele rimpeling veroorzaakte in de Haagse politieke vijver.

Het was de officiële kabinetsreactie op een enkele maanden daarvoor verschenen rapport van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) over „verschillende routes in de EU-samenwerking”. Een toen weinig opgemerkt advies dat na de uitslag van het Britse referendum razend actueel is. De boodschap: de samenwerking binnen Europa moet doorgaan, maar wel op een andere manier.

Na afloop van hun bijeenkomst zaterdag in Berlijn erkenden de zes ministers van Buitenlandse Zaken van de landen die in 1957 aan de wieg stonden van de EU dat verschillende vormen van samenwerking binnen de Europese Unie mogelijk moeten zijn. „We zullen betere wegen moeten vinden om met de verschillende ambitieniveaus in de lidstaten om te gaan”, aldus de ‘oude zes’.

Het is geheel in lijn met het advies van de AIV, dat het kabinet vorig jaar grotendeels omarmde. Hierin werd het kabinet geadviseerd „een gedifferentieerde integratie” te aanvaarden als „een noodzakelijk instrument om voortgang van de samenwerking op bepaalde beleidsterreinen mogelijk te maken”.

Kopgroepen

De instemmende reactie van het kabinet op de Adviesraad maakt duidelijk dat dit de lijn is waarlangs Nederland de komende tijd wil gaan opereren. Er zal meer ruimte moeten komen voor verschillende vormen van samenwerking tussen lidstaten van de Europese Unie. Anders gezegd: landen moeten ook „nee” kunnen zeggen of in elk geval: „niet nu”. Zoals Koenders aan de Tweede Kamer schreef: „Samenwerking in kopgroepen heeft in het verleden soms juist als aanjager van nadere Uniebrede integratie gefunctioneerd”.

Het moet het idee wegnemen van de Europese Unie die als stoomwals overal overheen dendert en geen rekening houdt met nationale gebruiken en tradities. „Er moet rekening worden gehouden met de legitieme bezwaren of beperkingen van bepaalde lidstaten”, aldus de AIV in zijn advies.

Toen dit werd uitgebracht was de Europese Unie nog volop in onderhandeling met de Britse premier Cameron over diens wensen voor een aparte behandeling van het Verenigd Koninkrijk. Bij die gesprekken was de inzet van Nederland dat de Britten geen uitzonderingspositie konden opeisen. Concessies aan het Verenigd Koninkrijk zouden ook voor andere landen moeten gelden. Dit was ook onderdeel van het akkoord dat de EU in februari met Cameron sloot. Het akkoord dat de Britten vorige week in het referendum wegstemden.

Dat achter de algemene benaderingswijze van de AIV om een Europa van verschillende snelheden mogelijk te maken nog een wereld van verschil kan schuilgaan, bleek in december eveneens uit de reactie van het kabinet. Waar de Adviesraad het kabinet suggereerde alvast al in te zetten op het vormen van speciale kopgroepen of het benoemen van specifieke beleidsterreinen waarop zou kunnen worden samengewerkt, nam Koenders in zijn brief aan de Kamer een afwachtende houding in. Het maken van keuzes was volgens hem pas nodig indien zich „een nieuwe situatie” zou gaan voordoen.

Die nieuwe situatie is er nu sinds de uitslag van het Britse referendum. De toekomst van de Europese Unie staat op het spel. Het Nederlandse kabinet is er alles aan gelegen te voorkomen dat de komende tijd het binnenlandse debat over de Europese Unie volledig beheerst gaat worden over de vraag of er ook in Nederland een referendum over het lidmaatschap van de Europese Unie moet worden gehouden; een thema dat het voor een populistische partij als de PVV goed doet in de aanstaande verkiezingscampagne.

De meeste andere partijen in de Tweede Kamer hebben zich tot nu toe terughoudend opgesteld. D66-leider Pechtold heeft gekozen voor de tegenaanval. In een paginagrote advertentie zegt hij vanmorgen dat hij „alles op alles” zal zetten „om Nederland in Europa te houden”. De Tweede Kamer debatteert vanavond met premier Rutte over de Brexit.

    • Mark Kranenburg