De kleur op oude schilderijen heeft weinig bewijskracht

Kaas en verf zijn onvergelijkbaar. Niet alleen omdat de ene eetbaar is en de andere niet, maar ook omdat kunst helaas niet als een betrouwbare graadmeter van oude kleuren gebruikt kan worden.

In dit geval van de kleur van kaas.

In zijn artikel op de deWetenschapspagina van 30 mei vergelijkt Sander Voormolen twee 17e-eeuwse schilderijen om het kleuren van kaas aan te tonen. Het Stilleven met kaas, amandelen en krakelingen van Clara Peters (1594-1657?) met het Stilleven met vruchten, noten en kaas van Floris van Dijck (1575-1651).

Hoe verleidelijk ook, maar juist kunst biedt geen houvast omdat verf een onbetrouwbare en grillige partner is.

Helder geel hoorde voor de schilder tot de lastige kleuren, in die zin dat de transparante briljante gelen, evenals de anatto van organische oorsprong waren en dus niet stabiel. Na verloop van tijd verdwijnen ze, iets wat we heel goed kunnen zien in oude landschappen en bloemstillevens met hun onnatuurlijke blauwgroene gebladerte. Blauwgroen omdat het warme organische geel dat het geheel een natuurgetrouwe groen moest geven, eruit verdwenen is (zie bijvoorbeeld de blauwe klimop in Het straatje van Vermeer, ooit een echt bladgroen).

Om een conclusie op basis van schilderijen te trekken, zou eerst nagegaan moeten worden of de beide schilders dezelfde pigmenten en kleurstoffen gebruikt hebben. Op hun palet en vooral ook in de opbouw van het stilleven.

Als blijkt dat dit het geval is, dan pas kun je beide schilderijen als bewijs aanvoeren.

Beeldend kunstenaar en auteur

    • Monica Rotgans