Gek, hoe lang je kunt ontkennen dat je zwanger bent

Sem Berghout (19) was 27 weken zwanger toen ze het aan haar ouders vertelde. Ze zorgt voor Melle en intussen haalde ze haar vwo-diploma. Maar keihard de piste af, durft ze niet meer. ‘Als ik er niet meer ben, is Melle alleen.’

Foto Merlijn Doomernik

Pas nadat Sem Berghout (19) aan haar ouders had verteld dat ze zwanger was, in de 27ste week, begon haar buik te groeien. Alsof haar lichaam zich al die tijd had ingehouden. Ze had de baby wel gevoeld. Steeds meer voelde ze hem trappen. Maar ze deed alsof hij er niet was. Ze ging naar school, met vakantie. Alleen als haar vriendinnen in de pauze hun tampon verwisselden, dacht ze er even aan. O god. Ik word al maanden niet meer ongesteld.

Op een maandagochtend in de zomervakantie, tussen 4 en 5 vwo, kwam haar vader haar kamer binnen. Ze lag nog in bed. Sem, moet je ons niet wat vertellen? En toen kwam het eruit. Eerst bij haar vader (werkzaam bij de politie), toen vertelde ze het haar moeder (psychotherapeut). Daarna haar broer en zus. Op woensdagochtend aan haar vriendinnen. En donderdagochtend wist iedereen het.

Het is gek hoe lang je zoiets belangrijks kunt ontkennen, zegt Sem, inmiddels tweeënhalf jaar moeder van Melle. Pas toen ze erover verteld had, merkte ze hoe zwaar de last op haar schouders had gedrukt. „Ik was bang mijn ouders teleur te stellen. Zo voelde het. Ze hadden best vaak gezegd dat ik het veilig moest doen. Dat je dan toch zwanger wordt, dat voelt heel naar. Bijna als verraad.”

We zitten aan de keukentafel in Wijk bij Duurstede. Hier woont ze met haar ouders, zusje (17) en Melle. Sem is net geslaagd voor haar vwo-examen, waar ze voor NRC over vlogde. Met haar video’s, waarin Melle veelvuldig figureerde, wilde ze laten zien dat het heus kan, moeder zijn en je school afmaken, al deed ze de vijfde klas een keer opnieuw. Na de zomer gaat ze biomedische wetenschappen studeren in Amsterdam. Ze blijft voorlopig bij haar ouders in Wijk wonen. Wel in een groter huis, waarin zij en Melle een eigen gedeelte krijgen.

Haar ouders reageerden op de best mogelijke manier. Ze schrokken, moesten even zitten, maar zeiden al gauw: er komt een baby, en dat is onvoorzien, maar ook leuk. We moeten er het beste van maken. Toen broer en zus waren ingelicht, aten ze taart. Na de ‘twintigwekenecho’, zeven weken te laat, gingen ze babykleren kopen.

Met Melles vader was het al uit toen Sem ontdekte dat ze zwanger was. Ze hadden acht maanden een relatie gehad, ze kenden elkaar van school. Ze hadden elkaar nooit meer gesproken. Sem durfde het hem niet te vertellen. Sems vader ging langs bij zijn familie. Die reageerde ook „heel lief”, zegt ze. „De deur staat altijd open.”

Er kwam een babykamer, blauw geverfd, en er was een gesprek met school. Van de herfst- tot en met de kerstvakantie kreeg Sem ‘zwangerschapsverlof’. Daarna kreeg ze elke donderdag de eerste vier uur vrij, om op Melle te kunnen passen.

„Mijn ouders hebben ervoor gezorgd dat ik mijn zwangerschap geaccepteerd heb, en niet de baby de schuld zou geven”, zegt ze. „Eerst zag ik hem als een ding dat weg moest, als iets wat ik niet wilde hebben. Om hem als baby te zien, moest ik wel een switch maken. Al was ik nog steeds niet echt blij. De liefde voor Melle kwam pas nadat hij geboren was. Toen ik hem zag en in mijn handen had.

„Toen ik het net had verteld, zeiden mijn ouders: wat gaan we doen? Want het is te laat voor abortus. Wil je het afstaan, wil je dat wij alle zorg op ons nemen en jij een soort zus wordt, of wil je dat bijvoorbeeld je oom en tante voor de baby zorgen? Toen heb ik gezegd: ik wil het helemaal zelf doen, met jullie hulp.” Waarom? „Dat leek mij gewoon het beste. Ik heb het zo ver laten komen, dan moet ik het ook op me nemen, zoiets. Ik dacht ook aan Melle. Zou een adoptie later voor hem niet voelen alsof ik hem had weggegeven? Volgens mij hebben veel geadopteerde kinderen daar last van. Dat wilde ik Melle niet aandoen. Ik wilde hem laten zien: ik ben je moeder en ik ben er voor jou.”

‘Als Melle een koekje wil, zeggen mijn ouders: dat moet je aan mama vragen’

Dus als Melle ’s nachts huilt, gaat zij eruit. Ze haalt hem ’s ochtends uit bed en legt hem er ’s avonds in. Ze geeft hem te eten en voedt hem op. Haar ouders, die een paar dagen per week oppassen, hebben een rol in de opvoeding, maar leggen alles aan haar voor. „Als Melle een koekje wil, zeggen ze: dat moet je aan mama vragen. Of toen Melle niet wilde slapen, vroegen ze mij: hoe gaan we dit aanpakken? Ik wilde hem in het begin direct uit bed halen, maar ze leerden me dat het goed kan zijn hem even te laten huilen.”

Sem wilde „het alleen doen” – zonder vader, zolang Melle klein is. „Ze zeggen altijd: rust, reinheid, regelmaat. Het lijkt me niet goed om zo’n klein kind heen en weer te zeulen tussen twee gezinnen. Geen vaste plek, geen veiligheid.” Met Melle gaat ze nu zo’n twee keer per maand naar zijn vader toe. Dan gaat Sem bijvoorbeeld met Melle barbecuen bij zijn familie. Dat is jouw pappa, zegt ze dan, wat hij half lijkt te begrijpen. Af en toe appt ze een foto van Melle, en als er iets is, laat ze dat weten. Als hij ouder is, kunnen ze elkaar best meer zien, zegt ze.

Ze vermoedt dat het beperkte contact zijn vaders familie verdriet gedaan heeft. „En dat snap ik heel goed. Het lijkt me ook best naar. Je hebt een kleinkind, maar ook weer niet.”

Dat ze even het gesprek van de school was – de laatste zwangerschap bij een leerling was twintig jaar geleden – vond ze niet erg. Eigenlijk vond ze het wel grappig te merken hoe snel geruchten zich verspreiden. Misschien lag het ook aan de zwangerschapshormonen, ze voelde zich sterk en zelfverzekerd. En haar grapjes haalden waarschijnlijk de angel eruit. Toen een klasgenoot geen zin had om te gymmen, zei Sem: dan zeg je toch gewoon dat je zwanger bent, dat heb ik ook gedaan.

Is ze veranderd? In grote lijnen denkt ze van niet. Ze voelt zich dezelfde, alleen dan met kind. Ze is nog steeds op haar gemak tussen leeftijdgenoten. Het is ook wel lekker om soms gewoon scholier te kunnen zijn. Moeders van vriendinnen zeggen weleens hoe knap ze dat vinden, dat ze zo natuurlijk switcht tussen haar rollen. Van kind, kletsend en giechelend, naar moeder.

Er zijn wel kleine dingen. Ze gaat voorzichtiger met geld om, even in Utrecht lunchen is er niet bij. Ze onderhoudt Melle grotendeels zelf van de toeslagen die ze krijgt. Haar behoefte om uit te gaan is minder; als Melle in bed ligt, is ze vooral heel erg moe. Ze kijkt met meer mededogen naar mensen die buiten de boot vallen – wat nou als Melle straks gepest zou worden? En, wezenlijker: ze realiseert zich dat ze dood kan gaan. „Als ik er niet meer ben, is Melle alleen.” Keihard de piste af skiën met haar broer, dat durft ze niet meer.

„Ik denk nu wel, achteraf gezien, dat ik beter eerder had kunnen vertellen dat ik zwanger was. Dan had ik hem nog weg kunnen laten halen. Het is nu helemaal goed hoor, ik houd heel veel van Melle. Ik zou echt niet willen dat-ie weg ging. Maar een baby heeft veel impact. Op ons gezin – het is voor ons allemaal best zwaar. En op mijn leven. Ik begin nu te beseffen: ik kan niet alles doen zoals anderen het doen. Met huisgenootjes op kamers, dat lijkt me heel leuk, maar dat kan ik gewoon niet. Het duurt bij mij langer voordat ik op mijn eigen benen kan staan.”

Sinds kort is er een nieuwe liefde. „Ik zei altijd: ik neem geen vriendjes meer tot ik 25 ben. Voor Melle. Want als het uitgaat, verdwijnt hij opeens uit Melles leven en dan heeft hij zich waarschijnlijk aan hem gehecht. Dan geef je ook een beetje een verkeerd voorbeeld als moeder, hoe je met relaties omgaat.” Dus toen ze verliefd werd, dacht ze: dit kan niet. „Maar mijn moeder zei: je bent jong en het is best nogal wat om van jezelf te vragen niet verliefd te worden. Toch vind ik het heel spannend; het idee dat het uit kan gaan en dat dat schadelijk is voor Melle.”

De toekomst ziet ze positief. Haar dromen: een appartement in Utrecht, een studie geneeskunde en over een tijdje een gezin. Twee kinderen erbij, zodat Melle geen enig kind meer is. Dat de route naar volwassenheid voor haar misschien wat ingewikkelder is dan voor de meeste jongeren, weet ze. Maar verdrietig is ze niet. „Ik heb er vrede mee. Het is zoals het is.”

    • Mirjam Remie