Versterk nu de kern van Europa

Opinie Brexit is begin van historische herschikking van Europa. Zo kan een denkbeeldige mislukking van de eenwording worden omgezet in het grootste en meest veelbelovende succes in decennia.

Foto ANP / Lex van Lieshout

De uitkomst van het ‘historische’ referendum waarmee het Verenigd Koninkrijk met 52 tegen 48 procent van de stemmen uit het Verenigd Europa is gestapt, was te voorspellen – ook al probeerde het overgrote merendeel van de Europese beleidsmakers niet te geloven wat er ging gebeuren. Ik zou zelfs zeggen dat deze houding op het vasteland een averechts effect heeft gehad en voor te veel Britten het laatste argument is geworden om voor een ‘vertrek’ te stemmen. Wat moet het nog verenigde Europa nu doen en hoe zouden de toekomstige stappen eruit kunnen zien?

Ten eerste moeten de Europese leiders de Engelsen in een beleefde verklaring bedanken voor alles wat ze voor de welvaart van de Europese Gemeenschap en de EU hebben gedaan. Ze moeten hun diepste respect voor deze keuze betuigen en de onderdanen van koningin Elizabeth geruststellen dat, mochten ze zich bedenken, hun land op elk moment weer tot de ‘steeds hechtere Unie’ zal worden toegelaten. Deze verklaring moet uitgaan van de sterke veronderstelling dat het niet uitmaakt wanneer (en zelfs óf) het Britse parlement een officieel verzoek tot uittreding indient – de beslissing is genomen.

Ten tweede moeten de Europese leiders instemmen met een gezamenlijke verklaring waarin staat dat aan geen enkel land voortaan bijzondere voorwaarden of vrijstellingen van de EU-regels zullen worden verleend, tenzij het een andere status heeft dan de status van volwaardig EU-lid. De Brexit zal dan ook het begin zijn van een historische herschikking van Europa, die zou kunnen uitmonden in de vorming van een flexibele en dynamische Europese Unie, gelaagd en met verschillende snelheden. Als dit gebeurt, kan een denkbeeldige mislukking van de Europese eenwording worden omgezet in het grootste en meest veelbelovende succes in decennia.

De Brexit moet als een krachtig bewijs worden gezien van het nogal duidelijke gegeven dat Europa en zijn ‘nabije buitenland’ (zoals de Russen zouden zeggen) bestaan uit drie gebieden die sterk van elkaar verschillen.

Het eerste is de ‘kern van Europa’, het vasteland, dat nu 27 EU-landen beslaat. Deze kern is in de loop van eeuwen opgebouwd en blijft ondanks alle interne verschillen een vergaarplaats van gezamenlijke waarden, gebruiken en gewoonten.

Het tweede is de ‘Atlantische wereld’, bestaande uit VK en VS, die in andere tijden Europese koloniën werden en later onafhankelijkheid verwierven. Het derde is ‘Oost-Europa’, oftewel het grondgebied dat lang bekendstond als Rusland, maar nu bestaat uit de Russische Federatie en nog een aantal andere landen, waarvan er vele naar nauwere politieke banden met de Europese Unie streven. Zowel de ‘atlantici’ als het ‘Oosten’ zijn twee Europese uitlopers die door Europa zijn verwekt, maar er nu grondig van verschillen.

Ruim tien jaar geleden stelde de Franse intellectueel Dominique Moïїsi dat de wereld tijdens de Koude Oorlog een verenigd Westen en een verdeeld Europa had gezien, maar dat de tijd daarna eerder had geleid tot een verenigd Europa en een verdeeld Westen. Afgelopen donderdag kregen we een bewijs voor de woorden van Moïsi. Het Westen is verdeeld en Groot-Brittannië hoort bij een ander deel dan Frankrijk en Duitsland – maar ik zou dat geen ramp wilen noemen; we moeten gewoon zorgen dat de Europese kern wordt versterkt.

Europa blijft ondanks alle verschillen een vergaarplaats van gezamenlijke waarden

Ik zou dan ook willen stellen dat de EU de komende jaren ten minste drie wezenlijke dingen te doen staan. Ten eerste moet een snelle Britse terugtreding uit de EU worden georganiseerd, zonder veel aandacht te besteden aan de gevolgen hiervan voor het VK. Ik ben misschien politiek incorrect, maar onder de huidige omstandigheden is het in het belang van de EU dat Engeland (en natuurlijk de Londense City) de pijn voelt van waar dit domme besluit toe leidt. En dat is niet door wraak ingegeven – het is de enige verstandige stap waardoor eventuele vertrekneigingen in het continentale blok misschien zullen bekoelen. Omdat het VK hoe dan ook onder een aanzienlijke economische krimp zal gaan lijden, zullen de mogendheden op het vasteland alle mogelijke lessen uit deze stap moeten trekken. Nadat het vertrek is afgerond moeten de EU-landen bovendien opnieuw over het Verdrag van Lissabon onderhandelen en een speciaal hoofdstuk toevoegen over de uittredingsprocedure. Daarin wordt verklaard dat de EU een open en flexibele structuur is waar de Europese landen vrijelijk en op een voorspelbare manier toe kunnen toetreden of weer uit kunnen stappen.

Ten tweede moet de structuur van de EU drie lagen krijgen waarin plaats is voor volwaardige leden (die de volledige EU-wetgeving en de eenheidsmunt invoeren en ook deel uitmaken van Schengen), voor geassocieerde leden (die de EU-wetgeving met uitzonderingen invoeren, geen lid van de euro en Schengen zijn, maar hun volledige instemming met het economische deel van de wetgeving uitspreken), en voor waarnemers (die delen in een aantal voordelen van de vrije economische zone en ook in het vrije verkeer, maar die hun eigen wetgeving behouden, zonder invloed van de EU).

De verdienste van zo’n verandering is dat de voorlopers sneller kunnen bouwen aan een federatie en hun gemeenschappelijke instellingen en wetgeving kunnen verbeteren. De geassocieerde leden zullen het merendeel van de economische voordelen van de EU genieten, maar zullen niet aan alle EU-instellingen mogen deelnemen en dus ook geen aandeel hebben in de opstelling en vormgeving van alle regels waaraan ze wel per se moeten voldoen. De waarnemers kunnen bepaalde voordelen van de gemeenschappelijke markt en de vrijheid van verkeer krijgen, maar betalen daar dan voor, zoals nu Noorwegen of Zwitserland.

Als zo’n opzet wordt ingevoerd, kan de EU enerzijds een nieuwe aantrekkingskracht krijgen door landen die niet aan de bestaande normen kunnen voldoen of zich terug willen trekken, aan te bieden hun status tot die van geassocieerd lid te verlagen (bijvoorbeeld Griekenland). Anderzijds kan de EU een aantal nieuwe leden met die status toelaten (bijvoorbeeld Oekraïne).

In dit laatste geval zullen de Europeanen wel profiteren van de uitbreiding van de EU-wetgeving tot nieuwe gebieden, maar zullen ze hiervoor geen financiële verantwoordelijkheid dragen of toestaan dat de geassocieerde nieuwkomers invloed op de besluitvorming uitoefenen. Als dit gebeurt, zou de EU ten volle haar ongelooflijke ‘soft power’ kunnen aanwenden, want die lijdt nu onder de groeiende angst voor een echte uitbreiding.

Ten derde kan de EU veel meer de aandacht richten op de economische vraagstukken en aan haar grenzen een belangrijk gebied erbij krijgen waar de Europese beleggers zich net zo op hun gemak kunnen voelen als in hun eigen land en tegelijk kunnen profiteren van de lage arbeids- en bedrijfskosten. Door een diversificatie van de EU kunnen de Europese leiders hun uitgaven voor de achtergebleven gebieden verlagen en meer voordeel halen uit de landen die tot de EU willen toetreden en daarbij willen voldoen aan de normen en regels die de EU oplegt.

Om een werkelijke economische grootmacht van de 21ste eeuw te worden zal de EU eerder kringen van economisch afhankelijke landen om haar kern moeten verzamelen dan de buitenstaanders, zoals het ‘pas onafhankelijke’ Groot-Brittannië, als intermediair te laten profiteren van de financiële stromen, die hoofdzakelijk hun oorsprong vinden op het vasteland.

Al met al zou ik zeggen dat 23 juni 2016 weleens een opmerkelijke dag voor Europa zou kunnen worden, mits het ten volle gebruik weet te maken van het vertrek van een land dat er toch al nooit echt deel van uitmaakte. Maar om hiervan een dag te maken die ons nog tientallen jaren zal kunnen heugen, zal de hele EU langdurig zwaar en avontuurlijk werk op zich moeten nemen.

Vladislav Inozemtsev is als econoom verbonden aan de Deutsche Gesellschaft für Auswärtige Politik in Berlijn en het Center for Strategic and International Studies in Washington. Komend jaar is hij fellow van de Atlantic Council in Washington.

    • Vladislav Inozemtsev