Een klap van 1.654 miljard euro, dankzij de Brexit

Wereldeconomie Is de Brexit een voorbode van een onzekere wereldeconomie? Op de beurs kregen de politieke risico’s vrijdag een hoge prijs.

Foto ANP / Martijn Beekman

Ook na een heel weekeinde van contemplatie en analyse is op het slagveld van de financiële markten de mist nog lang niet opgetrokken. Zondag trilde de internationale financiële sector nog na van het enorme verlies dat vrijdag werd geleden. Laat op de door optimisme opgedreven beurzen van donderdagavond waren alle aandelen ter wereld, volgens de toonaangevende Morgan Stanley-index, nog 37.336 miljard dollar waard. Vrijdagavond, na de aardschok van de Brexit was daar 1.838 miljard dollar (1.654 miljard euro) van af.

Wellicht dat een deel van die verliezen deze week weer wordt ingelopen. De beurzen gaan elke dag op en neer, dus ook de daling van 5 procent op vrijdag kan overkomelijk blijken. Maar het is goed denkbaar dat handelaren en beleggers, murw door de onverwachte gebeurtenissen, even afwachten welke verrassingen er nog komen. Want de gevolgen zijn nog letterlijk onoverzienbaar.

Economische versplintering

Om de mogelijke gevolgen van de Brexit voor de beurzen te vereenvoudigen is het wellicht goed om uit te gaan van de lotgevallen van één willekeurig bedrijf. De prijs, dus de koers, van een aandeel in dit bedrijf, is in wezen de optelsom van alle toekomstige winsten die het bedrijf maakt. Er zijn nu twee belangrijke variabelen. De eerste is de zekerheid van die winststroom. Die hangt niet alleen samen met de manier waarop het bedrijf wordt geleid, maar vooral met de omstandigheden waarin het moet opereren. Hoe vager en onvoorspelbaarder de toekomst, hoe onzekerder de winststroom. De waarde van die winst, en dus de koers van het aandeel, zal afnemen.

Onzekerheden zijn er altijd genoeg, maar het Britse referendum heeft er onvoorstelbaar veel aan toegevoegd. Is dit het begin van het einde van de globalisering? Is dit het startschot voor economische versplintering en de terugkomst van barrières in het vrije verkeer van goederen, diensten en personen – niet alleen in Europa, maar misschien wel wereldwijd?

Dan is er de vraag hoelang het Britse afscheid van de EU gaat duren, hoe minnelijk dat zal zijn en óf er wel een afscheid komt. En of andere EU-landen hetzelfde van plan zijn.

De wereld waarin het bedrijfsleven opereert laat zich dan ook steeds moeilijker kennen. En dat geldt dus ook voor hun toekomstige inkomen. „Politieke risico’s worden op dit moment van een andere prijs voorzien”, zo vatte Dominic Rossi van de belegginsgreus Fidelity het zondag samen.

Lees ook: Als een bank vertrekt, volgen er meer. Wat gebeurt er als de grote jongens echt zouden weggaan uit de City?

Centrale banken bijna uitgeput

De inkomensstroom van een aandeel heeft nog een andere component. Wie winst van, zeg, over tien jaar vandaag een prijs wil geven, moet rekening houden met de tussentijdse rente. Is die rente hoog, dan is die winst van 2026 lang niet zo veel waard als wanneer de rente laag is.

De ultralage rentes die de centrale banken sinds het uitbreken van de crisis in 2008 hebben gehanteerd hebben de koersen van aandelen op de beurzen dan ook hoog opgejaagd. Dat is te zien: sinds het eerste kwartaal van 2010 zijn de winsten van het wereldwijde bedrijfsleven volgens de wereldindex niet gestegen. Maar de aandelenkoersen gingen sindsdien met een kwart omhoog. Dat is voor het grootste deel terug te voeren op de gedaalde rente.

Het wordt na alle crisismaatregelen steeds moeilijker een nieuwe schok op te vangen

Een van de problemen voor beleggers is nu dat die rente eigenlijk nauwelijks meer lager kan. De ECB hanteert al een rente voor de geldmarkt van 0, en één tarief is al negatief. Voor de Bank van Japan geldt hetzelfde. De Bank of England kan nog met een half procentpunt naar beneden tot de nul is bereikt. En dat geldt ook voor de Amerikanen, die nu 0,25 tot 0,5 procent hanteren en juist op weg waren de rente verder te verhogen.

Voor de rentes op de langere termijn, die op staatsleningen, geldt vrijwel hetzelfde. Veel van die staatsleningen hebben door het ruime monetaire beleid en opkoopprogramma’s door de centrale banken al een zeer lage of zelfs negatieve rente. Donderdagavond ging het volgens Bloomberg wereldwijd al om het bijna onvoorstelbare bedrag van 8.730 miljard dollar aan staatsleningen met negatieve rentes. Vrijdagavond was daar 380 miljard bij gekomen.

Het is de afgelopen vijftien jaar gewoon geworden dat centrale banken de financiële markten steunen met lage rentes en extra geld – al was het maar omdat andere beleidsmakers het laten afweten. Maar het monetaire beleid is al zeer experimenteel. De grens van wat de centrale bankiers kunnen, komt in zicht, en is misschien al overschreden. En dat is, niet alleen voor beleggers maar ook voor burgers, iets om extra nerveus van te worden. Een nieuwe klap wordt moeilijk om op te vangen.

    • Maarten Schinkel