Opinie

Verlaten Europa kiest juiste houding tegenover zijn ex

De Europese Unie heeft vrijdag op een verstandige manier gereageerd op de uitslag van het referendum in het Verenigd Koninkrijk dat een einde maakt aan het Britse lidmaatschap van de Unie: gedecideerd, maar niet revanchistisch. Het laat zien dat op het gebied van de onderlinge omgangsvormen meer dan een halve eeuw samenwerking in elk geval vormend heeft gewerkt vergeleken bij eerdere episodes in de Europese geschiedenis.

De aanvoerders van de drie Europese instellingen – de Commissie, het parlement en de Raad - roepen het Verenigd Koninkrijk in een gezamenlijke verklaring op snel met de formele scheidingsaanvraag te komen. Terecht stelt de Unie dat de periode van onzekerheid niet nodeloos verlengd moet worden. Uit de eerste reacties van Britse zijde kon worden opgemaakt dat er geen haast was met het zetten van de volgende stap. Dat geldt wellicht voor het Verenigd Koninkrijk, maar niet voor het overgebleven deel van de Europese Unie. Die moet door en dat kan alleen maar als snel duidelijkheid bestaat over de nieuwe verhoudingen na de Brexit.

Tegelijkertijd heeft de Unie laten weten in de toekomst nauw met de Britten te willen blijven samenwerken. Op welke terreinen en onder welke voorwaarden dit moet gaan gebeuren is één van de vele vragen waar de Unie voor staat. Diverse elders gehanteerde modellen dienen zich aan. Maar het ingewikkelde is dat een samenwerkingsstructuur met een land moet worden gebouwd in een ontbindingsfase met datzelfde land. Het is opnieuw een aansporing om juist vaart te zetten achter de scheiding.

Afgezien van de relatie met het Verenigd Koninkrijk is er alle reden voor de resterende Unie zich te bezinnen op de eigen toekomst. De Britten hebben in hun referendum nu de daad bij het woord gevoegd, maar het tijdens de campagne breed geventileerde ongenoegen over de Europese Unie beperkt zich al lang niet meer tot de overkant van de Noordzee. In feite was de uitslag van het referendum de zoveelste ‘wake-up call’ voor Europa.

De Unie is de afgelopen jaren ook niet blind geweest voor de signalen. Zo is het werkprogramma van de huidige Europese Commissie en de daarbij behorende wetgeving aanzienlijk beperkter dan dat van eerdere colleges. Het onder andere door Nederland gepredikte Europa dat zich louter beperkt tot taken die een meerwaarde hebben, begint vorm te krijgen. Maar desondanks ontmoet Europa alleen maar meer scepsis. Overtuigend leiderschap gecombineerd met zelfonderzoek behoort tot de antwoorden.

Ondertussen komt voor Nederland het aanstaande vertrek van het Verenigd Koninkrijk extra hard aan. Binnen het ‘Europa van de zes’ was Nederland in de jaren zestig van de vorige eeuw niet toevallig de meest uitgesproken voorstander van een snelle toetreding van de Britten tot de gemeenschap. Hun lidmaatschap was voor Nederland de beste garantie tegen een Frans-Duitse overheersing van het Europese samenwerkingband, luidde redenering.

En zo is het ook gegaan. Sinds het Verenigd Koninkrijk in 1973 lid werd van de Europese Gemeenschap is Nederland meer dan andere lidstaten gelijk opgetrokken met de Britten. Maar eveneens hield Den Haag de eigen belangen op het ‘continent’ scherp in de gaten.

Met het komende vertrek van de Britse bondgenoot is Nederland volledig aangewezen op dat continent. Dat zal niet alleen wennen zijn. Het betekent ook aanpassen.