Een vastende moslim kan best bij de politie werken

Etnisch profileren Racisme is overal, óók bij de politie. Die in Rotterdam reikt de hand en houdt voor het eerst een iftar. „Wij willen er voor iedereen zijn.”

Minister van Veiligheid en Justitie Ard van der Steur en de burgemeester van Rotterdam Ahmed Aboutaleb waren vrijdag bij een door de politie georganiseerde iftar tijdens de ramadan. Foto David van Dam

„De wereld staat bol van polarisatie, van radicalisering, van desintegratie.” De Rotterdamse korpschef Frank Paauw spreekt vrijdagavond zo’n 250 agenten en genodigden toe. Hij zegt dat hij zich grote zorgen maakt over die ontwikkelingen. Er is racisme in dit land, „ook binnen de politie”. Agenten zijn ook gewoon mensen, zegt hij. „Maar tegelijkertijd ben ik ervan overtuigd dat de politie er is voor iedereen.”

De Rotterdamse politie houdt deze avond voor het eerst een iftar-maaltijd, het maal waarmee moslims tijdens ramadan bij zonsondergang het vasten van die dag doorbreken. Die maaltijd was zowel een aanwijzing hoezeer de Rotterdamse politie worstelt met racisme in het korps, als een deel van de oplossing; jawel, verbinding zoeken.

Agenten, vooral wijkagenten, hebben mensen uit hun omgeving uitgenodigd die in hun wijk belangrijk zijn voor de samenhang. Daarnaast zijn er collega’s die zich willen verdiepen in cultuurverschillen, en hoe die hun werk beïnvloeden. Want het gaat om verbinding, maar ook echt over vakmanschap binnen de politie, zegt districtschef Corry van Breda. Zij is portefeuillehouder ‘de kracht van het verschil’, en heeft de iftar mede georganiseerd.

Meer dan de helft van de inwoners van Rotterdam heeft een niet-Nederlandse achtergrond, zegt Van Breda. Bij de politie is dat maar rond de 14 procent. „Dan hoort het bij het werk van een politieman om goed met die cultuurverschillen om te gaan.”

De worsteling is merkbaar. Op de politiebureau’s is etnisch profileren het gesprek van de dag, sinds de discussie is opgelaaid. Vrijwel alle mensen van niet-Nederlandse afkomst die door de politie worden aangesproken, gaan in discussie: „Je houdt me zeker aan omdat ik een kleur heb.” Volgens korpschef Paauw moeten agenten beter uitleggen waarom ze iemand staande houden.

Een politieman die in Zeeland werkt, zegt: „Je kunt natuurlijk elke tiende auto aanhouden, maar we zijn ook getraind om op onze intuïtie af te gaan.” Een Surinaams-Nederlandse politieman: „Soms moeten we juist op ons onderbuikgevoel afgaan.” Onder jongeren is veel wantrouwen tegenover de politie, zegt een Marokkaans-Nederlandse politieman. „Ik ben de enige uit mijn vriendenkring die bij de politie ging. Onder Marokkaanse Nederlanders is het eigenlijk not done. Ik word op staat in Rotterdam wel uitgemaakt voor verrader.” De Surinaams-Nederlandse collega: „Binnen de politie is mijn kleur nooit een kwestie. Ik word er wel op aangesproken als ik gewoon in burgerkleding met mijn vrouw in de bus zit.”

Je kan best belijdend moslim zijn en bij de politie werken, vertelt een Marokkaans-Nederlandse politieman. Als hij vlak voor het breken van de vasten een melding krijgt, gaat hij eropaf: werk gaat voor. Om het vasten toch tijdig te kunnen verbreken, heeft hij een oplossing. Hij grabbelt in zijn zak en haalt er een boterhamzakje met een dadel uit. Triomfantelijk houdt hij het omhoog.

Trouwens, als zijn collega’s arriveren, zeggen ze: „Jij was toch aan het vasten? Ga maar vast naar het bureau om te eten. Regelen wij het hier wel.”

    • een onzer redacteuren