Koekoeksei in het Ibiza-nest

Voor wie is de Seat Ibiza Cupra bedoeld?, vraagt Bas van Putten zich af. Een heel gewone, betaalbare auto die wel verdomd hard kan.

Het verdrietigste aan de Seat Ibiza is de zon in zijn naam. De kleine Spanjaard met de mediterrane titulatuur is in de druilerige Hollandse praktijk immers vaak een driecilinder leasediesel voor de jongens en meisjes van de buitendienst. Of de eerste nieuwe auto van rolbevestigende giechels die niet eens weten welke motor ze bestelden – of doen alsof, voor het genderoverzicht. „Geen idee, maar hij is lekker pittig”.

Met zo’n stigma wordt het voor de Ibizaman moeizaam versieren op de Spaanse . Een spaardiesel zie je iemand van verre aan, al staat zijn auto duizenden kilometers ver weg op Schiphol. Die kar had Hoofddorp Eco, Almere Greenline of Secretaresse Plus moeten heten, zeg ik pijnlijk waar. Helemaal treurig wordt zo’n schraal gemotoriseerde dienstwagen met xenonkoplampen of leren bekleding, de luxe die dankzij de lage bijtelling net in het budget paste. De Ibiza is, zoals veel auto’s van de zaak, een menselijk drama, de leuk aangeklede troostprijs voor de grotere die de existentiële status quo je door de neus boorde.

Toch kent het Ibiza-leven blijkbaar zijn eigen dynamiek. Het hoge snelwegtempo van die auto’s is een teken dat de dieselende Seatmens meer pap lust van het leven dan het geeft. In zijn dagdromen bestuurt hij de super-Ibiza die de beachbabes wél zien staan. Hij bestaat echt, maar die verrukking kan hij op zijn buik schrijven. De Ibiza Cupra, de GTI voor de gewone man, is de Seat die hij van zijn baas niet mag, de worst aan de horizon die hij gekneveld aan zijn kleinheid nooit zal smaken. Een servicemonteur met 192 pk is van de gekke.

Voor wie is hij wel? Ik zou het niet weten. De 25-jarige high potential op de Zuidas keurt zo’n Seat geen blik waardig. De minder draagkrachtige GTI-rijder koopt een jonge Golf. Petjes kunnen hem nog niet betalen. Sowieso: hoe kan behalve voor Seat-rijders een Seat ooit een droomauto zijn? Hij is niet onbereikbaar en het is een Seat. Maar dan is deze Cupra dus voor niemand. Misschien is hij de symbolische zon achter het dieselwolkendek, het licht dat glansrijk afstraalt op zijn naamgenoten – een geneeskrachtige illusie

De grote broer van een zwakke

Hij is me a priori sympathiek. Hij is de grote broer die het lot van zijn zwakkere tweelingbroertjes op de schouders neemt door zich uiterlijk aan hen te spiegelen. Hij ziet er bijna net zo lullig uit als zijn minvermogende zakelijke dubbelgangers die met overmoedige velgen weer op hém trachten te lijken. Hij staat niet trots premium te zijn zoals een Mini of een BMW. In de koplampen zijn nog ledjes opgenomen, de hartverscheurend achterhaalde relicten van een vorige mannenmode. Maar hij kost nog geen 24.000 euro, minder dan de gemiddelde Nederlander aan een nieuwe auto uitgeeft.

En haalt toch gewoon 235. Airconditioning, cruise control, xenonverlichting, parkeersensoren en een kleurenscherm met navigatie zijn inbegrepen bij de prijs. Meer pret voor zo weinig wordt vrij lastig. Deze underdog is een spectaculair aanbod.

Ze hebben hem een anabolenkuur verstrekt. De 180 pk sterke 1.4-motor is vervangen door een grotere 1.8 turbomotor met meer vermogen en vooral veel meer trekkracht. Belangrijker is dat de kunstmatig schakelende zeventraps DSG-automaat werd vervangen door een handgeschakelde zesbak, die met zijn korte schakelwegen zijn amusementsgehalte fors verhoogt.

Hij loopt een beetje achter, het is maar een Seat. Ze houden hem goedkoop met een gewone mechanische handrem en een gewoon mechanisch contactslot. Gadgets als digitale dashboards zul je bij het nette budgetmerk van Volkswagen AG niet aantreffen. En het fijne schuifdak is een optie.

Maar hij gaat hard, heel hard. En hij verbruikt niet eens veel: 1 op 14. Wij zien hier het zeldzame fenomeen van een model dat het kan hebben van zijn inhoud. In een vergeten uithoek van het VW-concern maken ze een auto die bijna per ongeluk precies de goede toon treft. Had ik mijn ideale auto moeten schetsen, dan was er deze uitgerold. Onzichtbaar, compact, bloedsnel en door zijn redelijke comfort toch geschikt voor lange reizen.

Nu nog een fanclub, die wij voor het koekoeksei in het Ibiza-nest zelf zullen moeten formatteren. Geen auto die zo tussen wal en schip zit als de enige Ibiza die zijn zon verdient. Hij is voor niemand. Tegen de intellectueel die ik een lift geef, zeg ik: wij zijn de eerste Seat-rijders ooit die Hugo Claus hebben gelezen. Gekwetste Seatrijders mogen zich voor mijn welgemeende spijtbetuiging melden. Maar vergeet niet: wij zijn allen vreemden in dit Seatje.

    • Bas van Putten