Opinie

Diplomatieke missverkiezing voor Veiligheidsraad illustreert falen Europese buitenlandpolitiek

Het Europees kampioenschap speelt zich voor Nederland dinsdag af in New York, in het gebouw van de Verenigde Naties. Daar zullen de 193 lidstaten van de volkerenorganisatie bepalen welke landen vanaf 1 januari namens de groep ‘West-Europa en overige’ gedurende twee jaar een tijdelijke zetel in de Veiligheidsraad mogen bezetten. Er zijn twee plekken te vergeven voor drie kandidaten: Italië, Nederland, Zweden. Eén land valt af.

De uitkomst van de stemming is onvoorspelbaar. Er zijn lidstaten die tegenover kandidaten hun steun hebben uitgesproken. Maar van een groot aantal andere VN-leden is de voorkeur onbekend. Bovendien is de stemming geheim. Het maakt het voor landen eenvoudig een beloofde stem geen daadwerkelijke stem te laten zijn. De regering van Finland, die zich in 2012 vooraf verzekerd achtte van de benodigde tweederdemeerderheid van de stemmen, was pijnlijk verrast toen Luxemburg werd verkozen.

Mocht Nederland dit dinsdag ook overkomen, dan zal het in elk geval niet aan de campagne hebben gelegen. Die is de afgelopen jaren zeer intensief gevoerd waarbij de Koninkrijksdelen in de West nu eens een keer niet door Den Haag zijn vergeten. Curaçao, Aruba en Sint Maarten werden volop ingezet voor het werven van stemmen uit hun deel van de wereld.

Nederland heeft in 2005 terecht de vinger opgestoken toen duidelijk was dat voor de periode 2017-2018 twee tijdelijke zetels waren te vergeven. Een land dat in zijn Grondwet heeft opgenomen de ontwikkeling van de internationale rechtsorde te bevorderen moet daarvoor ook verantwoordelijkheid willen nemen. Natuurlijk, de rol van de tien niet-permanente leden in de Veiligheidsraad is bescheiden, maar voor kleine landen is het een goede gelegenheid in contact te blijven met de wereld.

Desalniettemin zijn ook vraagtekens te zetten bij de aanstaande diplomatieke missverkiezing. Nederland behoort binnen de Unie tot de warmste pleitbezorgers van een gemeenschappelijke Europese buitenlandse politiek. Als uitdrukking hiervan toont Nederland zich bij de eindeloze discussie over hervorming van de Verenigde Naties net als veel andere EU-lidstaten voorstander van een vaste zetel voor de Europese Unie in de Veiligheidsraad.

Tegen deze achtergrond moet het voor de rest van de wereld tamelijk bizar overkomen dat ditzelfde Europa er niet eens in slaagt tot een gezamenlijke voordracht te komen voor de aan de eigen regio toekomende Veiligheidsraadszetels. Met als gevolg dat gekozen moet worden tussen drie sterk op elkaar lijkende landen. De grote mogendheden kunnen gerust zijn. Op deze manier wordt het nooit wat met de Europese Unie als speler op het wereldtoneel.