Wie verenigt dit land na de klap?

Het VK is verdeeld en Boris Johnson werpt zich nu op als de man die de wonden kan helen. Maar willen zijn kiezers hetzelfde als hij?

Op het Glastonbury-festival in Groot-Brittannië waren voor- en tegenstanders van de Brexit. Vooral jongeren wilden in de EU blijven. Foto Stoyan Nenov/Reuters

Op de juiste sombere, serieuze en verzoenende toon sprak Boris Johnson, voorman van het pro-Brexit-kamp, vrijdagmiddag de Britten toe.

Het was een ochtend van ontzaglijke chaos geweest. Hoewel de kans op een Brits vertrek uit de Europese Unie altijd daar was, was de schok dat de Britten écht voor een Brexit kozen er niet minder om. Noch in eigen land, noch wereldwijd, noch op de financiële markten. Binnen enkele uren na de uitslag van het referendum kondigde premier David Cameron, die voor lidmaatschap had gepleit, zijn aftreden aan.

Johnson wordt door velen nu gezien als zijn opvolger. Als partijgenoten hem inderdaad voordragen voor die functie.

De uitslag van het referendum legde talloze breuklijnen in de Britse samenleving bloot. Tussen jong en oud, achterland en metropool, Engelsen en Schotten, working class en middle class, laagopgeleiden en universitair geschoolden.

„Dit betekent niet dat het Verenigd Koninkrijk minder verenigd zal zijn”, beloofde Johnson. „Noch dat het minder Europees zal zijn. En speciaal tegen de miljoenen jongeren die niet voor deze uitkomst stemden, die denken dat deze beslissing inhoudt dat we de ophaalbrug ophalen of enige vorm van isolationisme voorstaan: volgens mij is het tegenovergestelde waar.”

Hij bedoelde zijn woorden verzoenend. Maar er schuilt gevaar in: de roep van veel kiezers was om juist wél de ophaalbrug op te halen. Zij stemden voor Brexit omdat daarmee immigratie zou worden beperkt.

Onmogelijk in te willigen belofte

Dat is op korte termijn echter een bijna onmogelijk in te willigen belofte. Zeker als de Brexiteers met de EU een soort Noorwegen-constructie overeenkomen, met toegang tot de interne markt, wat economisch een veilige optie zou zijn. Maar bij vrij verkeer van handel en diensten hoort voor de Noren ook vrij verkeer van personen. Immigratie dus.

Een Australisch puntensysteem, waarbij immigranten een visum krijgen als er behoefte is aan hun beroep, kan werken. Dan geldt voor Europeanen en niet-Europeanen eenzelfde visumeis. Daar hoort echter ook een quotum bij, en waar ligt dat?

De verschillende stromingen in het pro-Brexit-kamp hebben verschillende antwoorden. Johnson zei begin deze week nog „gepassioneerd pro-immigratie en pro-immigranten” te zijn. Hij wil zelfs een amnestie voor illegalen. Dat komt niet overeen met „gooi ze het land uit”, zoals een kiezer in Folkestone vorige week tegen NRC zei.

Het is noodzakelijk dat Johnson en de zijnen snel duidelijkheid scheppen. Een overwinningsroes kan anders snel omslaan in een kater.

Hetzelfde geldt als het gaat om de verwachtingen die zijn geschapen over de miljoenenbijdrage aan ‘Brussel’ die terug zou komen. De claim dat met de 350 miljoen pond die Londen per week zou sturen de nationale gezondheidsdienst NHS financieel geholpen kan worden, is onzin. Ten eerste is die 350 miljoen veel te hoog, daarover werd Vote Leave door de toezichthouder op de statistiek op de vingers getikt. Maar ook wordt geschat dat de dienst, als het op de huidige voet doorgaat, een begrotingstekort heeft van 30 miljard pond. Dan zijn extra kosten door vergrijzing en obesitas niet meegerekend.

Voor de ‘350 miljoen pond per week’ krijgt het VK bovendien nu ook geld terug in de vorm van subsidies aan bijvoorbeeld boeren, en arme regio’s.

Munitie voor Labour, kritiek op Corbyn

Bijkomend probleem is dat de Conservatieve Brexiteers nu zo de nadruk hebben gelegd op het gebrek aan middelen voor de NHS, die deels veroorzaakt zijn door eigen bezuinigingen, dat ze Labour munitie hebben gegeven voor de komende maanden. Als de oppositie niet in een interne crisis verzeild raakt: vrijdagavond werd er een motie van wantrouwen ingediend tegen partijleider Jeremy Corbyn. Zijn partijgenoten verwijten hem enerzijds dat hij niet hard genoeg voor de EU heeft gestreden, anderzijds dat hij de achterban in met name Noord-Engeland niet weet te bereiken, waar men voor een Brexit stemde.

Dan zou er nog een parlementaire crisis kunnen plaatsvinden. Slechts 129 van de 650 Lagerhuisleden waren voor een Brexit: in hoeverre vertegenwoordigt dit parlement dan nog het volk? Geluiden van sommige Lagerhuisleden vorige week, dat zij een Brexit-premier zouden dwingen tot een Noorwegen-achtig akkoord met de EU, klinken stoer. Maar de wil van het volk – zelfs van de helft van het volk – is belangrijker dan dat van het parlement.

De opmerkingen van de Lagerhuisleden zijn bovendien precies het grootstedelijke elitaire gesneer waar de kiezer genoeg van heeft. „Op de een of andere manier zal Londen er zich bij moeten neerleggen dat het in een fantasiewereld leeft, en zijn veronderstellingen wereldvreemd zijn voor de rest van het land”, schreef columniste Janet Daley vrijdag in The Daily Telegraph.

Trap na voor de jongeren

Londen staat niet alleen voor de politiek of de hoofdstad, maar ook voor de Britse jongeren die vóór Europa stemden. Driekwart van de 25-minners stemde voor blijvend lidmaatschap, 60 procent van de 65-plussers voor Brexit.

De laatste wensen een wereld die was. De eersten voor een bekende wereld. Zoals de 25-jarige Nicholas Barrett schreef in een veel gedeeld bericht op Facebook: „Onze generatie heeft het recht te wonen en werken in 27 landen verloren. In een trap na voor een generatie die al verzuipt door de schulden van onze voorgangers, is ons vrij verkeer van personen ons door onze ouders, ooms en grootouders afgenomen.”

Als Boris Johnson serieus premier wil worden, zal hij dat de komende dagen moeten laten zien. Hij kan de Britten opvrolijken – ook dat zal nodig zijn voor de verliezers – maar kan hij ze ook verenigen?

    • Titia Ketelaar