Recensie

Alle clichés spoelen aan op het strand in een ironische vertelling

Met een zonbeschenen zwembad waarin een bikinitopje drijft en de dertiende boektitel uit een dozijn zet het omslag van Dood van een thrillerschrijfster je welbewust op het verkeerde been. Of niet? De proloog waarmee Pauline Slot haar zesde roman begint, bevestigt juist de vermoede clichés van de ‘literaire thriller’. Op een vroege morgen spoelt op een paradijselijk Grieks vakantiestrand het lichaam aan van thrillerschrijfster Esther Noordvlucht, die de avond ervoor nog gloedvol voorlas aan een stel aspirant-schrijvers. Vermoord.

Een spanningsverhogende schrijftactiek: voordat de dood wereldkundig wordt, springen we terug in de tijd en beginnen we bij het eigenlijke begin. Selma Hoogstins ontvangt in haar strandvilla haar studenten. Ze komen er om literair begeleid te worden door Selma, schrijfcoach én romanschrijver én verteller van het verhaal.

Alle aspiranten zijn knudde. Selma begeleidt ze allervriendelijkst, maar in haar verslag voor ons kunnen de schrijfprojecten op weinig waardering rekenen: de zonderlinge die young-adultfantasy schrijft in houterig Engels, de millennial die zichzelf enorm goed vindt maar niets te melden heeft, de meelijwekkende verwerkster van een familietrauma.

Pauline Slot (1960) is zelf schrijfcoach en schrijfreisuitbaatster en laadt daarmee de vrolijke verdenking op zich dat ze in deze roman wat appeltjes schilt met de hedendaagse literaire cultuur. Maar: zonder zichzelf te sparen.

Want pijnlijk wordt het voor Selma – tot de tanden toe bewapend met woede en ironie – als Esther Noordvlucht verschijnt. Zij is ongenaakbaar en zelfverzekerd (én een ogenschijnlijke kruising tussen Esther Verhoef, Saskia Noort en Simone van der Vlugt) en ze schrijft verdorie gemakzúchtig. Maar alle gasten, zelfs Selma’s man een beetje, lopen met haar weg. En dus niet meer met Selma.

Waar dat toe gaat leiden weten we uit de proloog, ware het niet dat Slots ontknoping niet gemakzuchtig is, maar ironisch en scherpzinnig. Zonder iets te verklappen: Selma zelf ontspringt de dans niet – en daarmee Slot evenmin.

Hoe superieur is zij als ze commercieel profiteert van literaire kneuzen, als ze eigenlijk jaloers is op iemand die ze zegt te verachten, en misschien zelfs op haar schrijftechnieken?

De roman is te lezen als een ironisch en allengs pijnlijker wordend antwoord op die vraag. Tegelijk tilt die vraag de roman ook uit boven het literaire incrowd-verhaal vol versleutelde satire, de vraag speelt op verschillende niveaus. Want het Griekse baaitje lijkt paradijselijk, maar het ommeland zucht onder de crisis en de Middellandse Zee is momenteel ook allerminst onschuldig. Hoe superieur is de uitbaatster die zich in haar ‘paradijs’ van dat leed afwendt? En die vakantieganger? En de lezer die zich liever verlustigt aan de zekerheid van een thrillerplot? Of aan literaire satire?

    • Thomas de Veen