Europa maakt eensgezinde indruk

In Brussel overheerst boosheid over het Britse referendum. Het brengt de overgebleven 27 lidstaten dichter bijeen. Gaat de Unie de scheiding hard spelen?

De ministers van Buitenlandse Zaken van de zes oprichtingslanden van de Europese Unie. Foto REUTERS/Axel Schmidt

De zo gevreesde Europese kakofonie is uitgebleven. Drie dagen na het dramatische besluit van de Britten om uit de EU te stappen, maken Europese beleidsmakers een kalme, haast eensgezinde indruk. Paniek? Daarvoor moet je aan de overzijde van het Kanaal zijn, waar de gevolgen van een keuze voor Brexit pijnlijk doordringen. Politieke meltdown, Schotse onafhankelijkheid, financiële onrust, sociale agitatie – wat eerst theoretische scenario’s leken, door Brexiteers weggewuifd als schandelijke bangmakerij – blijkt nu best echt.

Ook in Brussel. Zaterdag diende de Britse eurocommissaris Jonathan Hill zijn ontslag in. Hij ging over kapitaalmarkten, en juist op dat vlak draait het om grote Britse belangen. Doorgaan zou eigenaardig zijn geweest. Bovendien stond het Europees Parlement op het punt zijn hoofd te eisen.

De fall-out van het Britse referendum doet denken aan die van de Griekse geldcrisis, begin 2015. De verkiezingsoverwinning van het links-radicale Syriza luidde een periode van politieke overmoed in, die eindigde in, jawel, een referendum. De Grieken wezen de door de EU geëiste bezuinigingen keihard af. Met meteen daarna het besef dat er ook geen levensvatbaar alternatief is. Een grote kater, die leidde tot de terugkeer van de Grieken aan tafel.

Gebeurt dat nu weer? Niets is uitgesloten. Dit is per slot van rekening de Europese Unie, de compromismachine bij uitstek. „Vooralsnog gaan we ervan uit dat de Britse regering de visie van de Britse kiezer wil respecteren”, zegt een EU-functionaris.

Eruit is eruit, klinkt het bozig

Op een uitgestoken hand hoeven de Britten niet te rekenen. „Het is de gebruikelijke reflex om de EU overal de schuld van te geven”, zei voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker zaterdag in de Duitse tabloid Bild. „Maar in dit geval, kan dat helemaal niet: het was de Britse premier die dit referendum wilde.” Eigen schuld, dikke bult. In Brussel, zegt de Luxemburger, is juist alles gedaan, gedurende „eindeloze dagen en nachten”, om aan de Britse zorgen „tegemoet te komen”.

Eruit is eruit, klinkt het dus al dagen bozig in Europese hoofdsteden. En het liefst een beetje snel, „zodat de EU van 27 zo snel mogelijk kan werken aan haar eigen toekomst”, aldus Frank-Walter Steinmeier.

De Duitse minister van Buitenlandse Zaken zat zaterdag een bijeenkomst voor van de zes landen die aan de wieg stonden van de EU. „De Europese Unie heeft ons vrede en welvaart gebracht, en die Europese Unie laten we ons niet afpakken.” Maandag reist Europees ‘president’ Donald Tusk voor topoverleg naar Parijs en Berlijn, ter voorbereiding van een top dinsdag in Brussel. Daar zullen álle Europese leiders aanwezig zijn, inclusief demissionair premier David Cameron. Een dag later is er een vervolgbijeenkomst zonder de Brit.

Nu geen behoefte aan flexibele EU

De Brexit steekt „als een graat in de keel”, zei Steinmeier zaterdag. Maar na de schok is er ook „de vaste wil om Europa bijeen te houden”. Om dat voor elkaar te krijgen, moet de EU zich wel meer op hoofdzaken richten, drie om precies te zijn: immigratie, veiligheid en buitenlandbeleid, en werkgelegenheid. De ministers spraken ook kort over de mogelijkheid van een ‘flexibele EU’, zodat landen die méér willen samenwerken dat kunnen doen, en vice versa. Minister Bert Koenders (PvdA) sluit een dergelijk Europa niet uit, maar is daar „nu geen behoefte” aan. Zulke verschillende snelheden bestaan eigenlijk ook al in de EU: sommige landen doen mee aan de euro of Schengen, andere niet.

De Britten stellen het Europese geduld op de proef, door te wachten met het formele startschot voor de scheiding: artikel 50 uit het Verdrag van Lissabon. Cameron vindt dat zijn opvolger dat maar moet inroepen, en die is er mogelijk pas in oktober, misschien wel later, gezien de politieke chaos. EU-landen eisen duidelijkheid. „Er mag geen vacuüm ontstaan”, zei Koenders in Berlijn. „De bladzijde is omgeslagen.”

Of toch niet helemaal? Want over artikel 50 wordt verschillend gedacht. Het Europees Parlement heeft haast en vindt dat Cameron het vertrek van zijn land dinsdag al formeel moet aankondigen, tijdens het Brexit-diner dat EU-leiders dan met hem hebben. Het parlement roept daartoe op in een resolutie, waarin het „waarschuwt dat de notificatie onmiddellijk moet plaatsvinden om een voor iedereen schadelijke onzekerheid te voorkomen en de integriteit van de Unie te beschermen”.

Maar de EU-leiders, en die beslissen uiteindelijk, zijn niet van plan om het heel hard te spelen. „Gezien de significante politieke crisis in het Verenigd Koninkrijk hebben zij er veel meer begrip voor dat de formele notificatie niet al dinsdag plaatsvindt”, zegt een hoge EU-functionaris. „Als je premier of president bent van een land begrijp je dat dit moeilijk is in een demissionaire situatie. Maar het is in ieders belang, en vooral dat van de Britten zelf, dat er zo snel mogelijk duidelijkheid komt. Zij moeten het proces van de nodige voorspelbaarheid gaan voorzien.”

Overleg van sherpa’s

Waar iedereen het over eens is, zo bleek zondag ook in Brussel tijdens overleg van sherpa’s (adviseurs) van EU-lidstaten, is dat de onderhandelingen pas beginnen als de Britten „ondubbelzinnig” aangeven dat ze er ook echt uit gaan. Van de informele ‘voorgesprekken’ waarop Londen veelvuldig zinspeelt, kan geen sprake zijn. En pas als de scheiding geregeld is, een proces dat minstens twee jaar zal duren, kunnen er afspraken worden gemaakt over de toekomstige (handels)relatie met het Verenigd Koninkrijk. De Britse sherpa ontbrak zondag. Niet uitgenodigd. Volgens ingewijden had hij daar „alle begrip voor”.

    • Juurd Eijsvoogel
    • Stéphane Alonso