Tegen de uitbuiting van de gastarbeider

Leo van Velzen (1946-2016) was in de jaren zeventig een van de eerste migratie-onderzoekers. Iedereen ging er vanuit dat de gastarbeiders zouden terugkeren.

Econoom Leo van Velzen deed veel veldonderzoek in Turkije, al sprak hij niet vloeiend Turks.

In ‘Ontworteld’, het kunstproject dat Leo van Velzen begin dit jaar in zijn woonplaats Haarlem organiseerde, kwamen twee belangrijke kanten van zijn leven samen: zijn betrokkenheid bij het lot van migranten en zijn liefde voor kunst. Hij trommelde leden op van de kunstenaarsvereniging Kunst Zij Ons Doel, waarvan hij voorzitter was, om samen met vluchtelingen werken te maken en een tentoonstelling in te richten in de kloostergangen van het Haarlemse stadhuis.

Als jonge, idealistische economiestudent uit de school van Jan Tinbergen, sloot Van Velzen zich eind jaren zestig aan bij het Aktiekomitee Pro Gastarbeiders in Rotterdam, dat streed tegen uitbuiting van buitenlandse werknemers, met name tegen de wantoestanden in pensions. Als lid van een groot onderzoeksteam gefinancierd door Jan Pronks ministerie van Ontwikkelingssamenwerking, zou hij zich later intensief bezighouden met de economische effecten van migratie op de landen van herkomst. Een paar keer verbleef hij langere tijd in Boğazlıyan, in Centraal-Anatolië, waar hij onder meer onderzoek deed naar de ontwikkelingen in het midden- en kleinbedrijf.

Arbeidsmigratie was begin jaren zeventig een nieuw onderzoeksterrein; het was nog maar een goed decennium geleden dat de eerste gastarbeiders aankwamen in Nederland. Iedereen ging er nog vanuit dat ze zouden terugkeren, vandaar dat het onderzoeksproject zich richtte op de vraag hoe remigratie de sociaaleconomische ontwikkeling van de herkomstregio kon versterken. Uitgangspunt was de opvatting dat de achterstand van onderontwikkelde regio’s het gevolg is van uitbuiting door geïndustrialiseerde landen.

Rinus Penninx, cultureel antropoloog en emeritus hoogleraar Etnische Studies, werkte in Turkije jaren nauw samen met Leo van Velzen. „Als econoom was hij enigszins een vreemde eend in de bijt, sociale wetenschappers domineerden het vakgebied. Leo was niet geschoold in het omgaan met de lokale bevolking. Desondanks lukte het hem prima contacten te leggen en het vertrouwen van mensen te winnen. Zijn Turks was niet bepaald vloeiend, maar daar liet hij zich niet door weerhouden. Hij was open en nieuwsgierig. Ontwapenend.”

Leo van Velzen groeide op in een groot katholiek gezin in Den Haag. Zijn ouders hadden een kruidenierszaak, alle tien de kinderen moesten meehelpen. Op zijn twaalfde ging hij naar het klein-seminarie in Nijmegen. Daar manifesteerde zijn links-kritische geest zich al: in opstellen protesteerde hij tegen de hiërarchische verhoudingen op het seminarie.

Als kind van zijn tijd vond Van Velzen het huwelijk een verouderd instituut. Zijn relaties duurden ook nooit lang. Maar toen zijn moeder overleed – hij was veertig – ontstond bij hem wel een sterke kinderwens. Via een contactadvertentie vond hij de vrouw die de moeder van zijn kind werd. Ook die relatie hield maar kort stand, maar het vaderschap bleef voor Van Velzen serious business. Om meer tijd voor dochter Lotte te hebben, zegde hij zijn baan op bij Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO), een onderzoeksbureau dat multinationals kritisch volgt, en begon hij zijn eigen economisch adviesbureau, zodat hij zelf zijn tijd kon indelen. Op zijn 54ste ontmoette hij Ada Kors, met wie hij samenbleef, en uiteindelijk zelfs trouwde.

Eind jaren zeventig raakte Van Velzen gegrepen door beeldende kunst. Hij ging teken- en schildercursussen volgen, en richtte exposities in van zijn eigen werk. Kunst was voor hem vooral een manier om zijn emoties te uiten, heel direct soms. Toen hij op 9/11 zag hoe twee vliegtuigen zich in de Twin Towers boorden, rende hij naar zijn atelier om de aanslag te verbeelden in een schilderij. Hij stortte zich in het Haarlemse kunstleven als inspirator en organisator, onder meer als initiatiefnemer van de Vijfhoek Kunstroute. Ook was hij betrokken bij verschillende culturele uitwisselingsprojecten met Turkije. Hij hield ervan om mensen met elkaar te verbinden. In zijn latere jaren werd dat de manier waarop hij iets probeerde te doen aan de achtergestelde positie van migranten.

Elk jaar installeerde hij zich een tijdlang ergens in het buitenland om daar te tekenen en te schilderen. In 2008 ging hij terug naar Centraal-Anatolië om zich te laten inspireren door het landschap en de bevolking. Hij exposeerde er ook. Voor een amateurkunstenaar verkocht hij niet slecht. Toch voelde hij zich soms miskend, bijvoorbeeld toen de Vishal, een Haarlemse kunstenaarsvereniging, hem weigerde als lid.

Van Velzen was een man vol levenslust. Vorige maand werd hij ziek. Het leek een virusinfectie, niet iets levensbedreigends. Omdat hij maar bleef overgeven, ging hij 19 mei naar het ziekenhuis. Daar is hij diezelfde dag overleden. De precieze doodsoorzaak is niet bekend.

    • Brigit Kooijman