Recensie

Jakop Ahlbom geeft Swan Lake een bijtende sfeer

Jakop Ahlbom wil veel in Swan Lake. Niet alleen zijn eerste echte dansvoorstelling maken, maar ook een hoogtepunt van de ballettraditie herinterpreteren en de klassieke dans becommentariëren. Een bewonderenswaardige ambitie.

Met slechts acht dansers komt hij een heel eind. Al bij aanvang begint de verwarring als Alhboms Odette en Odile de benen in anatomisch onmogelijke hoeken buigen. In hun witte en zwarte zwanengedaante demonstreren zij acrobatisch rollebollend hun verbondenheid, bezegeld met een delicate ontmoeting van de tongpuntjes.

De Freudiaanse interpretatie ligt er tamelijk dik bovenop. Gedwongen door de wereldse prins zweert de witte zwaan (het verhevene) haar zwarte spiegelbeeld (het aardse – met name het erotische) af. De vernedering van Odile (prachtrol van Helena Volkova) is compleet als zij zich tijdens een banket vergeefs, tussen de gasten probeert te wurmen. Door die onderdrukking kan haar witte wederhelft (Kim Amankwaa) de omhelzing van haar prins niet meer beantwoorden.

Soortgelijke interpretaties bestonden al – Mats Eks in 1987. Dankzij de door Alamo Race Track vooral ritmisch stevig bewerkte muziek van Tsjaikovski heeft Ahlboms surrealistische universum vol wonderlijke bosdieren, tovenaars, zwanenmeisjes en messenwerpers een bijtender sfeer. De typisch Ahlbomiaanse scènes zijn sterker dan de meer dansante delen, maar vervelen doet Swan Lake geen minuut.

    • Francine van der Wiel