Dit toernooi is voor Duitsland bijna té makkelijk

Met machtsvertoon versloeg Duitsland Slowakije (3-0). Maar hoe zal Die Mannschaft het tegen Italië of Spanje doen?

De twee Duitse doelpuntenmakers Julian Draxler (r) en Jerome Boateng. Foto PHILIPPE HUGUEN/AFP

Wee de tegenstander, als de Duitsers zich echt gaan inspannen. De superioriteit van de ploeg die zich, voor zover dat nog duidelijk gemaakt moest worden, met nadruk meldt als dé titelfavoriet, balde zich samen in de aanval die leidde tot de 2-0, die allang de 4-0 had moeten zijn, maar afijn. Het passje diagonaal, ineens gegeven, van linksback Jonas Hector. Julian Draxler die met klassieke schaarbeweging de achterlijn haalde. En Mario Gomez, schijnbaar aan zijn tweede jeugd begonnen, die zich voor zijn man wurmde en z’n voet uitstak. Tor.

Het zat er allemaal in. Direct en dreigend en dwingend. Die Mannschaft dendert door naar de laatste acht, moeiteloos, indrukwekkend, groots. Zij het tot dusver ten koste van landen uit de Europese voetbalperiferie die zich op dit toernooi ook even een factor van belang wanen. De tegenstander was Slowakije, gisteren in Stade Pierre Mauroy bij Lille. Het werd 3-0, maar het had ook 7-0 kunnen zijn. Jérôme Boateng volleerde een afgeslagen corner van ver binnen voor de 1-0 en Draxler stond op de juiste plek bij een andere hoekschop voor de 3-0. En och ja, er werd een penalty gemist door Mesut Özil, laks en slecht genomen.

Het gaat makkelijk voor de Duitsers. Té makkelijk? De vraag opwerpen is alleen al een cliché, maar vooruit. Het WK in 2014, de voltooiing van het Duitse voetbalproject dat begonnen was in 2006, kende tenminste nog een rimpeling in de achtste finale, in de vorm van Algerije dat zich manmoedig weerde en Duitsland dat pas in de verlenging de furieus counterende Noord-Afrikaanse ploeg over de knie legde.

Het werd een belangwekkend moment in de zegetocht, zeker toen verdediger Per Mertesacker, doodgoeie Per Mertesacker, in een interview na de wedstrijd geen spaan heel hield van de interviewer die namens de ZDF, naar beroepseer en geweten, kritische vragen stelde over het spel. „Wat wil je nou? Denk je dat die Algerijnen een stel clowns zijn?” Het fragment werd binnen Die Mannschaft gevroten. Voor gezeur geen tijd, even niet die permanente hang naar zelfkritiek. Wereldtitel pakken, niets minder, maakt niet uit hoe.

Hoe dan ook: het stadium van kinderachtige tegenstanders is gepasseerd en enige nonchalance daarmee vermoedelijk ook. Duitsland treft in de kwartfinale zaterdag de winnaar van Spanje-Italië en daarmee is het voorspel voorbij na Oekraïne (2-0), Polen (0-0), Noord-Ierland (1-0) en Slowakije (3-0). Nul tegengoals, nooit echt gewankeld, op een geschampte kopbal na van Arek Milik (voorlangs) in het gezapige duel met Polen.

Totale beheersing

Zonder zweet, laat staan bloed of tranen, rolt Duitsland zo door het nieuwe toernooiformat. Klinisch, afgemeten, tikkeltje hooghartig misschien zelfs. Toni Kroos die de ballen breed en lang geeft, akelig accuraat. Julian Draxler, man van de wedstrijd, werkt zich uit de schaduw van de uit de basis verdreven Mario Götze tot toernooirevelatie van de Duitsers. Totale beheersing, zei bondscoach Joachim Löw terecht. Hij heeft nog maar één prijs te winnen op zijn vijfde eindtoernooi als eindverantwoordelijke. Als voorman van een gouden generatie Duitsers, hoeder van het moderne Duitse spel, zou de triomf met een gewonnen EK na het WK ultiem zijn. De beste Mannschaft ooit? Zover is het nog lang niet, maar wie stopt ze dan?

Er zijn heus dingetjes, puntjes. Müller, tien doelpunten al op twee WK’s, die nog steeds naar zijn eerste doelpunt op een EK zoekt. En Löw die na alle commotie over zijn Hosengriff toch weer aan een lichaamsdeel zat, de oksel dit keer, en aan die hand rook. Meer een zaak van de Duitse bewakers van fatsoen en goede zeden. Voor de rest is er namelijk niets op aan te merken, niets dan misschien het tikkeltje lichtzinnige dat Die Mannschaft over zich heen heeft.

    • Bart Hinke