‘In mijn roman staan de daders wel terecht’

De crash van vlucht MH17 bleek een onontkoombaar onderwerp voor A.F.Th. van der Heijden. De roman in wording bewerkte hij tot een feuilleton van zestig delen voor NRC. De schrijver over een ramp als inspiratiebron en de overeenkomsten tussen de hoofdpersoon en zijn zoon.

Foto Merlijn Doomernik

De schrijver vindt het zelf ook een bijzonder moment. Hij heeft de zestig afleveringen uitgetypt klaargelegd en in een groene map gelegd. ‘A.F.Th. van der Heijden. President Tsaar op Obama Beach. Feuilleton NRC 25.VI.’16 – 2.IX.’16’ heeft hij er in grote letters op geschreven. Eronder een schone envelop, voor het transport. (Buiten regent het pijpenstelen.) „Ik had je een tasje van De Bezige Bij willen geven, maar die zijn op.” Hij laat champagne komen.

Lees ook: Deze taalkundige blogde dagelijks over het A.F.Th.-feuilleton. Hier blikt hij terug

De werkkamer van Van der Heijden wordt gedomineerd door een rij grote bureaus, waarop her en der verspreid rijen mappen staan, allemaal gevuld met de typoscripten van de boeken waaraan hij werkt. De ‘ordnertreintjes’, zoals hij ze noemt, wijzen vooruit naar een drukke herfst. Zo staat er een rij met het manuscript van Kwaadschiks, het zesde deel van de cyclus De Tandeloze Tijd, dat in november moet verschijnen, mede als onderdeel van de festiviteiten rondom de 65ste verjaardag van de schrijver op 15 oktober. „Ik heb beloofd ook meer beschikbaar te zijn voor publiciteit en optredens”, zegt Van der Heijden, die sinds het verongelukken van zijn zoon Tonio in 2010 de openbaarheid maar mondjesmaat opzoekt. In oktober gaat ook de film Tonio in roulatie, naar de ‘requiemroman’ die Van der Heijden schreef. Deze week is er een eerste viewing alleen voor de ouders. „Mirjam [Rotenstreich] en ik zitten dan met zijn tweeën in de zaal; het is toch gevoelige materie.”

Op tafel staat ook een forse rij ordners met het opschrift ‘MX17’, de oerroman waaruit het NRC-feuilleton afkomstig is: Van der Heijden is een paar weken bezig geweest met het selecteren en aanpassen van fragmenten, in een ritme van twee afleveringen per dag, vertelt hij. Eerder heeft hij schriftelijk een aantal vragen over het project beantwoord – dat verkiest hij nog steeds boven een mondeling interview.

Hoe bent u precies te werk gegaan bij het samenstellen van het feuilleton uit de roman in wording ‘President Tsaar op Obama Beach’?

„Of het grotere boek uiteindelijk dezelfde titel zal krijgen, valt nog te bezien. In ieder geval draagt ook die uitgebreidere versie, nog volop in ontwikkeling, als werktitel President Tsaar op Obama Beach. Het kan niet anders of dat wordt een zeer omvangrijke roman.

„Ik had van meet af aan wel de ambitie om de MH17-ramp als onderdeel van de politieke situatie in de zomer van 2014 te beschrijven – als gevolg én als oorzaak. Ik had al gauw door dat er geen Donbas-streekroman over te schrijven viel: binnen de kortste keren was de hele wereld erbij betrokken. Twee weken na de tragedie wist ik dat ik, als ik als schrijver ook maar iets waard was, dit onderwerp bij de horens moest nemen.

„Ik begon natuurlijk met een enorme handicap. Advocaat van de hanen ging ik pas schrijven nadat het stof rond de dood van de kraker was gaan liggen. President Tsaar schreef ik gelijk op met de ontwikkelingen in de werkelijkheid, op een aanvankelijk ongemakkelijke, tastende manier: iets geheel nieuws voor me. Tegelijk wist ik dat het verhaal diende uit te monden in een grootscheepse rechtszaak waarin alle mogelijke schuldigen terecht zouden staan. Ik koos voor het Internationale Strafhof. Het was mijn vreemdste schrijfervaring tot nu toe: een dossier ontwerpen voor een strafproces dat in werkelijkheid nog lang niet, en misschien wel nooit, gevoerd zou worden. Het was maar goed dat ik voor de romanvorm had gekozen. Die gaf me alle vrijheid.”

Was het anders om literatuur voor de krant te schrijven? U schrijft graag ‘in de breedte’, nu mocht u niet breder dan twee kolom. Was dat zwaar?

„Er is vaak gratuit gezeik over de omvang van sommige van mijn boeken, meestal door lui die ze niet gelezen hebben. Ik zeg dan: ‘De honderd pagina’s die jij eruit wilt hebben, zijn er al uit. Lees maar.’ Ik leg mezelf wel degelijk beperkingen op, maar ik tel nooit de regels van een paragraaf. Dat moest nu wel, om elke aflevering van het feuilleton in de krant te laten passen. Ik voelde me Hitchcock in zijn montagekamer: hoe breng ik die stapel filmblikken met materiaal terug tot de 90 minuten die de producent van me verlangt? Het was passen en meten, en woordjes tellen inderdaad, om toch iets van het héle verhaal in zestig dagelijkse hoofdstukjes te vangen. Je biedt de lezer een narratieve hinkstapsprong: de opeenvolgende scènes kwamen veel verder uiteen te liggen dan ik gewend was. In verteleconomisch opzicht erg leerzaam, ja – al kan ik niet garanderen dat ik van nu af aan alleen nog extracten van mijn fictie ga publiceren.”

Verschijnt het feuilleton ook apart in boekvorm?

„Ik sluit niets op voorhand uit. Mocht de NRC, nu of later, in samenwerking met De Bezige Bij een dergelijk project overwegen, dan valt er altijd over te praten. Zolang ik maar aan de grotere versie mag blijven werken.”

Natan Haandrikman, de hoofdpersoon van President Tsaar op Obama Beach, is een oorlogsfotograaf die is gemodelleerd naar uw zoon Tonio. Voelde dat als een manier om hem, in elk geval in de literatuur, levend te houden?

„Nu moeten we oppassen dat we niet tot een al te grote vereenzelviging komen. Tonio stierf op 23 mei 2010, kort voor zijn tweeëntwintigste verjaardag. MH17 stortte neer kort na zijn zesentwintigste geboortedag. Ik probeerde me voor te stellen hoe hij op die leeftijd geworden zou zijn: wat zijn ambities waren, zijn bezigheden, zijn ideeën en idealen. Een denkbeeldige Tonio van 26, met zijn geliefde grootvader nog in leven, paste precies in het profiel van de hoofdpersoon die ik nodig had. Hij werd Natan, oorlogsfotograaf, die Russisch leerde van zijn opa. Op dat punt gekomen moest ik Tonio weer loslaten en op instinct verder schrijven. Tonio’s beeltenis vervaagde – maar goed ook, want de roekeloze Natan valt op zeker moment in handen van een Oekraïense elite-eenheid die hem aan een martelverhoor onderwerpt. Ik zou zo’n scène met mijn zoon voor ogen niet op papier hebben gekregen.”

Kunt u zich voorstellen dat Tonio in werkelijkheid zo’n gevaarlijke reis zou ondernemen?

„Ergens in het feuilleton vertelt Natans moeder aan zijn vader over een bezoek met haar zoon aan een grote fotografiesupermarkt in de Achterhoek. Helemaal achterin de zaak staat een mannelijke etalagepop helemaal opgetuigd als oorlogscorrespondent, compleet met foto- en filmcamera’s en omringd met de overige attributen voor het gevaarlijke veldwerk. Natan zegt: ‘Nee, dat is toch niets voor mij.’ Ik heb die scène bijna letterlijk uit de mond van Mirjam, Tonio’s moeder, opgetekend. Ook Natan geeft in dat stadium aan dat de oorlogsfotografie niet aan hem besteed is – maar kiest er uiteindelijk toch voor. Ik kan niet namens Tonio spreken, en al helemaal niet namens de Tonio die nooit heeft mogen zijn, maar ik denk dat daar ergens de wegen van Tonio en Natan uiteengaan.”

Wat maakte de ramp met de MH17 voor u aantrekkelijk als onderwerp voor een roman?

„Er ging niets aantrekkelijks vanuit, integendeel. De overweldigende gebeurtenis deed een onontkoombaar beroep op me: schrijf erover. Er is journalistiek van meet af aan veel en uitstekend over geschreven… door Olaf Koens, Pierre Crom, Hubert Smeets, om er een paar te noemen, en dan heb ik het ook over de burgeroorlog in Oost-Oekraïne… maar ik vond dat de ramp ook een vrijere bewerking in romanvorm nodig had. Stel, en die kans is groot, dat de schuldigen nooit gevonden en berecht worden, dan is er altijd nog de literatuur om ze, bij wijze van catharsis voor de lezer, in het laatste hoofdstuk wél te berechten. Na alles vind ik het nog steeds geen aantrekkelijk onderwerp. Wel een noodzakelijk.”

Heeft u geaarzeld met het oog op de gevoelens van de nabestaanden? Je zou kunnen zeggen dat u er met ‘hun’ verhaal vandoor gaat.

„Natuurlijk heb ik op dat punt mijn afwegingen gemaakt, en die blijf ik maken, zolang ik aan het boek werk. Voorop gesteld: er komen geen werkelijk bestaan hebbende slachtoffers en hun nabestaanden in mijn verhaal voor. Ik heb veel bekende technische feiten over de ramp overgenomen, maar er ook enkele verzonnen. (Zo geeft de vertelling een fictieve verklaring voor het ‘mondkapje’ van oud-minister Timmermans.) De roman vormt een verbeelding van de tragedie rond MH17 – die ik overigens consequent MX17 noem, waarbij die X wat mij betreft staat voor de mate van fictie die ik met de feiten bedrijf.

„Ik heb eens een schatting gelezen dat zich zo’n tienduizend naasten rond de 298 slachtoffers scharen. Elk van die tienduizend heeft z’n eigen verhaal. Ik voeg er mijn eigen versie aan toe, in romanvorm, een verhaal rond een fictief geval van rouw. Als ik het idee had dat ik daarmee aan de haal ging met het verhaal van de nabestaanden, zou ik het boek ongeschreven laten.

„Een monument in marmer of brons, vervaardigd door een beeldhouwer, behelst geen exacte vormgeving van de ramp, en kan toch dienen als gedenkplek. Zo zie ik niets oneerbiedigs in een monument in de gedaante van een roman, vervaardigd uit taal. Nadat ik President Tsaar op Obama Beach bij De Wereld Draait Door wereldkundig had gemaakt, kreeg ik enkele instemmende e-mails van nabestaanden. Ik heb ze natuurlijk niet allemaal om hun instemming of afkeuring kunnen vragen. Als iemand zich door mijn project gekwetst voelt, dan sta ik open voor de kritiek.”

Moeten we ‘President Tsaar op Obama Beach’ ook lezen als boek met een politieke boodschap?

„Ik was misschien graag de boodschapper geweest op Maria Boodschap, maar verder voel ik me voor boodschappenjongen niet in de wieg gelegd. Wat niet wil zeggen dat President Tsaar, en dan heb ik het vooral over de long version, geen politieke roman is. Maar een boodschap? Een belangrijk thema vormt het politieke en juridische gedraai op wereldniveau. Zo denk ik de leugens van de Russen inzake MH17 tot hun uiterste consequentie door – tot waar hun gelieg een sinistere logica krijgt. Zo heeft president Tsaar in zijn werkpaleis een bioscoopzaaltje waar hij keer op keer voor zichzelf de speelfilm Liar Liar laat afdraaien, in de hoop dat advocaat Jim Carrey aan het slot toch weer tegen de waarheid zal kiezen, en voor de leugen.

„Ik laat het aan de lezer om uit ‘President Tsaar’ een politieke boodschap te peuren, als de roman die bevat.”

In oktober wordt u 65. Voelt u zich al bijna gepensioneerd?

„Bij het woord pensioen kan ik nooit meer anders denken dan aan Natans moeder, die in de overgang is, om de haverklap een opvlieger krijgt, en dan rood als een pioen wordt. Ze verontschuldigt zich door zoiets te zeggen als: ‘Nou ja, ik heb de pioengerechtigde leeftijd bereikt.’ Vanaf dat ik mijn grootvader na zijn pensionering in een pikzwart gat zag tuimelen, heb ik mijn eigen pensioen gevreesd. Misschien koos ik daarom wel voor dit rare, lugubere vak: schrijvers raken niet gepensioneerd. Ze vieren hun vijfenzestigste verjaardag, en gaan over tot de orde van de dag, met een kater uiteraard.

„Afgelopen najaar trok ik enkele bijna dichtgeroeste archiefkasten open, en daar viel een groot aantal vergeten manuscripten uit, onder meer van ‘Homo duplex’-delen. Er is nog veel werk aan te verrichten, maar ze bestaan en eisen voltooiing. Ik sluit niet uit dat het opbergen van dit werk- in-uitvoering een vorm van onbewust hamsteren was: het oppotten van nog te bewerken manuscripten voor de oude dag… Zei de grijsaard dreigend.”

„Ik vier mijn verjaardag natuurlijk met enkele nieuwe titels. Op 10 november verschijnt het zesde deel van De tandeloze tijd, getiteld Kwaadschiks. De Statenhofpers drukt voor mij en een paar intimi in zeer kleine oplage deel 7 van die cyclus: Kastanje a/d Zee. Bibliofiel, dus voor bijna niemand te krijgen. Als dat tot boosheid bij mijn lezers leidt, heb ik niet voor niets geleefd.”

    • Arjen Fortuin