Rijksmonumenten genoeg, maar waar is het geld?

Provincies kregen de verantwoordelijkheid voor de rijksmonumenten, maar nauwelijks budget. Morgen praten ze er met de minister over. Ze hebben voor 373 miljoen euro aan wensen op hun lijstje.

Foto ANP / John Gundlach

In 2007 viel in hartje Arnhem een groot brok steen naar beneden. Een plaat van de met tufsteen beklede toren van de eeuwenoude Eusebius had losgelaten. Nadere inspectie leerde dat beelden waren gebarsten en nog meer platen los zaten. De omgeving van de kerk moest worden afgezet met hekken.

Twee jaar later begon het herstel, dat tot op de dag van vandaag duurt. In april dreigde de restauratie, nog niet eens halverwege, te moeten worden stilgelegd vanwege geldgebrek. Met een ‘noodverband’ van één miljoen euro, afkomstig van provincie en rijk, kunnen de steenhouwer en aannemers nog doorwerken tot het einde van het jaar.
„Op een laag pitje dan”, meldt Petra van Stijn, bestuurslid van de Stichting Eusebius Arnhem. „Ondertussen hopen wij op een oplossing. Die moet komen van het rijk. Er zijn aparte fondsen nodig voor dit soort monumenten”, zegt ze. Het kost nog 20 miljoen euro om de Eusebiuskerk weer in een goede staat te brengen.

De Eusebius is één van de rijksmonumenten waarvoor snel geld op tafel moet komen, weet Fleur Gräper. Zij is gedeputeerde in Groningen namens D66 en portefeuillehouder cultureel erfgoed namens de koepelorganisatie van provincies, het Interprovinciaal Overleg (IPO). Ook Paleis Soestdijk, de Domkerk en -toren in Utrecht, het station in Middelburg en de Sint-Janskathedraal in Den Bosch zijn dringend toe aan (verdere) restauratie. „Met een kanjermonument blijf je bezig”, zegt gedeputeerde Henri Swinkels (SP) van Noord-Brabant. De term kanjermonument muntte de rijksoverheid ooit voor een aantal grote, beeldbepalende gebouwen.

Ook is de komende vijf jaar volgens de provincies een rijksbijdrage nodig voor onder meer de restauratie van het centraal station in Amsterdam (geschatte kosten 50 miljoen), het deels leegstaande en in verval geraakte kloosterdorp Steyl in Venlo (26 miljoen), en de kapel Saint Louis in Oudenbosch (3,5 miljoen), ook wel ‘klein Rome’ genoemd. In de kapel hangt nu een net om de brokstukken op te vangen die uit het plafond vallen. In totaal heeft het IPO een lijst gemaakt met 36 beeldbepalende nationale monumenten die restauratie behoeven, maar waarvan de provincies de financiële lasten niet alleen kunnen dragen. Schatting van de gezamenlijke herstelkosten: 373 miljoen euro.

Enkele rijksmonumenten waar geld voor nodig is:

Externe fondsen

De inventarisatie van de knelpunten volgt op de overdracht door het rijk, in 2012, van de verantwoordelijkheid voor de 62.000 rijksmonumenten aan de provincies. De rijksoverheid stelt jaarlijks 20 miljoen euro beschikbaar aan provincies voor restauratie van al die objecten. Provincies, eigenaren, fondsen en/of sponsors betalen ook mee. Daarnaast is dit jaar via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed71 miljoen euro subsidie beschikbaar voor onderhoud van rijksmonumenten, zoals kerken, molens en fabrieken.

„Het is de afgelopen jaren gelukt om meer externe fondsen te organiseren, maar dan nog heb je als provincie aanvullend budget nodig”, zegt gedeputeerde Fleur Gräper. „Want zelfs twee keer 20 miljoen is niet genoeg voor één groot te restaureren rijksmonument. Met de acht miljoen extra die de rijksoverheid in 2016 en 2017 overweegt beschikbaar te stellen, ben je 95 jaar verder voordat je die 36 objecten hebt gerestaureerd. Als de provincies meefinancieren, dan heb je het ook nog steeds over een periode van 45 jaar. Dat kan de bedoeling niet zijn. Dan lopen we het risico dat ze in verval raken.”

Minister Jet Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (PvdA) kondigde in april in antwoord op Kamervragen over de Eusebius aan dat ze na de inventarisatie van de knelpunten wil „spreken over een gezamenlijke aanpak”. Deze maandag is er een gesprek tussen een delegatie van de provincies en de minister over de lijst. Een woordvoerder van het ministerie meldt dat op basis van die inventarisatie in september een besluit wordt genomen.
Volgens Gräper is het bedrag van 373 miljoen euro een reële inschatting op basis van onderzoek. Maar alleen voor de Eusebiuskerk en de Domtoren waren concrete offertes voorhanden.

Hoe het gat te overbruggen tussen de beschikbare 20 miljoen voor alle rijksmonumenten en de honderden miljoenen die op korte termijn nodig zijn voor 36 kanjermonumenten? Gräper: „Ja, dat is een goeie vraag.” Het ministerie van OCW reageert: „Op basis van de inventarisatie kijken wij naar het budget.”

Gedeputeerde Swinkels noemt een mogelijke handreiking van het ministerie van 4 miljoen euro extra per jaar een lachertje. „Alleen al in Brabant is voor de drie meest urgente projecten 40 miljoen euro nodig, waarvan de rijksoverheid 5- tot 10 miljoen euro voor haar rekening zou moeten nemen.”
Gedeputeerde Patrick van der Broeck (CDA) van Limburg vindt het „knap zuur” dat de provincies wel de verantwoordelijkheid voor de rijksmonumenten hebben gekregen, maar nauwelijks budget.

    • Annette Toonen