With our own hands

You have sweet lips, o love sweet love / I compare them to laughing pistachios, o love sweet love. Zomaar een regel uit een lied dat in het Pamir-gebergte wordt gezongen tijdens bruiloften. Nou ja, in het Tadzjiek dan hè. Dit is een Engelse vertaling die ik vond in het boek With our own hands. De rest van het lied is net zo liefelijk – er komen ook nog rollende watermeloenen en appels in voor – maar vooral die pistachenootjes bleven hangen. Ik denk dat ik ze nooit meer kan eten zonder ze voor smileys aan te zien.

Maar goed, ik wilde u iets vertellen over dat boek, With our own hands. Vorige maand won het de Gourmand World Cookbook Award, een prestigieuze prijs die ieder jaar wordt toegekend aan ‘het beste kookboek ter wereld’. En dat is terecht. Ik durf althans gerust te stellen dat het een van de meest diepgravende, meest interessante kookboeken is die ik ooit in handen heb gehad. Een van de mooiste ook nog eens, want schitterend gefotografeerd en vormgegeven.

Het boek is geschreven door Frederik van Oudenhoven en Jamilla Haider. Als etno-botanicus bestudeerde Van Oudenhoven jarenlang de landbouw van de Pamiris, die leven in het grensgebied tussen Afghanistan en Tadzjikistan. Hij ontdekte niet alleen een grote rijkdom aan gewassen in dit ontoegankelijke hooggebergte, maar ook hoe nauw deze buitengewone biodiversiteit verbonden is met de lokale eetgewoonten. Zo hebben de 150 soorten tarwe die er groeien stuk voor stuk hun functie in de keuken. Sommige worden zelfs verbouwd ten behoeve van een enkel gerecht.

Van Oudenhoven raakte gefascineerd door deze oeroude, vrijwel autarkische voedselcultuur en zo breidde wat begon als een wetenschappelijk onderzoek zich gaandeweg uit tot een culinaire queeste. In plaats van in zijn hotel te eten liet hij zich uitnodigen bij Pamirs thuis en noteerde wat daar werd bereid. Haider, student ontwikkelingsstudies, sloot zich bij hem aan en samen verzamelden ze een schat aan verhalen en traditionele recepten.

Wat dit stoeptegeldikke boek in mijn ogen zo waardevol maakt is dat het de link blootlegt tussen biodiversiteit en cultuur. Tussen land en mens, zou je ook kunnen zeggen. Wij in de westerse wereld willen dat verband nog wel eens uit het oog verliezen. Met alle gevolgen van dien, lees er de krant maar op na.

Wat het boek volgens mij niet is, is het lekkerste kookboek ter wereld. Abrikozenpittensoep, pap van tarwe en water, schapenhoofd met kikkererwten, gefrituurde organen. Dat zijn geen gerechten waar u en mij nu onmiddellijk het water van in de mond loopt. Daarom ga ik u vandaag gewoon een recept uit eigen koker geven. Iets met watermeloen en pistachenootjes. Had ik zomaar opeens zin in 