Opinie

„Bút…!”

In het Verenigd Koninkrijk regeert nog steeds de verbijstering over de uitslag van het Brexit-referendum. De journalistiek vaart er wel bij. Ik smulde in de Britse kranten van de bittere columnisten die bij de winnaars ‘buyer’s remorse’ voorspellen; koperswroeging – een mooie uitdrukking. Bij de BBC zag ik spannende interviews met politici die ter verantwoording werden geroepen.

Zondagmorgen begon het bij de BBC al vroeg in de talkshow van de bevlogen journalist Andrew Marr. Een van zijn gasten was Sajid Javid, voor de Conservatieven minister van Handel in het huidige kabinet. Zulke kabinetsleden zitten in een onmogelijke positie.

Marr wees hem erop dat dit kabinet doem en verderf had voorspeld bij een overwinning voor het pro-Brexit-kamp: bezuinigingen, een grote recessie etcetera. Dus: wat nu? Javid wilde er niet meer aan herinnerd worden. Het ging hem alleen nog om het ‘nieuwe momentum’, zijn kabinet zou loyaal de wil van de kiezer honoreren, er was geen tijd meer voor „emotionele argumenten”.

„Emotioneel?’’ ,riep Marr verbluft, „dus jullie hebben de mensen gewaarschuwd voor dingen die niet gaan gebeuren?” Javid mompelde dat er de komende twee jaar nog niet zoveel zou veranderen en dat de regering zich voor ‘uitdagingen’ gesteld zag.

Bij Labour bleek de radeloosheid nog groter. Schaduwminister Hilary Benn kwam in de studio uitleggen waarom hij geen heil meer zag in zijn leider Jeremy Corbyn. Benn is een keurige, gebrilde man in een keurig pak en hij bleef ook in zijn formuleringen keurig, maar het effect ervan was verwoestend. Elke keer als hij iets aardigs over Corbyn leek te hebben gezegd, voegde hij er meteen aan toe: „Bút!”

„Corbyn is a good and decent man… bút…. he is not a leader and thát is the problem.” Hij had het Corbyn ook telefonisch medegedeeld. Ik hoorde het gebeuren. Ik zag het gezicht van Corbyn al angstig betrekken bij die eerste lofprijzing, want hij kende Benn goed en hij wist dat dit een bút-zin ging worden, zo’n zin waarin de dolk al glinstert in de mouw van de belager.

Ik begreep dat Corbyn daarop Benn onmiddellijk ontslagen had, waar ik me wel iets bij kon voorstellen. Ook onder elkaar zijn socialisten niet de gezelligste mensen. Benn was er onverstoorbaar onder gebleven. Nee, hij wilde Corbyn niet opvolgen, zei hij tegen Marr, „it’s about telling the truth” – en verder niets.

Een uurtje later kwam in een andere uitzending, Sunday Politics, een boezemvriend van Corbyn, schaduwminister van financiën John McDonnell, een goed woordje voor hem doen, maar ik betwijfel of het veel zal helpen. Als ik Polly Toynbee, columniste van The Guardian mag geloven, valt er weinig goeds meer te verwachten van en voor Corbyn.

„Schuld hangt overal in de lucht”, schreef zij, „terwijl we ronddolen in de doodsangst van dit moment. Corbyn wordt geconfronteerd met een directe uitdaging van zijn leiderschap na een performance die akelig ontoereikend, levenloos en ruggengraatloos was, en hij onbekwaam bleek ook maar enige leiding te geven.”

Ik kan me sociaal-democratische leiders in Nederland herinneren die om minder zijn weggestuurd. Als ik Corbyn was zou ik tegen mezelf zeggen: „Ik kan het nog een tijdje uitzingen… bút…. het zou vermoedelijk verstandiger zijn als ik er maar meteen de bui aan gaf.”

Frits Abrahams