Opinie

    • Georgina Verbaan

Pap

Georgina Verbaan

Een plastic ogend blok supermarktkaas ligt hevig zwetend op het witte bord met de paarse bloemetjes waar een stukje uit is. Het stuk kaas krimpt zienderogen in de warme, bedompte lucht die de woonkamer vult. De kaas was beter af geweest op een houten plank. Dat las ik toen ik onder de tafel googelde ‘WAAROM ZWEET KAAS’.

Ik zit bij mijn vader en moeder thuis aan de ontbijttafel. Er hangt een gespannen sfeer. Mijn moeder komt uit de keuken lopen met een kan melk. Op haar gezicht prijkt een glimlach die kunstig gebeiteld is uit rauwe paniek. Een glimlach die alles goed wil maken, zonder zich ergens mee te bemoeien. Gewoon, voor je weet niet, mocht iemand zijn oog op de glimlach laten vallen, omdat ze nu eenmaal met de melk aan komt, en men zich er wellicht toe verplicht voelt een blik van waardering toe te werpen op de vrouw met de melk, dan zou de glimlach de sfeer misschien dat ene duwtje, de vlinderslag, in de juiste richting kunnen geven. Dat men - zijnde wij aan tafel - er misschien ineens toe zou besluiten op zijn minst te doen alsof alles normaal is.

Maar wanneer ze de kan op tafel zet gebeurt er niets. Mijn vader kijkt nog steeds verward en bevroren naar de schaal met brood, alsof hij zich afvraagt of de sneetjes licht bruin volkoren, de plakken ontbijtkoek en het krentenbrood hem even eerder in wollig taalgebruik beledigd hebben of juist een opsteker gaven. Met een mes trek ik een diep spoor in het kuipje cholesterolverlagende margarine, en ik smeer het over een opmerkelijk enthousiast terugverend sneetje bruin. Dat sneetje is bij mijn moeder in de leer geweest, dat kan niet anders. Als ik het teveel aan margarine dat nog aan mijn mes kleeft aan de rand van het kuipje afsmeer, steekt mijn vader plotsklaps zijn mes in het bakje vet.

Ik kijk naar mijn man, die naast me zit, en de hele ochtend nog geen woord gesproken heeft. Deze situatie is onhoudbaar, concluderen wij in een korte edoch fotogenieke blik van verstandhouding. Mijn vader smeert driftig een gat in zijn boterham. „Pap” probeer ik. Hij smeert door. Mijn moeder kijkt van mijn vader naar mij, en van mij naar mijn man. „Kom effe.” Ik sta op en ga hem voor naar mijn oude meisjeskamer, om met hem te praten.

„Gestopt” zegt de regisseur. Hij komt op ons aflopen. Iedereen legt zijn bestek neer. Ik neem weer plaats aan de tafel. De regieassistent loopt schrijvend op een klembord met de regisseur mee en de setdresser pakt onze besmeerde boterhammen van onze borden en vervangt ze door nieuwe. „Georgina, ik vond jou veel te defensief tegen je vader. Veel te boos. Je mag bezorgder zijn.” zegt de regisseur. „Ah ja, oké.” antwoord ik. „En Fred, jij mag iets meer naar links gaan zitten. Nee, camera-links.”

Ik heb nog nooit met mijn vader en mijn moeder aan één ontbijttafel gezeten. Niet dat ik me herinner. Ik ken dat alleen van tv. En nu is het mijn werk om dat wat ik ken van tv, te reproduceren. Voor tv.

    • Georgina Verbaan