Opinie

    • Joris Luyendijk

Nexit? Wij zijn geen Britten

Wij denken aan Rotterdam, aan Schiphol, wij zijn realistischer, meent Joris Luyendijk.

Is Nexit Next? Duidelijk is dat Brexit de Nederlandse regering voor een dilemma plaatst. Geen land in de eurozone heeft zulke nauwe banden met het Verenigd Koninkrijk. Beiden zijn maritiem, voor vrijhandel en pro-Amerikaans. Nederland heeft flinke investeringen in Groot-Brittannië en het volgde de Britten bij hun oorlogen in Irak en Afghanistan. Royal Dutch Shell, Unilever en Elsevier zijn succesvolle Anglo-Nederlandse multinationals. Noem eens een Anglo-Duitse multinational.

Nederland zal deze belangen willen verdedigen met de best mogelijke Brexit-deal voor het Verenigd Koninkrijk. Maar vergaat het de Britten na een Brexit straks super, dan zullen Nederlandse kiezers eerder denken: dat doen wij ook.

Dat is het Dutch dilemma: hoe beter ons land de schade van Brexit voor het Verenigd Koninkrijk en onszelf beperkt, des te waarschijnlijker een Nexit.

Juridische en politieke obstakels maken zo’n referendum nu onwaarschijnlijk. Maar Wilders was er in alle vroegte als de kippen bij – letterlijk – om het referendum op te eisen. ,,Hoera voor de Britten. Nu is het onze beurt”, meldde hij. Bij de verkiezingen zal hij zo’n referendum tot centraal punt verheffen.

Maar wie scherp kijkt naar de verschillen tussen Groot-Brittannië en Nederland, ziet dat zelfs wanneer Brexit relatief pijnvrij verloopt, beide landen wezenlijk verschillende belangen hebben. Nederland zit ook in de euro – over springen in het diepe gesproken. Rotterdam is Europa’s grootste haven en Schiphol een belangrijk vliegveld. Wij horen bij de grootste exporteurs ter wereld, met Duitsland als grootste partner.

‘Leave’ scoorde enorm met fantasieën over ‘making Great-Britain great again’. Het land zou zonder de EU weer een wereldmacht worden, zeiden Brexiteers en velen dronken het gulzig in. Nederland heeft een iets realistischer zelfbeeld en geen ‘Lost Empire Complex’. Een Nederlandse politicus komt niet snel weg met de belofte dat andere landen in de rij zullen staan om met ons aparte handelsverdragen af te sluiten.

Wij zijn ook geen eiland en snappen dat je met een tank vanuit Moskou of Berlijn zo naar Amsterdam rijdt. Vandaar dat onze geschiedenis anders is. De Tweede Wereldoorlog is geen bron van trots maar een trauma, en nationalisme blijft voor velen verdacht. De ‘case’ voor de EU begint bij de erkenning dat individuele Europese landen kwetsbaar, machteloos en zelfs irrelevant zijn geworden. Voor Nederlanders is dit een constatering maar in het Verenigd Koninkrijk een nationaal taboe. Een positieve ‘case’ voor Europa maakt bijna niemand en dus kwam Remain niet verder dan: ‘Laten we blijven want Brexit maakt alles alleen maar erger.’

Dit wil intussen niet zeggen dat euroscepsis in Nederland niet groeit. Maar buiten de PVV lijkt het scepsis in de ware zin des woords: meer en meer Nederlanders weten niet meer zeker of het Europese Project haalbaar en wenselijk is. Vergelijk dat met Britse ‘euroscepsis’: de zekerheid dat de EU verschrikkelijk is. Zelfs bij ‘Remain’ staan ‘hervormingen’ voor het terugdraaien van gedeelde soevereiniteit. Voor Nederlandse politieke partijen behalve de PVV zijn hervormingen: zorgen dat de soevereiniteit op een meer transparante, effectieve, sociale en democratische wijze wordt gedeeld.

Een Nexit-referendum, mocht het er komen, zal zeker hoge ogen gooien want met inhakken op ‘de elite’ kom je altijd een eind. Zo is het stuk van Thierry Baudet, Jort Kelder en Arno Wellens, hiernaast, een schitterend voorbeeld van mensen uit de deftige elite die zich opwerpen als een alternatief voor die deftige elite. Dit is hetzelfde spelletje dat de upper middle class Brexiteers speelden. Het grote verschil is dat Nederland geen tabloids heeft die decennialang de bevolking hebben bewerkt met leugens over de EU, en voorpagina’s over ‘EU-verkrachters’ en een ‘Gebroken, Stervend Europa’. Waarschuwingen van experts over de catastrofale risico’s van Brexit werden in deze kranten niet alleen terzijde geschoven, maar leiden tot karaktermoord op die experts. Ook de BBC is schaamteloos geïntimideerd.

Dit is misschien wel het belangrijkste verschil tussen de twee landen: Nederlands medialandschap en daarmee zelfreinigend vermogen. Anders dan the Sun, Daily Mail, Daily Express, Daily Telegraph en The Times zijn Nederlandse kranten niet in handen van cynische miljardairs met een eurofobe agenda. Nederlandse journalisten en columnisten mogen zelf nadenken, en dat opschrijven. Zie hoe de Volkskrant recent de linkse veren afschudde. Zo’n koerswijziging zou een Britse mediamogul nooit toelaten.

Nederlandse journalisten kijken vaak met een minderwaardigheidscomplex naar Britse media. Voor The Financial Times en The Economist is dit terecht. Maar overigens zijn in Nederland de kansen op een rationeel debat over de dilemma’s rond Europese samenwerking een stuk groter. Het delen van soevereiniteit heeft echte nadelen en wie weet besluit Nederland ooit dat deze niet langer opwegen tegen de voordelen. Maar een sprong in het duister op basis van waandenkbeelden zoals zojuist in het Verenigd Koninkrijk is gebeurd, is een stuk minder waarschijnlijk.

    • Joris Luyendijk