Ze hielden vijf mensen in de gaten, twee zijn er nu dood

Twee getuigen in een onderzoek naar wapenhandel zijn geliquideerd. Toeval of zijn er rivalen uitgeschakeld?

Vorige maand werd Abderrahim Belhadjdoodgeschoten in Amsterdam. Foto Olim Bajmat/Novum

‘Moordservice op Wielen’ worden ze inmiddels genoemd, een groep van tien verdachten uit Utrecht en omgeving. De mannen kwamen in het voorjaar van 2015 bij de politie in beeld nadat ze een gestolen Audi R6 hadden gekocht. Het onderzoek leidt tot een van de grootste wapenvondsten in de recente geschiedenis.

Gezien het aanhoudende geweld in de onderwereld waarbij afrekeningen in het openbaar plaatsvinden, is die wapenvondst niet de hoofdzaak. Het Openbaar Ministerie hoopt te bewijzen dat de verdachten bezig waren met de voorbereiding van liquidaties.

Tijdens het onderzoek blijkt namelijk dat de mannen een aantal criminelen observeren. Ze nemen foto’s en houden hun rivalen in de gaten met behulp van bakens, apparaatjes waarmee auto’s op afstand kunnen worden gevolgd.

Naast dit klassieke gymschoenenwerk dat in de onderwereld ‘afleggen’ wordt genoemd, ziet de politie dat de verdachten beschikken over automatische vuurwapens. Met die wapens wordt ook geoefend, zo hoort de politie nadat tijdens het onderzoek speciale afluisterapparatuur is gemonteerd in een van de auto’s die de criminelen gebruiken. Op grond hiervan ontstaat het vermoeden dat de groep mannen bezig is met het voorbereiden van onderwereldmoorden.

Toeval?

Om te voorkomen dat ze tot actie overgaan, worden de mannen op 17 juli 2015 aangehouden. Bijna een jaar later zitten zeven hoofdverdachten in deze zaak nog altijd vast. Maar van de vijf criminelen die door de groep zijn geobserveerd en gefotografeerd zijn er inmiddels twee overleden: doodgeschoten op straat.

Vorige maand werd Abderrahim Belhadj doodgeschoten in Amsterdam Zuid-Oost. Afgelopen woensdagavond is Ranko Scekic voor zijn woning in Utrecht vermoord. Opvallend detail: beide mannen stonden op een lijst van getuigen die moesten worden gehoord bij de onderzoeksrechter.

Is dit toeval?, luidt de voor de hand liggende vraag. Zowel justitie als politie houden zich hierover op de vlakte. Beide slachtoffers waren actief in de onderwereld en daar worden conflicten wel vaker met geweld opgelost. De politie heeft de slachtoffer wel gevraagd of ze wisten waarom ze werden gevolgd.

Belhadj vertelde dat hij wel dacht te weten uit welke hoek de bedreiging kwam. Hij was bang dat iemand hem iets aan wilde doen omdat die persoon nog niet was betaald. Het is niet duidelijk wie die persoon is. Het andere slachtoffer, Radko Skekic, vertelde de politie dat hij niet begreep waarom hij is gevolgd en gefotografeerd door de verdachten. Hij had geen problemen.

Maar klopt dat ook? Justitie twijfelt of deze getuigen het hele verhaal hebben verteld: „Zeker niet als het gaat om hun eigen handelen dat zou kunnen verklaren waarom zij het doelwit van een liquidatie zouden kunnen zijn.” Zowel de getuigen als de verdachten zijn betrokken bij drugshandel, zo vermoedt justitie.

Op de dag van de arrestatie in 2015 vindt de politie op een salontafel in de woning van een van de hoofdverdachten een notitieboekje met een ringband en een blauwe kaft. Daarin staan lange lijsten met namen, bedragen en producten, geregistreerd op datum. Volgens de politie is dit een administratie van een criminele drugsorganisatie.

In het schriftje, ingezien door deze krant, is nauwkeurig vastgelegd wat er allemaal werd geleverd en verkocht en hoeveel geld daarmee was gemoeid. „Ontvangen van schoonzoon ouwe”, staat op een los blaadje dat in het schriftje zat, „2 keer korte AK47 met magazijn.”

Verderop in het schriftje wordt er op datum – vermoedelijk vanaf januari 2014 tot de arrestatie in juli 2015 – weergegeven wat er binnenkomt en uitgaat aan drugs. De politie leidt dat af uit de bijnamen die worden gebruikt in het schriftje. Er wordt gesproken over „vrouwen”, „gucci” en „burberry”. Het zijn begrippen „die mogelijk duiden op een gecodeerde weergave van verdovende middelen”, zo valt te lezen in het dossier.

Verderop in het schriftje, onder tabblad 2, wordt over ongeveer dezelfde periode nauwkeurig bijgehouden hoeveel geld er binnenkomt en wordt uitgegeven, inclusief bijnamen van de mensen die betalen of geld ontvangen. In totaal, zo becijferde de politie, gaat het om 19 miljoen euro.

Bloedstollend detail

De administratie van inkomsten en uitgaven onderbouwt het vermoeden dat de groep verdachten zich naast drugshandel ook bezighoudt met liquidaties. Zo wordt er gesproken over een ‘hitter’ (een schutter) aan wie 100.000 euro zou zijn betaald. Verderop gaat het over ijzer (wapens) dat voor 26.000 euro zou zijn aangeschaft. Belangrijke vraag is natuurlijk of die bedragen allemaal kloppen.

De politie denkt van wel. Zo zien rechercheurs tijdens het onderzoek dat twee verdachten op 26 mei 2015 twee bakens kopen bij de Spyshop in Nieuwegein. En wat staat er in het blauwe schriftje? „26-5: 7.000 euro uit aan twee trackers”.

Bloedstollend detail: de bedrijfsleider van deze Spyshop in Nieuwegein is vorig jaar september eveneens doodgeschoten. Uit een dossier blijkt dat de politie bij de Spyshop de factuur voor deze spullen heeft opgevraagd. Een ondervraagde medewerker van de Spyshop heeft verklaard dat hij de verdachten niet kent.

Christian Flokstra, advocaat van een van de hoofdverdachten, stelt dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat zijn cliënt of een van de andere verdachten bij de liquidaties zijn betrokken. „Zij hebben ook geen belang. De slachtoffers hebben niks gezegd dat belastend is voor de verdachten”, aldus Flokstra.

Ondanks de woorden van de raadsman denkt een andere crimineel die is gefilmd en geobserveerd door de verdachten daar toch anders over. „Als ik praat levert mij dat alleen maar problemen op”, zei hij tegen de politie. Het lijken woorden met voorspellende waarde. In september zal de rechtbank in Amsterdam zich over de zaak buigen. De verdachten ontkennen betrokkenheid bij liquidaties of het voorbereiden daarvan.

    • Jan Meeus