Recht op vrij reizen blijft ook na Brexit halszaak voor Polen

Voor veel Britten was een Brexit-stem ook een anti-Poolse stem. Maar op regeringsniveau blijft Londen voor Warschau een belangrijke partner.

Een muur in Charing Ben Stansall/AFP

‘Verlaat de EU. Geen Pools ongedierte meer’. Kaartjes met die boodschap, verspreid in het Engelse Huntingdon, maakten het afgelopen weekend ophef van de Britse lokale tot Poolse nationale pers.

Het was slechts een van een reeks duidelijk of vermeend racistische incidenten rondom het referendum. Die benadrukken een pijnlijke waarheid: voor veel Britten was een Brexit-stem ook een anti-Poolse stem. De 850.000 inwoners met de Poolse nationaliteit vormen de belangrijkste groep van buitenlandse afkomst in het Verenigd Koninkrijk. De overgrote meerderheid kwam na de Poolse EU-toetreding in 2004.

Zij kijken met spanning naar de uitkomst van het migratiedebat. Afgaande op campagneverklaringen van het Leave-kamp, kan wie nu al in het VK verblijft, wellicht blijven. Maar wie de oversteek nog wil maken of familie wil overbrengen, zou de impact van het referendum wel kunnen gaan voelen.

Het is een van de talrijke redenen waarom Brexit geen zegen is voor de nationaal-conservatieve regering van Recht en Rechtvaardigheid (PiS) in Warschau, die nochtans vaak als eurosceptisch bestempeld wordt. Ook al ziet ze getalenteerde werkkrachten liever in Polen dan elders: het recht op vrij rondreizen en werken is voor veel Polen het voornaamste voordeel van de Europese Unie. De verdediging van dat recht wordt voor Warschau –en andere Oost-Europese hoofdsteden— een cruciaal punt in post-Brexitonderhandelingen.

Ook op strategisch gebied is Brexit een forse tegenvaller voor PiS. “Onder het huidige leiderschap ziet Warschau Londen –meer dan Berlijn— als haar cruciale bondgenoot in de Europese Unie,” schreef Agata Gostyńska-Jakubowska van het Centre for European Reform, een Londense denktank, in de aanloop naar het referendum. “En het verzet zich tegen de Duitse visie van verdere politieke integratie in de EU.”

Dat de zes stichtende EU-leden, waaronder Nederland, afgelopen zaterdag hun eigen crisisberaad organiseerden, viel niet in de smaak in Polen. Het nationale persbureau waarschuwt al dat Duitsland en Frankrijk een ‘superstaat’ willen. Warschau nodigde EU-buitenlandministers van andere landen uit voor alternatief overleg. Dat lijken ook de Fransen en Duitsers gemerkt te hebben: hun buitenlandministers trachtten vanmorgen in Praag de plooien glad te strijden met de ‘Visegrad Vier’ (Polen, Tsjechië, Slowakije en Hongarije).

Vraag is of Duitsland het Poolse kabinet ook kan overtuigen dat Europa, zonder de Britten, assertief genoeg zal blijven ten opzichte van Moskou. Het VK heeft, meer dan veel andere West-Europese landen, oog voor de strategische positie van de landen rond het Balticum en speelt een Europese voortrekkersrol inzake defensie.

En dan is er nog het Europese Parlement, waar PiS op zoek moet naar nieuwe bondgenoten: de Britse Conservatieven zijn momenteel hun voornaamste fractiegenoten.

Toch blijft het steeds vaker aangehaalde scenario waarin Polen het VK achterna gaat, onwaarschijnlijk. Enkele kleine extreem-rechtse partijen staan alleen met hun vraag om een eigen EU-referendum.

Fulmineren tegen EU-bemoeienissen mag dan bon ton zijn onder PiS-leden, maar de Unie is nog steeds te populair om fundamenteel in vraag te stellen. Zowel bevolking als elites profiteren te zeer van Schengen, de economische integratie en de miljarden subsidies die van west naar oost vloeien.

Wel verklaarde PiS-partijleider Jaroslaw Kaczynski zich vrijdag voorstander van het heronderhandelen van de Europese verdragen. De beweging richting “meer en meer Unie” heeft volgens hem “schuld aan steeds groter wordende crisissen, zoals Brexit”. De kans dat lidstaten onderhandelingen over zo’n nieuw verdrag in de nabije toekomst tot een goed einde zouden kunnen brengen, lijkt echter klein.

Op langere termijn blijven frustratie onder de economische achterblijvers en verzet tegen West-Europese verzoeken om hulp, zoals het opnemen van vluchtelingen, wel een voedingsbodem voor populistische anti-EU-retoriek. Indien de subsidiestromen in de toekomst opdrogen en de keuze gaat tussen zich schikken naar de Europese kernlanden of zoveel mogelijk macht in de hoofdstad houden, dreigt de liefde voor de EU onder nationalistische elites niet groter te worden.